Vorige week bespraken we de contactallergenen van het jaar in de periode 2010 tot en met 2013. Vandaag gaan we verder met de daaropvolgende jaren. Elk jaar kiest de American Contact Dermatitis Society een allergeen dat extra aandacht verdient, omdat het vaak allergische reacties veroorzaakt of om een andere reden relevant is. In deze blog behandelen we de allergenen van 2014 tot en met 2018: benzofenonen, formaldehyde, kobalt, alkylglucosiden en propyleenglycol. We leggen uit waar je deze stoffen kunt tegenkomen, hoe je een allergie herkent en wat je kunt doen als je gevoelig bent.
2014 – Benzofenonen (UV-filters)
Je smeert je netjes in met zonnebrand om je huid te beschermen en toch krijg je jeuk, roodheid of eczeem. Juist als je in de zon komt. Klinkt tegenstrijdig, maar voor sommige mensen is het dagelijkse realiteit. De boosdoener? Vaak zijn dat Benzofenonen, een groep chemische UV-filters die je vindt in zonnebrandcrèmes, lippenbalsems en dagcrèmes met SPF. Vooral benzofenon-3, ook bekend als oxybenzone, werd jarenlang veel gebruikt vanwege de goede bescherming tegen UV-straling. Maar bij sommige mensen veroorzaakt het een zogenoemde fotoallergie: een allergische reactie die juist optreedt of verergert bij blootstelling aan zonlicht. Het lijkt alsof je een zonneallergie hebt, maar het is eigenlijk de combinatie van zon én de UV-filter die het probleem veroorzaakt. Niet alleen zonnebrandmiddelen bevatten deze filters. Ook producten als haarlak, nagellak, gelnagels of zelfs sommige plastics en lijmen zijn ermee bewerkt om ze UV-bestendig te maken. Hierdoor kun je ook onverwacht reageren, bijvoorbeeld na het aanbrengen van een lippenbalsem of handcrème met SPF. Sinds 2014 staan benzofenonen, en dan vooral oxybenzone, onder verscherpt toezicht. Er kwamen steeds meer meldingen van huidklachten, en sommige regio’s zoals Hawaï verboden het gebruik vanwege milieuschade aan koraal. Dat verbod helpt indirect ook mensen met een gevoelige huid, want producten zonder oxybenzone worden inmiddels vaker gekozen. Gelukkig zijn er tegenwoordig volop alternatieven, zoals zonnebrand met zinkoxide of titaniumdioxide. Dit zijn minerale filters die minder snel allergieën veroorzaken. Gebruik je een nieuwe zonnecrème? Test deze dan eerst op een klein stukje huid, bijvoorbeeld op de onderarm. Heb je last van eczeem dat erger wordt in de zon, ondanks dat je je goed insmeert? Dan kan een allergie voor benzofenonen meespelen. .
2015 – Formaldehyde
Wie last krijgt van eczeem op de vingertoppen, in de oksels of in het gezicht, denkt misschien niet direct aan een conserveermiddel als oorzaak. Toch is formaldehyde jarenlang een veelgebruikte stof geweest in verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen en zelfs kleding, met allergische reacties tot gevolg. Formaldehyde is een krachtig conserveermiddel en desinfectans dat vroeger in van alles zat: nagellak, deodorant, shampoo, textiel, zeep en ontsmettingsmiddelen. Niet alleen in pure vorm, maar ook als verborgen bestanddeel in zogenoemde formaldehyde-releasers. Dit zijn stoffen die langzaam formaldehyde afgeven zodra ze in contact komen met water. Denk aan ingrediënten als quaternium-15, DMDM hydantoin of imidazolidinyl urea, die je nog steeds op etiketten kunt tegenkomen. De allergie komt voor bij een breed publiek: van kappers en ziekenhuispersoneel tot gewone consumenten. Klachten ontstaan vaak precies op de plek waar je een product aanraakt of aanbrengt. Denk bijvoorbeeld aan eczeem op de handen door handzeep, in de hals door een verzorgingsproduct, of onder de armen door deodorant. Sinds 2015 is er steeds meer aandacht voor formaldehyde, niet alleen vanwege allergieën maar ook vanwege het mogelijke kankerrisico. In de EU moeten producten het vermelden als ze meer dan 0,05% formaldehyde bevatten, en veel fabrikanten zijn inmiddels overgestapt op mildere conserveermiddelen. In sommige landen is het gebruik in cosmetica zelfs volledig verboden. Toch blijft het opletten, want door de formaldehyde-releasers kan formaldehyde nog steeds onverwachts in je routine sluipen. Heb je last van hardnekkige huidklachten? Kijk dan niet alleen naar de bekende ingrediënten, maar check ook of er stoffen in zitten die formaldehyde kunnen vrijlaten. Het is even wennen om ingrediëntenlijsten goed te lezen, maar voor wie gevoelig is, kan het een wereld van verschil maken.
2016 – Kobalt
Veel mensen kennen nikkel als veroorzaker van eczeem bij contact met sieraden of metalen voorwerpen. Maar wist je dat kobalt net zo goed voor hardnekkige huidklachten kan zorgen? Dit metaal komt vaak samen met nikkel voor en veroorzaakt bij een deel van de mensen contactallergie, vooral op de handen of andere plekken waar je huid metalen raakt. Kobalt wordt gebruikt in allerlei producten: van sieraden en munten tot cement, blauwe kleurstoffen in make-up, en zelfs in leerverf en keramiek. Vooral mensen met constitutioneel eczeem zijn extra gevoelig. Hun huidbarrière is al kwetsbaarder, waardoor allergenen zoals kobalt makkelijker de huid binnendringen. Ook komt kobaltallergie opvallend vaak voor bij vrouwen en regelmatig samen met een bekende nikkelallergie. Soms zit kobalt in producten zonder dat je het doorhebt. Denk aan blauwe oogschaduw, een leren portemonnee, een metalen munt of zelfs vitamine B12-supplementen (waar kobalt een natuurlijk bestanddeel van is). Ook mensen met een orthopedisch implantaat kunnen last krijgen als het implantaat kobalt bevat. In zeldzame gevallen leidt dat zelfs tot loslating of chronische ontsteking van het weefsel eromheen. De allergie is eenvoudig te testen met een standaard patchtest waarin kobalt(II)chloride is opgenomen. Sinds 2016 is er steeds meer aandacht voor deze metaalallergie, onder andere omdat het aantal positieve testen toenam. In de EU gelden inmiddels grenswaarden voor kobalt in bijvoorbeeld leer, om eczeem aan de voeten door schoenen te helpen voorkomen. Heb je last van eczeem op plekken waar je in contact komt met metaal? Of ben je al positief getest op nikkelallergie? Dan is het slim om ook te laten testen op kobalt. Ze komen vaak samen voor, al gaat het niet om een echte kruisallergie. Het zijn twee aparte reacties op metalen die vaak naast elkaar voorkomen. Een kleine aanpassing, zoals het vermijden van bepaalde sieraden of het kiezen van kobaltvrije verzorgingsproducten, kan al een groot verschil maken voor je huid.
2017 – Alkylglucosiden
Je kiest bewust voor milde, parfumvrije of natuurlijke verzorgingsproducten en toch krijg je last van je huid. Jeuk, roodheid, eczeem, terwijl je juist dacht goed bezig te zijn. Klinkt herkenbaar? Dan zou de oorzaak wel eens kunnen liggen bij alkylglucosiden: reinigende stoffen die vaak worden toegevoegd aan hypoallergene crèmes, shampoos en lotions. Alkylglucosiden, zoals decylglucoside en laurylglucoside, zijn afkomstig uit plantaardige bronnen zoals kokosolie en suiker. Ze staan bekend als zacht, biologisch afbreekbaar en ‘natuurlijk’. Precies daarom worden ze veel gebruikt in producten die bedoeld zijn voor de gevoelige huid. Maar ironisch genoeg zijn het juist deze stoffen die steeds vaker allergische reacties veroorzaken. Sinds de jaren 2000 merken dermatologen een duidelijke toename in allergieën voor glucosiden. De klachten ontstaan meestal op plekken waar je het product aanbrengt: je gezicht, je hoofdhuid of je handen. En omdat deze stoffen in zoveel ‘milde’ producten zitten, van crèmes en stylingproducten tot parfumvrije babyshampoo, is het soms lastig om de boosdoener te vinden. Een allergie voor één glucoside betekent vaak ook dat je op de rest van de groep reageert. Dat komt doordat ze allemaal dezelfde basisstructuur hebben: een glucosekop met een variabele vetstaart. Iemand die allergisch is voor decylglucoside kan bijvoorbeeld ook last krijgen van cocoglucoside, cetearylglucoside of laurylglucoside. Steeds meer testseries nemen deze stoffen nu standaard mee, en sommige fabrikanten vermelden zelfs specifiek dat hun producten “vrij zijn van glucoside”. Toch blijft deze allergie lastig te herkennen, juist omdat het gaat om ingrediënten die bedoeld zijn als mild en veilig.
2018 – Propyleenglycol
Propyleenglycol, klinkt misschien als een ingewikkelde chemische stof, maar je komt het overal tegen. Het zit in crèmes, zalven, deodorants, tandpasta, medicijnen en zelfs in sommige voedingsmiddelen. Ook in sommige zalven speciaal voor mensen met eczeem. Het is een veelgebruikte stof omdat het vocht vasthoudt, ingrediënten oplost en producten smeerbaar maakt. Maar voor sommige mensen doet het helaas meer kwaad dan goed. Vooral als je huid al kwetsbaar is, bijvoorbeeld door eczeem of een wondje, kan propyleenglycol een allergische reactie uitlokken. De huid wordt roder, gaat jeuken of raakt geïrriteerd, terwijl je juist dacht dat je een verzorgend product gebruikte. Juist mensen met chronische huidaandoeningen, zoals een open been (ulcus cruris) of hardnekkig eczeem, lopen extra risico. Ook in andere producten komt propyleenglycol voor: in hoestsiroop, zetpillen, bepaalde medicijnen en zelfs in elektronische sigaretten. Hoewel het jarenlang bekend stond als een ‘veilig’ ingrediënt, kwam het in 2018 volop in de aandacht toen bleek dat steeds meer mensen er toch allergisch op reageerden. De allergie is meestal specifiek voor propyleenglycol zelf en minder vaak voor verwante stoffen zoals polyethyleenglycol of butyleenglycol. Toch is het goed om alert te zijn: bij zeer gevoelige personen kan zelfs propyleenglycol in voeding of medicijnen huidklachten verergeren. Sinds de toename in meldingen wordt propyleenglycol standaard getest in allergieonderzoek. Gelukkig zijn er inmiddels veel Propyleenglycol–vrije crèmes en zalven beschikbaar. Dus heb je een gevoelige huid of twijfel je aan een product? Probeer eens een variant zonder propyleenglycol, vooral als je merkt dat je klachten krijgt op plekken waar je smeert.
Tot slot
De allergenen uit deze periode laten opnieuw zien hoe uiteenlopende en soms ogenschijnlijk onschuldige producten hardnekkige huidklachten kunnen veroorzaken. Het gaat daarbij om producten variërend van zonnebrandcrème en make-up tot schoonmaakmiddelen, kleding en zelfs medicijnen. Eczeem, roodheid of jeuk ontstaan vaak op de plekken waar het product wordt aangebracht of de huid ermee in contact komt. Omdat de oorzaak lang niet altijd direct duidelijk is, kan het herkennen van deze stoffen veel verschil maken in het voorkomen of verlichten van klachten.
Gelukkig groeit de kennis over contactallergieën wereldwijd. Risicostoffen worden sneller opgespoord, er zijn steeds meer veilige alternatieven beschikbaar en consumenten letten steeds beter op ingrediëntenlijsten. Toch blijft alertheid belangrijk, vooral omdat sommige stoffen nog steeds in onverwachte producten voorkomen of verstopt zitten achter minder bekende chemische namen.
Volgende week gaan we verder met de periode 2019 tot en met 2024. In die jaren stonden allergenen centraal zoals parabenen, isobornylacrylaat, acetofenonazine, aluminium, lanoline en sulfieten.