Twee weken geleden zijn wij gestart met een blogreeks over de contactallergenen van het jaar, waarin we vorige week de periode van 2005 tot en met 2009 bespraken. Vandaag gaan we verder met de jaren daarna. Elk jaar kiest de American Contact Dermatitis Society een allergeen dat extra aandacht verdient, omdat het vaak allergische reacties veroorzaakt of interessant is om een andere reden. In deze blog bespreken we de allergenen van 2010 tot en met 2013. Dit zijn: neomycine, dimethylfumaraat, acrylaten en methylisothiazolinone. We leggen uit waar je ze tegenkomt, hoe je een allergie herkent en wat je kunt doen als je gevoelig bent.
2010 – Neomycine
Neomycine is een antibioticum dat bacteriën op de huid bestrijdt. Het zit in medicinale zalven en oordruppels. Het wordt bijvoorbeeld ingezet bij wondjes, eczeemplekken of oorinfecties. Vooral mensen die regelmatig dergelijke zalven gebruiken, zoals diabetici met voetwondjes of mensen met chronisch eczeem, lopen risico op het ontwikkelen van een contactallergie. Het is namelijk niet één keer smeren, maar juist herhaald gebruik dat kan leiden tot overgevoeligheid. Een allergie voor neomycine merk je vaak doordat de plek waar je smeert niet verbetert, maar juist roder, jeukender of geïrriteerder wordt. De allergie kan ook samengaan met een reactie op bacitracine, omdat beide stoffen soms samen in één zalf worden toegepast. Naast zalven kan neomycine ook voorkomen in oog- of oordruppels, en in sommige gevallen in antibacteriële cosmetica, vooral in producten uit het buitenland. Juist omdat het wereldwijd veel wordt gebruikt en tot de meest voorkomende contactallergenen behoort, is neomycine een vast onderdeel van standaard allergietesten. Gelukkig zijn er goede alternatieven. Belangrijk om te weten: neomycine-allergie kan samengaan met overgevoeligheid voor andere antibiotica uit dezelfde groep. Heb je huidirritatie of uitslag na het gebruik van een antibioticazalf of oordruppels? Dan is het goed mogelijk dat neomycine de oorzaak is. Overleg bij twijfel met je arts of dermatoloog. Hoe eerder je het weet, hoe makkelijker je klachten kunt voorkomen.
2011 – Dimethylfumaraat (DMF)
Stel je voor: je koopt een mooie nieuwe leren bank of een paar stijlvolle schoenen. Alles lijkt perfect, tot je ineens uitslag krijgt. Rode, jeukende plekken op je rug, benen of voeten, soms zelfs met blaren. In de jaren 2000 gebeurde dit vaker dan je zou denken, en de oorzaak bleek verrassend: dimethylfumaraat (DMF), een schimmelwerende stof die werd toegevoegd aan kleine zakjes in meubel- en schoenverpakkingen. DMF verdampte langzaam uit die zakjes, drong het leer binnen en kwam zo in contact met de huid van nietsvermoedende gebruikers. Hele gezinnen kregen last van eczeem, simpelweg door op hun nieuwe bank te zitten. Een fenomeen dat zelfs de bijnaam ‘sofa dermatitis’ kreeg. DMF werd vooral gebruikt in producten uit China, als bescherming tegen schimmel tijdens het transport. Maar het leidde tot zoveel allergische reacties in Europa dat de stof in 2009 volledig verboden werd voor gebruik in consumentenproducten. Sindsdien zijn de meldingen sterk afgenomen, maar het blijft een goed voorbeeld van hoe onzichtbare stoffen grote invloed kunnen hebben op je huid. Als je ooit zonder duidelijke reden uitslag kreeg na contact met nieuwe meubels of schoenen, kan DMF de oorzaak zijn geweest. Tegenwoordig komt het gelukkig nog zelden voor, zeker als je je aankopen doet bij betrouwbare winkels. Toch is het bij nieuwe leren producten nog steeds verstandig om ze goed te luchten voor gebruik. DMF is niet hetzelfde als de medicinale variant dimethylfumaraat, die als pil wordt gebruikt bij psoriasis en MS. Mensen met een contactallergie voor DMF hebben daar meestal geen last van. Wel blijkt dat wie gevoelig is voor DMF, vaak ook alert moet zijn op andere conserveermiddelen of biociden. Een simpele aankoop als een bank of paar schoenen zou geen huidklachten moeten veroorzaken. Gelukkig zijn we DMF inmiddels grotendeels kwijt, maar de les blijft: wat je niet ziet, kan je huid wél voelen.
2012 – Acrylaten
Glanzende kunstnagels, een nieuwe tandvulling of een medische pleister die goed blijft zitten, allemaal handig en modern, maar soms ook een stille boosdoener voor je huid. Acrylaten, de stoffen die deze producten zo stevig maken, kunnen bij sommige mensen een flinke allergische reactie veroorzaken. Acrylaten zijn kunststofmonomeren die worden gebruikt in gel- en acrylnagels, tandheelkundige vullingen, lijmen, verven en zelfs in de plaklaag van pleisters. Tijdens het aanbrengen of dragen kunnen restjes van deze stoffen vrijkomen en diep in de huid dringen, wat bij gevoelige personen leidt tot eczeem, roodheid of blaren. Vooral nagelstylisten lopen risico, omdat zij dagelijks met onuitgeharde acrylaten werken. Maar ook consumenten kunnen klachten ontwikkelen, bijvoorbeeld na het laten zetten van kunstnagels of het dragen van een pleister of sensor op dezelfde plek. Diabetici die dagelijks een glucosesensor dragen herkennen soms hardnekkige uitslag onder de pleister, zonder te weten dat acrylaten daarin de oorzaak kunnen zijn. De allergie uit zich vaak precies op de plek van contact: vingertoppen, wangen, of de huid onder een medisch hulpmiddel. Maar bij bepaalde beroepen, zoals spuiters of mensen die met 3D-printing werken, kan de blootstelling zelfs in de lucht zitten, wat zorgt voor bredere huidklachten. Heb je aanhoudende huidproblemen op specifieke plekken? Dan kan het zinvol zijn om bij een dermatoloog een allergietest te laten doen op acrylaten. Ze worden namelijk niet standaard in elke testserie meegenomen. Een ander belangrijk punt: wie allergisch is voor één soort acrylaat, reageert vaak ook op andere uit dezelfde familie. Zo kan iemand met een allergie voor nagelproducten ook bij de tandarts last krijgen van een implantaten met verwante stoffen. Vermijden van alle acrylaten (en methacrylaten) is dan de veiligste optie. Gelukkig zijn fabrikanten zich steeds meer bewust van dit probleem. In sommige landen zijn de meest irriterende acrylaten inmiddels verboden in nagelproducten, en ook medische bedrijven verbeteren hun lijmen om reacties te voorkomen. Dus merk je uitslag op na een bezoek aan de nagelstudio of na gebruik van een medische pleister? Denk dan aan acrylaten.
2013 – MI (Methylisothiazolinone)
Begin jaren 2010 zat het ineens overal in: methylisothiazolinone (MI), een conserveermiddel dat werd toegevoegd aan talloze verzorgingsproducten, van shampoos tot babydoekjes. Het moest een veilig alternatief zijn voor parabenen, maar bleek uiteindelijk zélf een van de grootste veroorzakers van contactallergie. MI werd gebruikt om producten langer houdbaar te maken, maar kwam in zulke hoge concentraties voor in onder andere vochtige doekjes, lotions en gezichtscrèmes, dat het leidde tot een heuse allergie-epidemie. Zoveel mensen kregen uitslag van hun ‘milde’ of zelfs ‘parfumvrije’ producten, dat MI in 2013 werd uitgeroepen tot allergeen van het jaar. De reacties zijn vaak duidelijk: roodheid, jeuk of eczeem op het gezicht, de handen of de hoofdhuid. Juist plekken waar je die producten aanbrengt of die in contact komen met resten op kleding of handdoeken. Zelfs schilders ontwikkelden allergieën door contact met watergedragen verf, waarin MI als biocide werd toegevoegd. Door alle meldingen greep de EU in. Sinds 2017 is MI verboden in leave-on producten zoals bodylotion of make-up en mag het alleen nog in lage hoeveelheden gebruikt worden in producten die je weer afspoelt, zoals shampoo of douchegel. Toch betekent dat niet dat het verdwenen is. MI zit nog steeds in schoonmaakmiddelen, sommige verzorgingsproducten en industriële verven. Let dus goed op, zeker als je merkt dat je huid geïrriteerd raakt na gebruik van een ‘parfumvrij’ product. Parfumvrij betekent namelijk niet automatisch vrij van MI. Kijk naar de ingrediëntenlijst en zoek naar “methylisothiazolinone” of de combinatie met “methylchloroisothiazolinone” (MCI), samen bekend als Kathon CG. Als je op één van beide reageert, kun je ook klachten krijgen van andere stoffen uit dezelfde groep, zoals benzisothiazolinone. Heb je aanhoudende klachten en vermoed je dat een verzorgingsproduct de oorzaak is? Laat het dan testen bij een dermatoloog.
Tot slot
De contactallergenen van 2010 tot en met 2013 laten zien hoe uiteenlopende en vaak alledaagse producten zoals medische zalven, vochtige doekjes, kunstnagels, pleisters en meubels onverwacht huidklachten kunnen veroorzaken. Wie regelmatig in aanraking komt met deze stoffen, loopt risico op het ontwikkelen van eczeem, roodheid of jeuk, vaak zonder direct te weten waardoor het komt. Door deze allergenen beter te leren kennen en tijdig te herkennen, kunnen klachten sneller worden aangepakt en verergering worden voorkomen.
De jaarlijkse selectie van een allergeen van het jaar door de American Contact Dermatitis Society helpt om bewustwording te vergroten, zowel onder zorgverleners als bij het grote publiek. Gelukkig neemt de kennis over contactallergieën wereldwijd toe, worden risicostoffen steeds vaker opgespoord en zijn er steeds meer veilige alternatieven beschikbaar.
Volgende week gaan we verder met de contactallergenen van 2014 tot en met 2018. In die periode stonden stoffen centraal zoals benzofenonen, formaldehyde, kobalt, alkylglucosiden en propyleenglycol. Deze allergenen komen voor in producten als zonnebrandcrème, kleding, make-up, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen en zelfs medicijnen. Sommige ingrediënten klinken misschien mild of natuurlijk, maar kunnen bij gevoelige personen juist tot hardnekkige huidklachten leiden. Denk je dat jouw huidklachten hiermee te maken kunnen hebben? Of wil je beter weten waar je op moet letten bij het kiezen van producten? Houd dan zeker onze website in de gaten.