Latexallergie, rubberallergie of huidirritatie?
De term ‘latexallergie’ wordt vaak gebruikt voor verschillende reacties op handschoenen en rubber. Het moment waarop de klachten ontstaan en het soort huidreactie geven belangrijke aanwijzingen over de mogelijke oorzaak.
Directe latexallergie (type I)
Een directe latexallergie is een allergische reactie op eiwitten in natuurlijke rubberlatex. De klachten ontstaan meestal binnen enkele minuten tot enkele uren na contact. Mogelijke symptomen zijn jeuk, galbulten, zwelling, niezen, oogklachten, hoesten of benauwdheid. De diagnose wordt gebaseerd op het klachtenpatroon en de relatie met blootstelling aan latex. Aanvullend kan een huidpriktest en/of specifiek IgE-bloedonderzoek worden uitgevoerd.
Contactallergie voor rubberhulpstoffen (type IV)
Een vertraagde contactallergie wordt meestal niet veroorzaakt door de latexeiwitten zelf, maar door chemische stoffen die tijdens de productie aan rubber worden toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn rubberversnellers. De klachten ontstaan meestal pas enkele uren tot dagen na het contact. Er kan jeukend eczeem ontstaan met roodheid, schilfering, kloofjes en soms blaasjes. Met een plaktest kan worden onderzocht of sprake is van een contactallergie voor een of meer rubberhulpstoffen.
Irritatief contacteczeem
Irritatief contacteczeem is geen allergie. Het kan ontstaan door onder andere wrijving, zweten, afsluiting van de huid, zeep, desinfecterende middelen en veelvuldig handen wassen. De klachten ontwikkelen zich vaak geleidelijk of na herhaalde belasting. De huid kan droog, branderig, rood en schilferend worden. Ook kunnen pijnlijke kloven ontstaan. Er bestaat geen allergietest voor irritatief contacteczeem. De diagnose wordt gesteld op basis van de klachten, de huidafwijkingen en de blootstelling aan irriterende factoren.
Symptomen van een latexallergie
Directe klachten door natuurrubberlatex
Bij een type I-latexallergie ontstaan de klachten meestal snel na contact met natuurlijke rubberlatex. Mogelijke symptomen zijn:
- jeuk, roodheid of een branderig gevoel;
- jeukende bulten of galbulten;
- zwelling van de handen, oogleden, lippen of tong;
- rode, tranende of jeukende ogen;
- hoesten, piepen of benauwdheid;
- buikpijn, misselijkheid of braken;
- een uitgebreide allergische reactie.
Klachten kunnen bijvoorbeeld ontstaan na het aantrekken van latexhandschoenen, het opblazen van een ballon, condoomgebruik of een medische of tandheelkundige behandeling waarbij latex wordt gebruikt.
Latexdeeltjes konden zich vooral via het poeder van gepoederde latexhandschoenen door de lucht verspreiden. Het gebruik van deze handschoenen is sterk afgenomen, maar een directe latexallergie komt nog steeds voor.
Vertraagd eczeem door rubberhulpstoffen
Bij een type IV-contactallergie ontstaat eczeem pas uren tot enkele dagen na het contact. De klachten kunnen bestaan uit:
- jeuk;
- roodheid of een donkere verkleuring van de huid;
- schilfering;
- bultjes of blaasjes;
- een droge of verdikte huid;
- pijnlijke kloven;
- nattend eczeem.
Deze reactie wordt meestal veroorzaakt door rubberversnellers en andere hulpstoffen die nodig zijn om rubber sterk en elastisch te maken. Voorbeelden zijn thiuramen, carbamaten en thiazolen. Deze stoffen kunnen voorkomen in producten van natuurrubber én in synthetisch rubber.
Irritatie door handschoenen
Irritatief contacteczeem komt vaker voor dan een echte latexallergie. Het ontstaat onder andere door:
- zweten in handschoenen;
- afsluiting en wrijving;
- veelvuldig handen wassen;
- zeep en schoonmaakmiddelen;
- desinfecterende middelen;
- onvoldoende drogen van de handen;
- langdurig of herhaald dragen van handschoenen.
De huid wordt meestal droog, branderig, rood en schilferend. Later kunnen kloven ontstaan. Omdat irritatie en allergie sterk op elkaar kunnen lijken, is beoordeling van het volledige klachtenpatroon belangrijk.
Wanneer moet u direct hulp inschakelen?
Bel 112 bij ernstige benauwdheid, zwelling van de tong of keel, moeite met slikken, dreigend flauwvallen of een snel uitbreidende ernstige allergische reactie.
Heeft u eerder een ernstige reactie op latex doorgemaakt? Bespreek dan met uw arts welke noodmedicatie nodig is en hoe u nieuwe blootstelling kunt voorkomen.
Welke producten kunnen latex of rubberhulpstoffen bevatten?
Natuurlijke rubberlatex en rubberhulpstoffen kunnen in uiteenlopende producten voorkomen, zoals:
- onderzoeks-, operatie- en huishoudhandschoenen;
- ballonnen;
- condooms en pessaria;
- elastieken en elastische banden;
- fopspenen en flessenspenen;
- sportartikelen en handvatten;
- schoenen, laarzen en rubberen zolen;
- beschermende kleding en maskers;
- medische slangen, katheters en afdichtingen;
- tandheelkundige materialen, zoals rubberdammen;
- pleisters, verbanden en andere elastische hulpmiddelen.
Niet ieder rubberproduct bevat natuurlijke rubberlatex. Andersom betekent ‘latexvrij’ niet automatisch dat een product vrij is van rubberversnellers.
Wie heeft meer kans op een latexallergie?
De kans op een directe latexallergie is groter bij mensen die regelmatig of intensief aan natuurlijke rubberlatex zijn blootgesteld. Dit geldt onder andere voor:
- zorgmedewerkers en tandheelkundig personeel;
- laboratoriummedewerkers;
- schoonmakers en mensen die beroepsmatig handschoenen dragen, zoals kappers;
- medewerkers in de rubberverwerkende industrie;
- mensen die meerdere operaties of medische ingrepen hebben ondergaan;
- mensen die regelmatig een katheter nodig hebben;
- mensen met atopisch eczeem, astma of andere atopische aandoeningen;
- mensen met beschadigde of chronisch geïrriteerde handen.
Een verhoogd risico betekent niet automatisch dat u allergisch bent. Een allergietest is vooral zinvol wanneer uw klachten en de timing daarvan bij een latex- of rubberallergie passen.
Hoe wordt een latexallergie vastgesteld?
Er bestaat niet één standaardtest voor alle reacties op latex en rubber. De arts kijkt eerst naar:
- het soort klachten;
- hoe snel de klachten ontstaan;
- op welke plek de reactie begint;
- met welke producten u contact heeft gehad;
- uw beroep en hobby’s;
- eerdere reacties bij medische of tandheelkundige ingrepen;
- bestaande huidklachten, astma of andere allergieën;
- de gebruikte handschoenen en andere materialen.
De samenhang tussen blootstelling en klachten is een belangrijk onderdeel van de diagnose. Een positieve test betekent namelijk niet automatisch dat het onderzochte allergeen ook werkelijk uw klachten veroorzaakt.
Huidpriktest bij directe klachten
Bij klachten die binnen enkele minuten ontstaan, kan een huidpriktest worden overwogen. Daarbij wordt een kleine hoeveelheid testvloeistof op de onderarm aangebracht en wordt oppervlakkig door de druppel geprikt.
Na ongeveer 15 minuten wordt de huidreactie beoordeeld. Een zwelling en roodheid kunnen wijzen op de aanwezigheid van IgE-antistoffen, maar de uitslag moet altijd worden vergeleken met uw klachten. Vanwege het risico op een directe allergische reactie moet onderzoek naar een mogelijke type I-latexallergie onder medische begeleiding plaatsvinden.
Bloedonderzoek naar specifiek IgE
Met bloedonderzoek kan worden bepaald of specifieke IgE-antistoffen tegen natuurrubberlatex aanwezig zijn. Een positieve bloedtest toont sensibilisatie aan, maar bewijst niet zonder meer dat contact met latex ook klachten veroorzaakt. Dit latex-specifieke bloedonderzoek wordt momenteel niet binnen Allergie Centra Nederland uitgevoerd. Als het onderzoek medisch zinvol is, wordt besproken via welke zorgverlener of welk laboratorium dit kan plaatsvinden.
Plaktest bij vertraagd eczeem
Bij eczeem dat uren tot dagen na contact ontstaat, past meestal een plaktest of plakproef. Hierbij worden relevante allergenen met pleisters op de rug aangebracht.
Bij verdenking op een rubberallergie worden vooral chemische rubberhulpstoffen getest. Zo kan worden onderzocht of u allergisch bent voor bijvoorbeeld een rubberversneller. Een plaktest onderzoekt geen directe IgE-allergie voor natuurrubberlatex.