Merkt u dat eczeem aan uw voeten steeds terugkomt bij bepaalde schoenen? Of heeft u vooral jeuk, roodheid of schilfering op plekken waar de schoen de huid raakt? Dan kan een allergie voor een bestanddeel van uw schoenen een mogelijke verklaring zijn.
Bij een schoenallergie bent u meestal niet allergisch voor de schoen als geheel. Het gaat om een vertraagde allergische reactie op één of meerdere stoffen die bij de productie van schoenen worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan stoffen in leer, rubber, lijm, kleurstoffen of metalen onderdelen.
Schoenallergie kan lastig te herkennen zijn. Eén schoen bestaat uit veel verschillende materialen en bovendien kunnen warmte, transpiratie en wrijving eveneens eczeem aan de voeten veroorzaken of verergeren. Onderzoek is daarom vooral gericht op de vraag: is er daadwerkelijk sprake van een contactallergie en, zo ja, voor welke stof?
Kun je allergisch zijn voor schoenen?
Ja. Schoenallergie is meestal een vorm van allergisch contacteczeem. Hierbij is het afweersysteem gevoelig geworden voor een bepaalde stof die met de huid in contact komt.
Het gaat meestal om een vertraagde, zogenoemde type IV-allergie. De reactie hoeft daarom niet direct te ontstaan wanneer u uw schoenen aantrekt. Klachten kunnen pas later duidelijk worden. Dat maakt het soms moeilijk om zelf een verband te leggen tussen het eczeem en een bepaald paar schoenen. Een contactallergie kan bovendien pas ontstaan nadat u een materiaal langere tijd zonder problemen heeft gebruikt. Het is dus mogelijk dat schoenen die u eerder goed kon dragen op een later moment toch klachten geven.
In een overzichtsartikel over schoenallergie beschrijven Amerikaanse dermatologen Matthys, Zahir en Ehrlich dat allergenen afkomstig kunnen zijn uit vrijwel ieder onderdeel van een schoen, waaronder rubber, lijm, leer, kleurstoffen, metaal en zelfs middelen die op de voet worden aangebracht. Dit is één van de redenen waarom alleen naar het uiterlijk van het eczeem kijken onvoldoende is om schoenallergie vast te stellen.
Wilt u meer weten over dit soort vertraagde allergische reacties? Lees dan verder over contactallergie.
Welke stoffen in schoenen kunnen een allergie veroorzaken?
Een schoen bestaat uit veel meer dan alleen leer of rubber. Denk ook aan de binnenzool, voering, lijm, schuim, elastische delen, kleurstoffen, metalen sluitingen en producten waarmee materialen worden behandeld.
Onderzoek onder patiënten die vanwege huidklachten met plakproeven worden onderzocht, laat zien dat vooral een aantal groepen schoenallergenen steeds terugkomt.
De plaats van het eczeem kan een aanwijzing geven voor de mogelijke blootstelling, maar is op zichzelf geen bewijs voor een bepaalde allergie.
Wat laat onderzoek naar schoenallergie zien?
Een grote Noord-Amerikaanse studie uit 2022 analyseerde gegevens van 33.661 patiënten die tussen 2005 en 2018 waren getest met plakproeven. Binnen deze gespecialiseerde patiëntengroep voldeden 352 patiënten aan de criteria voor schoengerelateerde allergische contactdermatitis. Bij deze 352 patiënten waren onder de standaard geteste allergenen vooral kaliumdichromaat, dat samenhangt met blootstelling aan chroom, en p-tert-butylfenol-formaldehydehars, een stof die in bepaalde lijmen wordt gebruikt, relevant. Daarnaast werden regelmatig reacties gevonden op verschillende rubberchemicaliën, waaronder thiuram- en carbamaatverbindingen.
Dat betekent niet dat deze percentages gelden voor iedereen met voeteczeem. Het onderzoek vond plaats binnen een geselecteerde groep patiënten die al vanwege mogelijke contactallergie waren verwezen. Het laat wél zien welke stoffen bij bevestigde schoenallergie bijzondere aandacht verdienen.
Een Europese analyse uit 2021 geeft een vergelijkbaar beeld. Onder 119.417 patiënten die in dermatologische centra in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland waren getest, werden 625 patiënten geïdentificeerd bij wie schoenen als mogelijke oorzaak van de dermatitis werden verdacht. Binnen deze groep kwamen positieve reacties op kaliumdichromaat, colofonium en verschillende rubberchemicaliën duidelijk vaker voor dan bij patiënten bij wie een andere bron van contactallergie werd vermoed.
Allergie voor leren schoenen
Bij leren schoenen zijn vooral stoffen relevant die worden gebruikt bij de verwerking en het looien van leer. Een belangrijk voorbeeld is chroom. Chroomverbindingen worden veel toegepast bij het looien van leer. Bij mensen die hiervoor gesensibiliseerd zijn, kan huidcontact met chroomhoudend leer allergisch contacteczeem uitlokken.
Dat chroom al langere tijd een belangrijk schoenallergeen is, blijkt ook uit onderzoek. In een Britse studie werden gedurende tien jaar 230 patiënten met voeteczeem met een speciale schoenenreeks getest. Bij ongeveer 23% werd een relevante allergische reactie aangetoond. Chroom was in deze onderzoeksgroep het meest voorkomende relevante schoenallergeen.
Een positieve chroomtest betekent overigens niet automatisch dat alle leren schoenen klachten veroorzaken. Het type leer, de productiemethode en de hoeveelheid chroom die daadwerkelijk uit het materiaal vrijkomt kunnen verschillen.
Allergie voor rubber in schoenen
Rubber komt voor in veel verschillende soorten schoeisel: van sportschoenen en slippers tot regenlaarzen en werkschoenen.
Bij een vertraagde contactallergie voor rubber gaat het vaak niet om het rubber zelf, maar om rubberhulpstoffen die nodig zijn tijdens het productieproces. Voorbeelden zijn thiurams, carbamaten, mercaptobenzothiazol (MBT) en diphenylguanidine (DPG).
Ook in het eerder genoemde Europese onderzoek werden reacties op mercaptobenzothiazol en de mercaptomix duidelijk vaker gezien bij patiënten met vermoedelijke schoenallergie dan bij andere geteste patiënten.
Een contactallergie voor rubberhulpstoffen is iets anders dan een directe allergie voor natuurrubberlatex. Bij schoeneczeem gaat het meestal juist om de vertraagde vorm van contactallergie.
Lees meer over een latexallergie
Allergie voor lijm in schoenen
Veel onderdelen van een schoen worden aan elkaar gelijmd. Ook deze lijmen en harsen kunnen contactallergenen bevatten.
Een bekend schoenallergeen is p-tert-butylfenol-formaldehydehars, vaak afgekort als PTBP-FR. Ook colofonium kan in lijmen of aanverwante materialen voorkomen.
Welke stoffen daadwerkelijk in een specifieke schoen zijn gebruikt, is voor patiënten en behandelaars niet altijd eenvoudig te achterhalen. Samenstellingen veranderen bovendien in de loop van de tijd. Juist daarom kan bij een sterke verdenking op schoenallergie soms meer nodig zijn dan alleen een standaardreeks allergenen.
Nikkel in gespen en andere metalen onderdelen
Niet alleen het materiaal van de schoen zelf kan een rol spelen. Metalen gespen, haakjes, ritsen of decoratieve onderdelen kunnen bijvoorbeeld nikkel afgeven. Wanneer het eczeem heel lokaal ontstaat precies op de plaats waar een metalen onderdeel de huid raakt, kan dit een aanwijzing zijn. Ook hier geldt dat het patroon alleen niet voldoende is om de diagnose te stellen.
Lees meer over nikkelallergie.
Hoe ziet een schoenallergie eruit?
Schoenallergie kan verschillende huidklachten geven, waaronder:
- roodheid;
- jeuk;
- schilfering;
- een droge huid;
- kloofjes;
- blaasjes;
- een branderig gevoel;
- verdikking van de huid bij langdurige klachten.
De verdeling van het eczeem over de voet kan soms aanvullende informatie geven.
Een ouder maar relatief groot onderzoek uit Portugal volgde 539 patiënten met contactdermatitis door schoenen of kleurstoffen. Bij ongeveer driekwart van deze patiënten was sprake van terugkerende, dubbelzijdige dermatitis op de bovenzijde van de voeten. In dat onderzoek waren PTBP-hars en chroom belangrijke allergenen. Wanneer de afwijkingen vooral aan de voetzolen zaten, werden juist vaker rubbertoevoegingen gevonden.
Zo’n patroon kan helpen om te bepalen welke stoffen bij een plakproef extra aandacht verdienen. Het is echter niet specifiek genoeg om op basis van de locatie alleen te zeggen waarvoor iemand allergisch is.
Waarom kunnen warmte en zweet de klachten erger maken?
In een gesloten schoen ontstaat een warme en vochtige omgeving. Transpiratie, afsluiting en wrijving kunnen de huidbarrière aantasten en bestaand eczeem verergeren.
Daarnaast kan vocht invloed hebben op de mate waarin bepaalde stoffen uit schoenmaterialen beschikbaar komen voor contact met de huid. In een groot Europees onderzoek naar voetdermatitis noemen onderzoekers de combinatie van warmte, vocht, wrijving en afsluiting dan ook als factoren die de voeten extra gevoelig kunnen maken voor contactdermatitis.
Dat eczeem erger wordt wanneer uw voeten zweten, bewijst echter niet dat u een allergie heeft. Irritatie en allergie kunnen sterk op elkaar lijken en kunnen ook tegelijkertijd aanwezig zijn.
Schoenallergie of toch iets anders?
Dit onderscheid is belangrijk. Eczeem op de voeten betekent niet automatisch dat iemand allergisch is voor schoenen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit een Amerikaans onderzoek van Shackelford en Belsito. Zij bekeken 704 patiënten die met plakproeven waren onderzocht. Bij 70 patiënten leek het klachtenpatroon vooraf op allergisch contacteczeem van de voeten. Uiteindelijk bleek slechts 32,9% van deze groep daadwerkelijk allergisch contacteczeem door schoenbestanddelen te hebben. Psoriasis werd binnen deze geselecteerde groep zelfs iets vaker als uiteindelijke diagnose gesteld.
Dat onderzoek is inmiddels ouder, maar illustreert nog steeds een belangrijk punt: een voet die eruitziet alsof er sprake is van schoenallergie hoeft dat niet daadwerkelijk te zijn.
Andere mogelijke verklaringen voor voeteczeem zijn bijvoorbeeld:
- irritatief contacteczeem;
- atopisch eczeem;
- blaasjeseczeem;
- een schimmelinfectie;
- psoriasis;
- reacties op huidverzorgingsproducten of geneesmiddelen die op de voeten worden aangebracht of met de voeten in aanraking komen. Denk bijvoorbeeld aan een reactie onder de voetzolen door het uitspoelen van shampoo.
We werken deze oorzaken bewust niet allemaal op deze pagina uit. Meer over het onderscheid tussen deze aandoeningen leest u op onze pagina over voeteczeem.
Wanneer kan een plakproef bij schoenallergie zinvol zijn?
Wanneer het klachtenpatroon bij een vertraagde contactallergie past, kan een plakproef worden uitgevoerd.
Bij dit onderzoek worden verschillende contactallergenen gedurende een bepaalde tijd met pleisters op de rug aangebracht. De reacties worden vervolgens op meerdere momenten beoordeeld.
Bij verdenking op schoenallergie is vooral de keuze van de te testen stoffen belangrijk. Een standaardreeks bevat veel veelvoorkomende contactallergenen, maar hoeft niet ieder mogelijk allergeen uit een schoen te bevatten.
Dat werd duidelijk aangetoond in een studie uit 2022 onder 178 patiënten met een klinische verdenking op schoenallergie. Uiteindelijk werd bij 77 patiënten schoenallergie vastgesteld. Van deze 77 reageerden 29 patiënten op materiaal uit hun eigen schoenen, terwijl zij géén positieve reactie hadden op de overeenkomstige schoengerelateerde allergenen uit de standaardtest. De onderzoekers berekenden dat het testen met eigen schoenmateriaal in hun onderzoeksgroep de diagnostische opbrengst met 37,7% verhoogde.
Ook de grote Noord-Amerikaanse analyse laat het belang van aanvullende allergenen zien. Van de 352 patiënten met schoenallergie reageerde bijna 30% op ten minste één aanvullend getest allergeen. Bij 12,2% werden de relevante positieve reacties zelfs uitsluitend in de aanvullende testen gevonden en niet in de standaardscreening.
Dit betekent niet dat bij iedere patiënt automatisch stukken van de eigen schoen moeten worden getest. Het onderstreept vooral dat onderzoek naar schoenallergie moet worden afgestemd op de daadwerkelijke blootstelling en het klachtenpatroon.
Onderzoek naar contactallergie kan bijvoorbeeld worden overwogen wanneer:
- het eczeem aan de voeten langdurig aanwezig blijft of steeds terugkomt;
- de klachten duidelijk optreden bij bepaalde schoenen;
- het eczeem samenvalt met plaatsen waar specifieke schoenonderdelen de huid raken;
- beide voeten op vergelijkbare plaatsen zijn aangedaan;
- de klachten afnemen wanneer bepaalde schoenen niet worden gedragen;
- u langdurig gesloten werk-, sport- of veiligheidsschoenen draagt;
- behandeling onvoldoende verbetering geeft;
- uw arts een contactallergie vermoedt.
Daarbij blijft het belangrijk eerst te beoordelen of het klachtenbeeld daadwerkelijk bij contactallergie past. Een plakproef is bijvoorbeeld niet bedoeld om een schimmelinfectie vast te stellen.
Meer over het onderzoek zelf leest u bij de plakproef en in onze blog over wanneer plakproeven bij eczeem zinvol zijn.
Veelgestelde vragen over schoenallergie
Kun je allergisch zijn voor leren schoenen?
Ja. Vooral chroomverbindingen die bij het looien van leer worden gebruikt zijn bekende contactallergenen. Andere stoffen uit de verwerking of afwerking van leer kunnen eveneens een rol spelen. Een positieve allergietest voor chroom betekent niet automatisch dat ieder leren product klachten veroorzaakt.
Kun je allergisch zijn voor rubberen zolen?
Ja. Meestal gaat het dan om een contactallergie voor hulpstoffen die tijdens de productie van rubber worden gebruikt, zoals bepaalde rubberversnellers. Dit is iets anders dan een directe latexallergie.
Kan schoenallergie alleen aan de voetzolen zitten?
Nee. De klachten kunnen op de voetzolen, bovenkant van de voeten, tenen, zijkanten of hiel voorkomen. Waar het eczeem ontstaat hangt mede samen met het onderdeel van de schoen waarin het relevante allergeen zit.
Hoe weet ik of mijn voeteczeem door schoenen komt?
Dat is meestal niet betrouwbaar vast te stellen op basis van het uiterlijk alleen. Het patroon van de huidafwijkingen, het verloop bij verschillende schoenen, andere blootstellingen en eventueel een plakproef moeten samen worden beoordeeld.
Kunnen schoenen die ik al jaren draag ineens klachten veroorzaken?
Ja. Een contactallergie ontstaat meestal pas nadat het afweersysteem gevoelig is geworden voor een stof. Daardoor kunt u een materiaal aanvankelijk zonder problemen gebruiken en later alsnog allergisch reageren.
Welke allergietest wordt gebruikt bij vermoeden van schoenallergie?
Bij vermoeden van een vertraagde allergische reactie wordt een plakproef gebruikt. Afhankelijk van de vermoedelijke blootstelling kan naast een standaardreeks aanvullend onderzoek naar schoengerelateerde allergenen nodig zijn.
Terugkerend eczeem aan uw voeten?
Heeft u langdurig of terugkerend voeteczeem en lijkt het dragen van bepaalde schoenen invloed te hebben op uw klachten? Dan kan worden beoordeeld of een contactallergie een rol zou kunnen spelen en of aanvullend onderzoek met plakproeven zinvol is.
Voor medisch-specialistische zorg bij Allergie Centra Nederland heeft u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.
Bronnen
Atwater, A. R., Bembry, R., Green, C. L., DeKoven, J. G., Warshaw, E. M., Belsito, D. V., Maibach, H. I., Silverberg, J. I., Taylor, J. S., Reeder, M. J., Zug, K. A., Fowler, J. F., Jr., Pratt, M. D., Sasseville, D., & DeLeo, V. A. (2022). Shoe allergens: A retrospective analysis of cross-sectional data from the North American Contact Dermatitis Group, 2005–2018. Dermatitis, 33(1), 62–69. https://doi.org/10.1097/DER.0000000000000750
Boonchai, W., Wongdama, S., Kumpangsin, T., Bunyavaree, M., Pruksaeakanan, C., & Chaiyabutr, C. (2022). The value of patch testing with shoe material samples in patients suspected of shoe allergic contact dermatitis. Dermatitis, 33(2), 116–121. https://doi.org/10.1097/DER.0000000000000790
Correia, S., & Brandão, F. M. (1986). Contact dermatitis of the feet. Dermatosen in Beruf und Umwelt, 34(4), 102–106.
Freeman, S. (1997). Shoe dermatitis. Contact Dermatitis, 36(5), 247–251. https://doi.org/10.1111/j.1600-0536.1997.tb00211.x
Holden, C. R., & Gawkrodger, D. J. (2005). 10 years’ experience of patch testing with a shoe series in 230 patients: Which allergens are important? Contact Dermatitis, 53(1), 37–39. https://doi.org/10.1111/j.0105-1873.2005.00631.x
Landeck, L., Uter, W., & John, S. M. (2012). Patch test characteristics of patients referred for suspected contact allergy of the feet—Retrospective 10-year cross-sectional study of the IVDK data. Contact Dermatitis, 66(5), 271–278. https://doi.org/10.1111/j.1600-0536.2011.02046.x
Matthys, E., Zahir, A., & Ehrlich, A. (2014). Shoe allergic contact dermatitis. Dermatitis, 25(4), 163–171. https://doi.org/10.1097/DER.0000000000000049
Shackelford, K. E., & Belsito, D. V. (2002). The etiology of allergic-appearing foot dermatitis: A 5-year retrospective study. Journal of the American Academy of Dermatology, 47(5), 715–721. https://doi.org/10.1067/mjd.2002.124697
Traidl, S., Werfel, T., Ruëff, F., Simon, D., Lang, C., & Geier, J. (2021). Patch test results in patients with suspected contact allergy to shoes: Retrospective IVDK data analysis 2009–2018. Contact Dermatitis, 85(3), 297–306. https://doi.org/10.1111/cod.13868
