Eczeem kan erger worden door bepaalde ingrediënten in cosmetica, verzorgingsproducten, medische crèmes of huishoudelijke producten. Door de INCI-lijst (de ingrediëntenlijst op de verpakking) goed te lezen, kunt u stoffen vermijden die eczeem kunnen uitlokken of verergeren.
In deze blog bespreken we vijftien veelvoorkomende contactallergenen en irriterende stoffen die een rol kunnen spelen bij eczeem. We leggen uit hoe u etiketten beter kunt begrijpen en waar u op moet letten bij het kiezen van producten.
Wat is INCI?
INCI staat voor International Nomenclature of Cosmetic Ingredients. Dit is het internationale systeem dat wordt gebruikt om de namen van ingrediënten in cosmetica vast te leggen. Dankzij dit systeem wordt overal ter wereld dezelfde naam gebruikt voor hetzelfde ingrediënt. Zo wordt water altijd vermeld als Aqua, en vitamine E als Tocopherol. Voor planten worden meestal Latijnse namen gebruikt, bijvoorbeeld Chamomilla Recutita voor kamille. Hierdoor kunt u, ongeacht de taal of het merk, zelf achterhalen welke stoffen in een product zitten.
De INCI-lijst op een verpakking
Elke verpakking van cosmetica moet een lijst bevatten met alle ingrediënten, de zogenaamde INCI-lijst. Deze lijst staat meestal op de achterkant van het product. De ingrediënten worden vermeld in volgorde van hoeveelheid: het eerste ingrediënt komt het meest voor in het product. Stoffen die in zeer kleine hoeveelheden aanwezig zijn, minder dan één procent, mogen aan het einde van de lijst in willekeurige volgorde worden genoemd.
Allergene geurstoffen
In de Europese Unie geldt een aparte regel voor geurstoffen die vaak allergische reacties veroorzaken. Er zijn 26 van deze zogenaamde allergene geurstoffen, zoals Limonene en Linalool. Deze moeten apart op het etiket staan als ze boven een bepaalde grenswaarde voorkomen, zelfs als ze onderdeel zijn van een verzamelnaam zoals Parfum.
Let op: een aanduiding als Parfum of Aroma kan uit tientallen verschillende stoffen bestaan, terwijl die afzonderlijk niet op de verpakking worden vermeld.
Hoe lees je een etiket?
Het lezen van een ingrediëntenlijst kost wat oefening, maar met een paar eenvoudige tips wordt het al snel makkelijker.
1. Lees van boven naar beneden
De ingrediënten staan op volgorde van hoeveelheid. De eerste stoffen op de lijst vormen dus het grootste deel van het product.
2. Let op synoniemen
Sommige stoffen hebben meerdere namen. Zo wordt vitamine C bijvoorbeeld ook vermeld als ascorbinezuur. In de tabel hieronder vindt u de belangrijkste synoniemen, zodat u weet waar u op moet letten bij het controleren van etiketten.
3. Wees kritisch op claims
Woorden als hypoallergeen of dermatologisch getest klinken betrouwbaar, maar ze zeggen niet alles. De term hypoallergeen is niet wettelijk beschermd en betekent dus niet dat niemand er allergisch op kan reageren. Controleer daarom altijd zelf de ingrediënten, ook als een product wordt aangeprezen als natuurlijk of allergievriendelijk.
4. Kies bij voorkeur parfumvrije producten
Parfumvrije producten bevatten geen geurstoffen, wat voor veel mensen met eczeem beter is. Controleer wel goed het etiket, want sommige producten met de aanduiding aroma of fragrance-free kunnen toch geurstoffen bevatten die bedoeld zijn om geuren te maskeren.
5. Allergenen en irriterende stoffen
In de onderstaande lijst staan zowel contactallergenen als irriterende stoffen.
Contactallergenen zijn stoffen die bij gevoelige personen een vertraagde reactie van het afweersysteem kunnen veroorzaken. Irriterende stoffen beschadigen bij vrijwel iedereen de huidbarrière als de blootstelling groot genoeg is. Beide typen stoffen kunnen eczeem verergeren.
Een allergisch contacteczeem ontstaat wanneer het afweersysteem reageert op een specifieke stof (een allergeen). De huidreactie verschijnt meestal pas na 24 tot 48 uur en uit zich in roodheid, schilfering, jeuk, blaasjes of zwelling.
Een irriterend contacteczeem ontstaat door directe schade aan de huidbarrière, bijvoorbeeld door een bijtende of uitdrogende stof. Hierbij speelt het afweersysteem geen rol, maar de huid kan wel vergelijkbare klachten geven.
Mensen met constitutioneel eczeem (ook wel atopisch eczeem genoemd) hebben van nature een kwetsbaardere huidbarrière. Daardoor kunnen ze sneller last krijgen van irriterende stoffen en ook eerder allergisch worden voor bepaalde ingrediënten.
15 veelvoorkomende eczeemtriggers in ingrediëntenlijsten
1. Parfum (geurstoffen)
Wat is het?
Parfum is een verzamelnaam voor geurstoffen die aan cosmetica worden toegevoegd om ze een aangename geur te geven. Op etiketten staat dit meestal als Parfum of Fragrance, en soms als Aroma. Fabrikanten zijn niet verplicht om alle afzonderlijke geurstoffen te vermelden. Vaak staat er dus alleen het woord Parfum op de ingrediëntenlijst, terwijl het product in werkelijkheid tientallen tot honderden geurstoffen kan bevatten. Die geurstoffen kunnen synthetisch zijn of afkomstig uit natuurlijke bronnen, zoals plantenextracten of etherische oliën.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Geurstoffen behoren tot de meest voorkomende oorzaken van contactallergie bij mensen met eczeem. Bij herhaald contact kan het afweersysteem overgevoelig worden voor één of meer geurcomponenten. De huid reageert dan met roodheid, jeuk en eczeem, meestal één tot twee dagen nadat het product is gebruikt. Sommige geurstoffen, zoals limonene (citrusgeur) en linalool (lavendelgeur), kunnen na contact met zuurstof veranderen in sterk allergene stoffen. Ook natuurlijke geuren zijn niet altijd onschuldig. Een bekend voorbeeld is Balsam van Peru, een natuurlijke hars die wereldwijd een van de meest voorkomende contactallergenen is. Naast allergische reacties kan parfum ook irritatie veroorzaken, vooral als het in hoge concentraties wordt gebruikt. Parfum kan de huid uitdrogen en de beschermende huidbarrière verzwakken, waardoor eczeemklachten kunnen verergeren.
Waar zit het in?
Parfum komt voor in vrijwel alle geurende producten, zoals crèmes, bodylotions, shampoos, deodorants, parfums, wasmiddelen en luchtverfrissers. Zelfs producten die als ongeparfumeerd worden verkocht, kunnen een zogenaamde maskerende geurstof bevatten. Die wordt toegevoegd om andere geuren te neutraliseren en staat soms vermeld als Aroma.
2. Methylisothiazolinone (MI / Methylchloroisothiazolinone)
Wat is het?
Methylisothiazolinone, vaak afgekort als MI, is een conserveermiddel dat wordt toegevoegd aan producten om schimmel- en bacteriegroei te voorkomen. Het zorgt ervoor dat cosmetica, schoonmaakmiddelen en andere waterhoudende producten langer houdbaar blijven. MI werd lange tijd gecombineerd met Methylchloroisothiazolinone (MCI) en verkocht onder namen als Kathon CG of Euxyl K100. Deze combinatie werd veel gebruikt vanwege de sterke werking tegen micro-organismen.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
MI is een van de bekendste allergenen van de afgelopen decennia. Tussen 2010 en 2015 kwam er in Europa een ware toename van allergische reacties op deze stof, soms wel aangeduid als een “MI-allergie-epidemie”. De oorzaak ligt in de chemische structuur: het MI-molecuul is klein en reactief, waardoor het zich makkelijk aan huidproteïnen bindt. Het afweersysteem herkent deze binding als vreemd en reageert met een allergisch contacteczeem. Mensen met deze allergie krijgen vaak roodheid, jeuk en eczeem op de plekken waar het product is gebruikt, meestal één tot twee dagen na contact. Omdat MI zo vaak problemen veroorzaakte, heeft de Europese Unie het gebruik inmiddels sterk beperkt. In producten die op de huid blijven zitten, zoals crèmes of lotions, is MI verboden. In producten die weer worden afgespoeld, zoals shampoo of douchegel, mag het nog in zeer kleine hoeveelheden aanwezig zijn. Zelfs bij mensen zonder allergie kan MI bij hoge concentraties irritatie veroorzaken, vooral op een beschadigde of gevoelige huid.
Waar zit het in?
MI en MCI kwamen vroeger voor in een groot aantal producten, zoals shampoos, douchegels, vloeibare handzepen, vochtige doekjes, gezichtscrèmes en zelfs in zogenaamde “natuurlijke” schoonmaakmiddelen. Tegenwoordig komt het nog af en toe voor in shampoos en badschuim (controleer daarom altijd de ingrediëntenlijst), maar vooral in huishoudelijke producten zoals allesreinigers, afwasmiddelen, verf en lijmen. Ook in hobbyproducten zoals waterverf of handreinigers kan MI worden gebruikt om bederf te voorkomen.
3. Formaldehyde en formaldehydereleasers
Formaldehyde is een conserveermiddel en desinfectiemiddel dat bacteriën en schimmels doodt. In pure vorm is het een gas, maar het wordt meestal opgelost in water. In cosmetica wordt formaldehyde tegenwoordig bijna nooit meer direct toegevoegd. In plaats daarvan gebruiken fabrikanten formaldehydereleasers: stoffen die langzaam kleine hoeveelheden formaldehyde afgeven om producten langer houdbaar te maken. Voorbeelden van zulke stoffen zijn Quaternium-15, DMDM Hydantoin, Imidazolidinyl Urea, Diazolidinyl Urea en Bronopol. Ook in sommige nagellakken worden formaldehydeverbindingen gebruikt.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Formaldehyde is een bekend en sterk contactallergeen. Het is een van de standaardstoffen waarop dermatologen testen bij plakproeven. Ongeveer twee tot drie procent van de mensen met eczeem reageert positief op formaldehyde. De stof kan een allergische reactie veroorzaken doordat het kleine molecuul de huid binnendringt en zich bindt aan lichaamseigen eiwitten. Het afweersysteem herkent dit als iets vreemds en reageert met ontsteking. Het gevolg is roodheid, jeuk en blaasjes op de plek waar het contact heeft plaatsgevonden, meestal één tot twee dagen na blootstelling. Naast een allergie kan formaldehyde ook directe irritatie veroorzaken, vooral bij hogere concentraties of bij een al beschadigde huid. Dit uit zich in een branderig of prikkelend gevoel, vooral wanneer het op eczeemplekken wordt aangebracht.
Waar zit het in?
Formaldehyde- en formaldehydereleasers kwamen vroeger in veel producten voor, maar het gebruik is de laatste jaren sterk afgenomen. Toch kunnen ze nog aanwezig zijn in:
- Verzorgingsproducten: oude formules van shampoo, conditioner, bodylotion, zonnebrandcrème en make-up
- Farmaceutische crèmes: ook sommige oudere hormoonzalven of antischimmelcrèmes gebruikten deze stoffen als conserveermiddel.
- Nagellak en kunstnagelproducten: de hars tosylamide/formaldehyde resin werd veel gebruikt om lak hard en glanzend te maken. Moderne “3-free” of “5-free” nagellakken zijn hier meestal vrij van.
- Huishoudproducten: formaldehyde kan voorkomen in desinfectiemiddelen, houtlijm, verf of textiel dat behandeld is om kreukvrij te blijven.
Wees vooral voorzichtig met oudere producten of importproducten; daarin worden deze stoffen soms nog gebruikt.
4. Lanoline (wolvet)
Wat is het?
Lanoline, ook wel bekend als wolvet, is een vetachtige stof die van nature voorkomt in schapenwol. Het wordt gewonnen door de wol te wassen en het vet eruit te zuiveren. Chemisch gezien bestaat lanoline uit een mengsel van vetzuren, was-esters en stoffen die lijken op cholesterol. In cosmetica wordt zowel Lanolin (de volledige stof) gebruikt als de gezuiverde vorm Wool Alcohols (wolalcoholen), die op etiketten vaak worden vermeld als Lanolin Alcohol. Lanoline is een klassiek ingrediënt in zalf- en crème bases, omdat het de huid soepel houdt en helpt om vocht vast te houden. Daarom wordt het vaak toegepast bij een droge of eczeemgevoelige huid.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Een lanoline-allergie ontstaat wanneer het afweersysteem de wolalcoholen als een vreemde stof herkent. Hierdoor kan een contacteczeemreactie ontstaan, met roodheid, jeuk, bultjes en soms kleine, nattende blaasjes op de contactplek. Mensen met een beschadigde huid, zoals bij een open been of langdurig eczeem, hebben een hogere kans om gevoelig te worden voor lanoline. Dat komt doordat de huidbarrière dan verzwakt is, waardoor de stof dieper kan binnendringen. Naast allergische reacties kan pure lanoline bij sommige mensen acne-achtige bultjes veroorzaken, omdat het een vrij vette (comedogene) stof is. Dat is echter geen allergie.
Waar zit het in?
Lanoline wordt veel gebruikt in vette zalven en crèmes, vooral in producten die bedoeld zijn om de huid te beschermen of te verzachten. Het komt onder andere voor in:
- Medische zalven en basiscrèmes zoals Cetomacrogolzalf, die vaak rond tien procent wolvet bevatten.
- Bodybutters, lippenbalsems en babycrèmes (zoals uierzalf of tepelcrème bij borstvoeding).
- Haarproducten zoals conditioners en make-up zoals lipsticks en mascara.
Daarnaast bevat wollen kleding van nature een kleine hoeveelheid lanoline. Deze hoeveelheid is echter zo laag dat het bij normaal dragen vrijwel nooit een allergische reactie veroorzaakt. De kans op een allergie is vooral aanwezig bij cosmetica waarin lanoline of wolalcoholen in hogere concentratie voorkomen.
5. p-Phenylenediamine (PPD)
Wat is het?
p-Phenylenediamine (PPD) is een aromatische verbinding die als kleurstof wordt gebruikt. Het is het belangrijkste bestanddeel van vrijwel alle donkere haarverven, zowel permanente als sommige semi-permanente varianten.
PPD zorgt voor de diepe, zwarte of donkerbruine kleur van geverfd haar. Wanneer het wordt gemengd met waterstofperoxide, vindt een chemische reactie plaats waarbij de kleur in het haar vastzet. Naast haarverf wordt PPD ook gebruikt in zwarte hennatatoeages, textielverven, printerinkt, fotochemische ontwikkelaars en rubberproducten (zoals autobanden of rubberen schoenen).
Waarom kan het eczeem uitlokken?
PPD is een zeer krachtig contactallergeen en staat bekend als een van de meest voorkomende oorzaken van haarverf-allergie. De stof kan ernstige huidreacties veroorzaken, variërend van hevige roodheid en zwelling tot blaren op de hoofdhuid, het gezicht of de hals. De kleine PPD-moleculen dringen gemakkelijk door de huid en worden tijdens het kleurproces omgezet in stoffen die door het afweersysteem als gevaarlijk worden herkend. Eenmaal gevoelig (gesensibiliseerd) blijft iemand dat levenslang: bij een volgende blootstelling kan binnen 24 tot 48 uur opnieuw een heftige eczeemreactie ontstaan.
Waar zit het in?
De belangrijkste bron van blootstelling is haarkleurmiddel, vooral in donkere tinten zoals zwart of donkerbruin. Lichtere kleuren bevatten meestal lagere concentraties PPD. Een andere veelvoorkomende bron zijn zwarte hennatatoeages, die vaak op vakantie of markten worden gezet. De natuurlijke henna is roodbruin, maar om de kleur donkerder te maken wordt er vaak PPD aan toegevoegd. Dit is verboden en kan tot ernstige allergische reacties leiden, zelfs al bij één enkele tijdelijke tatoeage. Daarnaast komt PPD of vergelijkbare stoffen voor in textielverf, printerinkt, fotografische ontwikkelaars en rubberproducten. Deze blootstelling is meestal kleiner, maar kan bij gevoelige mensen toch klachten geven.
Er bestaan tegenwoordig haarverven zonder PPD. Deze gebruiken verwante kleurstoffen zoals 2,5-diamino-toluene sulfate (TDS) of ME-PPD. Hoewel deze stoffen vaak milder zijn, kunnen ook zij bij sommige mensen allergische reacties veroorzaken. Wie een vermoeden heeft van een haarverfallergie doet er goed aan altijd eerst een plaktest te doen.
6. Colophonium (hars, colofonium)
Wat is het?
Colophonium, ook wel colofonium of rosin genoemd, is een hars die afkomstig is van naaldbomen, meestal van de pijnboom. Het is een kleverige, amberkleurige stof die vaak wordt gebruikt vanwege haar plakkende en waterafstotende eigenschappen. In ingrediëntenlijsten staat het vermeld als Colophonium, Colophony of Rosin.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Colophonium is een veelvoorkomend contactallergeen. In sommige landen reageert wel vijf tot zeven procent van de geteste mensen positief op deze stof. Een allergie voor colophonium kan hardnekkig zijn: telkens wanneer de huid in contact komt met producten die colophonium bevatten, kan een contacteczeemreactie ontstaan. De klachten verschijnen meestal precies op de plek van contact, bijvoorbeeld onder de plakrand van een pleister of tape. De huid wordt dan rood, jeukend en kan kleine blaasjes of schilfering vertonen. Soms ontstaat de allergie zelfs door blootstelling via de lucht. Een bekend voorbeeld is bij vioolspelers, die harsstof inademen of op de huid krijgen en daardoor eczeem in het gezicht of op de handen ontwikkelen. Colophonium is op zichzelf niet sterk irriterend, maar in warme, kleverige vorm (zoals bij ontharingshars) kan het de huid tijdelijk rood en gevoelig maken. Dit is een mechanische irritatie, geen allergie, en komt ook voor bij mensen zonder overgevoeligheid.
Waar zit het in?
Colophonium komt in veel producten voor. Enkele bekende bronnen zijn:
- Hechtpleisters en tape: veel medische pleisters en sporttape gebruiken colophonium of afgeleiden in de kleeflaag.
- Ontharingsproducten: colophonium zit in veel epileerharsen en ontharingswax, vanwege de sterke kleefkracht.
- Cosmetica: het wordt gebruikt in lippenbalsem, mascara en oogschaduw om het product beter te laten hechten of harder te maken.
- Huishoudelijke en industriële producten: colophonium komt voor in lijm, houtlijm, verf, lak, boenwas, schoensmeer en zelfs in muziekhars voor snaarinstrumenten.
- Overige toepassingen: in sommige oudere wasmiddelen en huishoudzeep werd colophonium als bindmiddel gebruikt. Ook kan het in kleine hoeveelheden voorkomen als glansmiddel op fruit, al geeft dat zelden huidproblemen.
Wie allergisch is voor colophonium kan het beste kiezen voor harsvrije pleisters, bijvoorbeeld van siliconen.
7. Neomycin (Neomycine)
Wat is het?
Neomycine is een antibioticum dat behoort tot de groep van de aminoglycosiden. Op ingrediëntenlijsten wordt het meestal vermeld als Neomycin Sulfate of Neomycinum. De stof wordt gewonnen uit een bacteriesoort genaamd Streptomyces. Neomycine werkt tegen veel soorten huidbacteriën en wordt daarom vaak gebruikt in zalven, crèmes of poeders om wondinfecties te voorkomen. In Nederland is het meestal alleen op recept verkrijgbaar, vaak in combinatie met een corticosteroïd (zoals hydrocortison) of een ander antibioticum, bijvoorbeeld in oor- of oogdruppels of eczeemzalven.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Neomycine is een sterk contactallergeen en staat bekend als een van de meest voorkomende oorzaken van allergische reacties op medicijnen die op de huid worden aangebracht. In 2010 werd het zelfs uitgeroepen tot Contactallergeen van het Jaar door de Amerikaanse Contact Dermatitis Society, als waarschuwing voor het veelvuldig voorkomen van allergieën tegen deze stof. Ongeveer één tot acht procent van de mensen die regelmatig met neomycine worden behandeld, ontwikkelt uiteindelijk een contactallergie. Mensen met eczeem lopen extra risico, omdat hun huidbarrière vaak beschadigd is en de stof daardoor dieper kan binnendringen. Een neomycine-allergie kan zich uiten als een wond of eczeemplek die niet geneest of juist verergert tijdens het gebruik van een antibioticazalf. De huid kan rood, nattend en pijnlijk worden, soms met kleine blaasjes of korstjes. Daarnaast is er vaak sprake van kruisallergie met andere antibiotica uit dezelfde groep, zoals gentamicine, streptomycine en framycetine. Ook komt het regelmatig voor dat mensen die allergisch zijn voor neomycine, óók reageren op bacitracine, een ander antibioticum voor wondverzorging. Daarom worden deze stoffen meestal samen getest, en raadt men aan beide te vermijden als één van de twee een reactie veroorzaakt.
Waar zit het in?
De belangrijkste bron van blootstelling is het gebruik van antibiotische zalven en crèmes.
Zeer kleine hoeveelheden neomycine kunnen ook voorkomen als reststof in bepaalde vaccins, maar dat veroorzaakt hooguit een lichte, lokale huidreactie bij mensen met een bekende neomycine-allergie.
Heeft u een allergie voor neomycine, gebruik dan geen zalven of crèmes met antibiotica zonder overleg met een arts of apotheker. Vermijd ook producten waarin gentamicine, framycetine, streptomycine of bacitracine voorkomt, vanwege mogelijke kruisreacties. Laat bij twijfel een plaktest uitvoeren door een dermatoloog om de allergie te bevestigen en andere risicostoffen in kaart te brengen.
8. Benzocaine
Wat is het?
Benzocaïne is een lokaal verdovingsmiddel, ook wel een anestheticum genoemd. Het behoort tot de zogeheten ester-type anesthetica en werd vroeger veel gebruikt om pijn en jeuk te verlichten. In ingrediëntenlijsten staat het vermeld als Benzocaine. Chemisch gezien is het de ethylester van p-aminobenzoëzuur (PABA). Benzocaïne werkt door tijdelijk de zenuwprikkels in de huid te blokkeren, waardoor het gebied plaatselijk verdoofd raakt. Omdat de stof slecht oplost in water, wordt ze meestal verwerkt in zalven, crèmes, gels of zuigtabletjes.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Benzocaïne is een bekend contactallergeen. Het is nauw verwant aan PABA (een vroegere zonnefilter) en aan p-phenylenediamine (PPD), de kleurstof die veel voorkomt in donkere haarverf. Deze stoffen hebben allemaal een vergelijkbare chemische structuur, de zogenaamde para-aminobenzeenring, die bij gevoelige mensen vaak een allergische reactie veroorzaakt. Een allergie voor benzocaïne kan zich op verschillende manieren uiten. Zo kan iemand eczeem rond de mond krijgen na het gebruik van een verdovende keeltablet, of jeuk, roodheid of zwelling op de plek waar een zalf met benzocaïne is aangebracht, bijvoorbeeld bij gebruik van een aambeienzalf of brandwondenzalf. In sommige gevallen kan benzocaïne ook een fotocontactallergie veroorzaken, waarbij de huidreactie erger wordt door blootstelling aan zonlicht. Er bestaat bovendien een kruisallergie tussen benzocaïne, PABA, PPD en sommige sulfonamide-antibiotica. Dit betekent dat iemand die allergisch is voor benzocaïne ook op een van deze verwante stoffen kan reageren en andersom. Het afweersysteem herkent de moleculen als “dezelfde vijand” en reageert telkens opnieuw met een ontstekingsreactie.
Waar zit het in?
Benzocaïne wordt voornamelijk gebruikt in producten die bedoeld zijn om pijn of jeuk te verlichten.
- Verdovende zalven en crèmes: vaak toegepast bij aambeien, kleine brandwonden of insectenbeten.
- Keel- en mondproducten: zoals zuigtabletten of sprays tegen keelpijn, en vroeger ook in mondgels voor baby’s bij het doorkomen van tandjes (tegenwoordig wordt dit afgeraden).
- Anti-jeukpoeders: bijvoorbeeld bij waterpokken of insectenbeten.
- After-sun producten: oudere formules bevatten soms benzocaïne om de huid te verdoven bij zonnebrand.
In Nederland wordt tegenwoordig vaker lidocaïne gebruikt, een alternatief dat behoort tot de amide-type anesthetica en veel minder vaak allergische reacties veroorzaakt.
9. Parabenen
Wat is het?
Parabenen zijn een groep veelgebruikte conserveermiddelen. Chemisch gezien zijn het esters van p-hydroxybenzoëzuur. De bekendste varianten zijn methylparabeen, propylparabeen, ethylparabeen en butylparabeen. Op ingrediëntenlijsten zijn parabenen gemakkelijk te herkennen: hun namen eindigen bijna altijd op -paraben. Ze hebben een breed antibacterieel en schimmelwerend effect en werden tientallen jaren beschouwd als een veilige en effectieve manier om producten langer houdbaar te maken.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Over parabenen is veel geschreven, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan de reputatie die ze hebben gekregen. Een echte allergie voor parabenen komt vrij zelden voor. Slechts ongeveer één procent van de mensen met cosmetica-gerelateerd eczeem reageert erop. De media-aandacht heeft er echter toe geleid dat parabenen vaak onterecht als “gevaarlijk” worden gezien. In werkelijkheid veroorzaken ze veel minder allergieën dan bijvoorbeeld methylisothiazolinone (MI) of formaldehyde. Toch kunnen parabenen bij sommige mensen een contactallergie veroorzaken, vooral bij langdurig gebruik op een beschadigde huid. De allergische reactie uit zich meestal als roodheid, jeuk en schilfering op de plek waar de crème of zalf is aangebracht. In zeldzame gevallen ontwikkelden patiënten met een chronisch slecht genezende wond (zoals een open been) een allergie door het langdurig gebruik van met parabenen geconserveerde zalven.
In hoge concentraties kunnen parabenen ook lichte irritatie veroorzaken, vooral op een kapotte of gevoelige huid. Over het algemeen worden ze echter beschouwd als milde en veilige conserveermiddelen.
Waar zit het in?
Parabenen komen of kwamen voor in een breed scala aan producten:
- Cosmetica: crèmes, lotions, shampoos, conditioners, make-up en zonnebrandcrèmes bevatten vaak één of meerdere parabenen.
- Farmaceutische producten: veel hormoonzalven, antibiotische crèmes, oogdruppels en zelfs injectievloeistoffen gebruiken parabenen om bederf te voorkomen.
- Voeding: parabenen (E214–E219) worden ook als conserveermiddel gebruikt in sommige voedingsmiddelen en dranken, hoewel dit meestal niet relevant is voor de huid.
10. Sodium Lauryl Sulfate (SLS)
Sodium Lauryl Sulfate (SLS), in het Nederlands natriumlaurylsulfaat, is een schuimvormende reiniger die veel wordt gebruikt in cosmetica en schoonmaakproducten. Chemisch gezien is het een oppervlakte-actieve stof, wat betekent dat het vet en vuil oplost door de spanning tussen water en olie te verlagen. SLS is populair omdat het goedkoop, krachtig en sterk schuimend is. Daarom wordt het vaak toegevoegd aan shampoos, douchegels, tandpasta, handzepen en badschuim. Een mildere variant is Sodium Laureth Sulfate (SLES). De toevoeging “eth” verwijst naar extra ethyleengroepen in de molecuulstructuur, waardoor SLES iets minder irriterend is, maar qua werking en functie grotendeels hetzelfde blijft.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
SLS veroorzaakt geen allergie, maar het is wel een sterk irriterende stof. In dermatologisch onderzoek wordt het zelfs vaak gebruikt als standaard irriterende controle om huidreacties te testen, omdat het bijna bij iedereen roodheid en uitdroging kan veroorzaken. SLS tast de huidbarrière aan door de beschermende vetlaag (lipidenlaag) te verstoren. Hierdoor verliest de huid vocht, raakt ze droger en wordt ze gevoeliger voor prikkels van buitenaf. Voor mensen met atopisch eczeem of een gevoelige huid kan dit snel leiden tot branderigheid, roodheid, schilfering en jeuk. Zelfs kleine hoeveelheden in shampoos of douchegels kunnen de huid irriteren, vooral op eczeemplekken. Veel mensen herkennen dit als het typische prikkende of brandende gevoel bij het wassen van een droge of geïrriteerde hoofdhuid. Bij kinderen met eczeem is bovendien gebleken dat crèmes die SLS bevatten juist tot verergering van klachten kunnen leiden. Daarom wordt tegenwoordig geadviseerd om SLS-vrije producten te gebruiken bij een eczeemgevoelige huid.
Waar zit het in?
SLS komt voor in vrijwel alle schuimende producten, tenzij het etiket nadrukkelijk vermeldt dat het product “zeepvrij” of “SLS-vrij” is.
Veelvoorkomende bronnen zijn:
- Shampoos, douchegels, handzepen en badschuim
- Scheerschuim en tandpasta
- Huishoudmiddelen zoals afwasmiddel en allesreiniger
11. Cocamidopropyl Betaine (CAPB)
Wat is het?
Cocamidopropyl Betaine (CAPB) is een milde reinigende en schuimvormende stof die wordt gemaakt uit kokosolie. In ingrediëntenlijsten staat het vermeld als Cocamidopropyl Betaine. CAPB is een zogenoemd amfolytisch surfactant. Dat betekent dat het zowel met water als met vet kan mengen, waardoor het vuil en vet goed van de huid en het haar verwijdert. De stof wordt vaak gebruikt als schuimversterker in producten die worden aangeprezen als mild of zeepvrij. Vaak wordt CAPB gecombineerd met SLS of SLES om het product zachter te maken voor de huid. Ironisch genoeg is CAPB zelf echter ook bekend als een mogelijke oorzaak van allergisch contacteczeem.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Cocamidopropyl Betaine is meerdere keren aangewezen als een veroorzaker van contactallergie, vooral bij mensen die juist milde producten gebruiken vanwege hun gevoelige huid. De allergie ontstaat meestal niet door de CAPB zelf, maar door reststoffen uit het productieproces. Hierbij gaat het om twee stoffen: Dimethylaminopropylamine (DMAPA) en Amidoamine. Deze onzuiverheden kunnen in kleine hoeveelheden in het eindproduct achterblijven en zijn sterke allergenen.
Een allergie tegen CAPB uit zich vaak als:
- Eczeem rond de ogen, het gezicht, onder de voeten of de hals, bijvoorbeeld door shampoos of gezichtsreinigers die tijdens het wassen langs de huid lopen.
- Handeczeem, bij mensen die vaak zogenaamd milde handzeep gebruiken.
In onderzoeken reageert tussen de drie en zeven procent van de geteste patiënten met vermoedelijke allergie op CAPB. Er is wel discussie of sommige van die reacties niet het gevolg zijn van irritatie of van de genoemde onzuiverheden, maar CAPB wordt algemeen erkend als contactallergeen. In 2004 werd het zelfs uitgeroepen tot Contact Allergen of the Year.
Waar zit het in?
CAPB komt voor in een groot aantal producten die bedoeld zijn voor een gevoelige huid of als mild alternatief voor gewone zeep. Denk aan:
- Babyshampoos en douchegels
- Intieme wasgels en gezichtsreinigers (face washes)
- Micellaire shampoos en make-upremovers
- Scheerschuim en bubbelbadproducten
- Handzepen met het label “dermatologisch getest” of “SLS-vrij”
Ook buiten cosmetica wordt CAPB gebruikt, bijvoorbeeld in huishoudreinigers, allesreinigers en ecologische schoonmaakmiddelen. Zelfs in oogmake-upremovers en sommige lensvloeistoffen komt het voor, omdat het vet goed oplost zonder te veel te schuimen.
12. Propylene Glycol
Wat is het?
Propyleenglycol, op etiketten vermeld als Propylene Glycol of Propane-1,2-diol, is een veelzijdig ingrediënt dat in talloze producten voorkomt. Het is een kleurloze, licht stroperige vloeistof die verschillende functies kan hebben:
- Oplosmiddel: helpt actieve stoffen in crèmes en lotions oplossen.
- Humectant: trekt water aan en houdt de huid gehydrateerd.
- Conserveermiddel: voorkomt bederf door bacteriën en schimmels.
Propyleenglycol wordt niet alleen in huidverzorging gebruikt, maar ook in voedingsmiddelen (E1520), geneesmiddelen, en zelfs in vloeistoffen voor e-sigaretten.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Propyleenglycol kan zowel irriterend als, in zeldzamere gevallen, allergeen zijn. De stof lost vetten enigszins op, waardoor de beschermende huidbarrière dunner kan worden. Bij mensen met een gevoelige of al beschadigde huid kan dit leiden tot roodheid, een prikkend gevoel of droogheid. In concentraties boven ongeveer tien procent komt irritatie vaker voor, vooral in huidplooien of op plekken waar de huid al kwetsbaar is. Naast irritatie kan er ook sprake zijn van een echte allergie voor propyleenglycol, al is die zeldzaam. Ongeveer één procent van de eczeempatiënten reageert allergisch op deze stof. In dat geval ontstaat er allergisch contacteczeem, meestal precies op de plek waar een crème of zalf met propyleenglycol is aangebracht. Een klassiek voorbeeld is een patiënt met eczeem die trouw een hormoonzalf of basiscrème gebruikt, maar merkt dat de klachten juist verergeren in plaats van verbeteren. In zulke gevallen blijkt de propyleenglycol in het product soms de verborgen boosdoener. Het vaststellen van deze allergie is niet eenvoudig, omdat hoge testconcentraties irritatie bij iedereen kunnen geven, terwijl lage concentraties juist te mild zijn om een echte allergie te tonen.
Waar zit het in?
Propyleenglycol is een van de meest gebruikte hulpstoffen in cosmetica, medische producten en huishoudmiddelen. U vindt het onder andere in:
- Crèmes en zalven: waaronder veel medische crèmes, hormoonzalven, antibiotische zalven en verdovende crèmes.
- Deodorants: met name in alcoholvrije rollers of sticks, waarin PG als dragervloeistof dient.
- Cosmetica: zoals gezichtscrèmes, serums, foundations, haarconditioners en stylingsproducten.
- Mondverzorging: tandpasta’s en mondspoelingen.
- Geneesmiddelen: siropen, druppels en injectievloeistoffen.
- E-sigaretten: propyleenglycol vormt vaak de basis van de dampvloeistof (de huidblootstelling hierbij is echter verwaarloosbaar).
- Huishoudproducten: bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen, verf en vloerreinigers.
Vermoedt u een reactie op propyleenglycol, overleg dan met uw arts of dermatoloog. Er zijn diverse PG-vrije crèmes en zalven verkrijgbaar, zoals vaselinecrème of koelzalf. Bij het overschakelen naar allergeenvrije producten kan het even duren voordat de huid herstelt (soms enkele weken) omdat de irritatie nog moet genezen. Geduld en consequente verzorging zijn dan belangrijk.
13. Tea Tree Oil
Wat is het?
Tea tree olie is een essentiële olie die wordt gewonnen uit de bladeren van de Australische boom Melaleuca alternifolia. Op etiketten staat dit vermeld als Melaleuca Alternifolia (Tea Tree) Leaf Oil. De olie staat bekend om haar antibacteriële, antivirale en schimmeldodende eigenschappen en wordt vaak gebruikt in “natuurlijke” of “groene” huidverzorgingsproducten. De geur is sterk en medicinaal. Ondanks de naam heeft tea tree olie niets te maken met de theeplant (Camellia sinensis). De naam is ontstaan omdat de bladeren van de boom vroeger werden gebruikt om thee van te zetten.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Tea tree olie kan zowel irriterend als allergeen zijn. Dit risico neemt toe wanneer de olie verouderd is of lang aan lucht wordt blootgesteld. In dat geval treden oxidatiereacties op waarbij componenten zoals terpenen veranderen in nieuwe verbindingen die sterk allergeen zijn. Een allergie voor tea tree olie uit zich vaak als een verergering van bestaand eczeem of als een nieuwe huidreactie precies op de plek waar de olie of het product is aangebracht. De huid kan rood, gezwollen of schilferig worden, soms met kleine blaasjes. In ernstigere gevallen kan de reactie zich uitbreiden naar omliggende huid en gepaard gaan met algemene klachten zoals vermoeidheid of koorts. Het ironische is dat veel mensen tea tree olie juist gebruiken om puistjes, wondjes of huidirritatie “natuurlijk” te behandelen, terwijl het bij gevoelige personen juist eczeem veroorzaakt of verergert. Naast allergische reacties kan pure tea tree olie ook bij iedereen directe irritatie geven, vooral bij gebruik in geconcentreerde vorm. Dit kan leiden tot een brandend, trekkend of droog gevoel van de huid. Zelfs inademing van de damp kan bij sommige mensen irritatie van de ogen of luchtwegen veroorzaken.
Waar zit het in?
Tea tree olie komt in veel producten voor, zowel in natuurlijke als reguliere verzorging.
- Natuurcosmetica: anti-acneproducten, gezichtstonics, reinigingslotions, shampoos tegen roos, voetcrèmes en antiseptische gels.
- Zelfzorgproducten: sprays voor wondverzorging, etherische oliën voor aromatherapie en “huis-tuinmiddeltjes” voor insectenbeten of schimmelinfecties.
- Alternatieve geneeskunde: hoestbalsems, inhalatie-oliën en huisdierenshampoos tegen vlooien.
- Huishoudmiddelen: antibacteriële of “eco”-reinigers die tea tree gebruiken als natuurlijk ontsmettingsmiddel.
Praktische tips
Heeft u plotseling onverklaarbaar eczeem en gebruikt u “natuurlijke” producten of etherische oliën, overweeg dan tijdelijk te stoppen met tea tree olie om te zien of de huid verbetert. Bewaar etherische oliën altijd goed afgesloten, op een koele en donkere plek. Geoxideerde (oude) olie veroorzaakt veel vaker allergische reacties.
Onthoud: “natuurlijk” betekent niet automatisch “veilig” of “hypoallergeen”. Ook andere essentiële oliën, zoals lavendel, pepermunt en ylang-ylang, kunnen allergie veroorzaken.
14. Benzophenone-3 (Oxybenzone)
Wat is het?
Benzofenon-3, beter bekend als Oxybenzone, is een organisch UV-filter dat veel gebruikt wordt in zonnebrandmiddelen en cosmetica met zonbescherming. De stof absorbeert UV-straling, voornamelijk UVB en deels UVA, waardoor het de huid beschermt tegen verbranding en vroegtijdige huidveroudering. Daarnaast wordt oxybenzone soms toegevoegd aan producten om ze lichtstabieler te maken, bijvoorbeeld om geurstoffen of kleurstoffen te beschermen tegen afbraak door zonlicht.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Oxybenzone is bekend als een fotocontactallergeen. Dat betekent dat het allergische reacties kan veroorzaken die vooral optreden onder invloed van zonlicht. Een typisch voorbeeld is iemand die zonnebrandcrème met oxybenzone aanbrengt en vervolgens in de zon roodheid, jeuk of eczeem krijgt op de belichte huid. Dit wordt een fotoallergisch contacteczeem genoemd. In 2014 werd oxybenzone zelfs uitgeroepen tot Allergeen van het Jaar door de American Contact Dermatitis Society, vanwege het groeiende aantal meldingen van dergelijke reacties. Naast deze zonlicht-geactiveerde allergie kan oxybenzone ook een gewone contactallergie veroorzaken, bijvoorbeeld rond de lippen door een lippenbalsem met SPF. De allergiepercentages zijn relatief laag. In Europa minder dan twee procent, in Noord-Amerika iets hoger, maar voldoende om de stof op te nemen in de standaard allergietestseries van dermatologen. Irritatie komt bij oxybenzone minder vaak voor; het gaat meestal om een echte allergische reactie. Daarnaast wordt de stof soms genoemd in het debat over hormoonverstorende effecten, maar dat staat los van contactallergie. Wel heeft die discussie ertoe geleid dat steeds meer consumenten bewust kiezen voor oxybenzonevrije zonnebrand.
Waar zit het in?
De belangrijkste bron van blootstelling is zonnebrandcrème, vooral producten met een hoge SPF (factor 30 of hoger). Oxybenzone werd jarenlang veel gebruikt in:
- Zonnebrandcrèmes en zonnebrandsprays
- Lippenbalsems met SPF
- Dagcrèmes, foundations of BB-creams met zonnefilter
- Nagellakken met een UV-beschermende coating
Daarnaast kan het worden toegevoegd aan kunststoffen of verpakkingen om te voorkomen dat die door zonlicht verkleuren. Dat levert echter zelden huidcontact op.
In Europa is oxybenzone de laatste jaren in veel “sensitive” of hypoallergene zonnebrandproducten vervangen door modernere of mildere UV-filters, zoals Tinosorb, Uvinul A Plus of mineralenfilters (zinkoxide en titaniumdioxide). In de Verenigde Staten wordt oxybenzone echter nog steeds regelmatig gebruikt.
Bij een bewezen allergie kunt u het beste kiezen voor minerale zonnefilters met zinkoxide of titaniumdioxide. Heeft u klachten na het gebruik van zonnebrand, laat dan een fotoplaktest uitvoeren door een dermatoloog. Soms blijkt niet oxybenzone, maar een andere UV-filter of parfumstof de veroorzaker te zijn.
15. Chlorhexidine (Chloorhexidine)
Wat is het?
Chloorhexidine is een krachtig antiseptisch middel dat bacteriën en schimmels doodt en wordt gebruikt om infecties te voorkomen. Op etiketten staat het meestal vermeld als Chlorhexidine Digluconate. De stof is kleurloos en geurloos en wordt veel toegepast in medische desinfectiemiddelen. Denk aan huidontsmetting vóór operaties, handdesinfectie bij zorgpersoneel, en reiniging van wonden of katheters. Ook voor thuisgebruik is het te vinden in onder andere mondspoelingen en wondreinigingsmiddelen.
Waarom kan het eczeem uitlokken?
Chloorhexidine kan twee soorten huidreacties veroorzaken: irritatie en allergie.
-
Irritatieve reactie:
Chloorhexidine is sterk ontvettend en uitdrogend. Bij veelvuldig gebruik, bijvoorbeeld door herhaald handen wassen met chloorhexidine-zeep, kan de huid ruw, droog en pijnlijk worden. Dit komt vooral voor bij mensen die vaak met ontsmettingsmiddelen werken, zoals zorgmedewerkers. -
Allergische reactie:
Hoewel minder vaak voorkomend, neemt het aantal meldingen van chloorhexidine-allergie toe. Er bestaan twee vormen:-
Directe (type I) allergie: Dit is een onmiddellijke reactie van het immuunsysteem en kan in zeldzame gevallen leiden tot anafylaxie tijdens medische ingrepen, bijvoorbeeld bij ontsmetting voor een operatie of gebruik van een katheter. Dit komt zeer zelden voor (ongeveer één op de 100.000 blootstellingen), maar kan levensbedreigend zijn.
-
Vertraagde (type IV) allergie: Dit is de vorm die dermatologen vaker zien. Hierbij ontwikkelt iemand na enkele dagen roodheid, jeuk en eczeem op de plek waar chloorhexidine is gebruikt.
-
Een typisch voorbeeld is een wond die slecht geneest of juist erger wordt door een ontsmettingsmiddel met chloorhexidine, of eczeem onder een pleister die ermee geïmpregneerd is. De allergie ontstaat meestal na herhaalde blootstelling, bijvoorbeeld bij mensen met een katheter, chronische wondverzorging of herhaalde operaties.
Waar zit het in?
Chloorhexidine komt in veel medische en hygiënische producten voor, zoals:
- Desinfectiemiddelen
- Mondverzorging
- Medische hulpmiddelen
- Zelfzorg en cosmetica
Op etiketten staat meestal Chlorhexidine Digluconate, maar soms wordt de afkorting CHG gebruikt, vooral in ziekenhuizen.
Praktische tips
- Vermeld altijd bij uw huisarts, tandarts of ziekenhuis dat u allergisch bent voor chloorhexidine. Zo kan men het vermijden bij operaties, katheters of wondverzorging.
- Gebruik bij wondverzorging liever water of zoutoplossing in plaats van antiseptica.
- Als ontsmetting toch nodig is, kies dan voor alternatieven zoals povidonjodium (Betadine) of alcohol 70%.
- Gebruik chloorhexidine bevattende producten spaarzaam en kortdurend, om te voorkomen dat de huid verder uitdroogt of overgevoelig wordt.
Wanneer moet je een dermatoloog raadplegen?
Het zelf lezen van ingrediëntenlijsten kan enorm helpen om irritaties of allergieën op te sporen, maar het is geen waterdichte methode. Sommige reacties zijn complex en kunnen alleen met medisch onderzoek worden vastgesteld.
In de volgende situaties is het verstandig om een dermatoloog te raadplegen:
1. Je eczeem verbetert niet ondanks vermijden van verdachte stoffen.
Wanneer je trouw je hormoonzalf of basiscrème gebruikt, maar de uitslag telkens terugkomt, kan dat wijzen op een nog niet ontdekte allergie. Een dermatoloog kan dan gericht onderzoeken of er sprake is van een contactallergisch eczeem, veroorzaakt door een specifieke stof in je producten.
2. Je krijgt eczeem op een nieuwe of ongebruikelijke plek.
Krijg je plots eczeem op andere delen van je lichaam dan normaal, bijvoorbeeld rond de ogen, in de hals of achter de oren, dan is dat een signaal om alert te zijn.
Ooglideczeem kan bijvoorbeeld worden uitgelokt door nagellak, shampoo of gezichtscrème, terwijl eczeem in de hals vaak wijst op parfum of geurstoffen. Zulke nieuwe plekken kunnen een aanwijzing zijn voor een contactallergie.
3. Je eczeem komt steeds terug na gebruik van een bepaald product.
Als je merkt dat je huid steeds opvlamt na gebruik van een specifieke crème, deodorant, sieraad of zeep, is dat een belangrijk waarschuwingssignaal.
Een dermatoloog kan dan helpen de boosdoener te vinden. Vaak wordt een plaktest (patchtest) gedaan, waarbij kleine hoeveelheden van veelvoorkomende allergenen op je rug worden geplakt. Na 48 tot 96 uur bekijkt de arts of er een reactie optreedt.
Zo kan worden vastgesteld of je allergisch bent voor een stof zoals parfum, conserveermiddelen, nikkel of een ander ingrediënt uit je dagelijkse producten. Als de oorzaak duidelijk is, krijg je uitleg en een lijst met producten die je beter kunt vermijden.
Onderzoek laat zien dat eczeemklachten vaak sterk verbeteren zodra contactallergenen uit het dagelijks gebruik worden geweerd.
Geruststelling:
Niet iedereen met eczeem heeft een contactallergie. Veel mensen met atopisch (constitutioneel) eczeem reageren vooral op irriterende stoffen, zonder dat er sprake is van een echte allergie. Toch is ook dan het vermijden van irriterende ingrediënten, zoals SLS (Sodium Lauryl Sulfate), alcohol denat. of sterke reinigers, belangrijk om de huidbarrière te beschermen.
Tot slot
Onthoud dat “natuurlijk” niet altijd beter betekent.
Plantaardige of etherische oliën kunnen juist veel verschillende allergenen bevatten. Ook termen als “dermatologisch getest” bieden geen garantie dat niemand reageert. Het betekent alleen dat het product getest is.
Iedere huid is uniek. Leer daarom de taal van het etiket begrijpen, kies voor milde en eenvoudige producten, en schakel een dermatoloog in als je klachten aanhouden of steeds terugkeren.
Bronnenlijst
Aerts, O., et al. (2015). Contact allergy caused by methylisothiazolinone. European Journal of Dermatology. https://link.springer.com/article/10.1684/ejd.2015.2608 SpringerLink
De Groot, A. C., & Schmidt, E. (2016). Tea tree oil: Contact allergy and chemical composition. Contact Dermatitis. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/cod.12591
DermNet NZ. (z.d.). Allergic contact dermatitis to essential oils. https://dermnetnz.org/topics/allergic-contact-dermatitis-to-essential-oils
DermNet NZ. (z.d.). Allergy to benzocaine. https://dermnetnz.org/topics/allergy-to-benzocaine
DermNet NZ. (z.d.). Allergy to neomycin. https://dermnetnz.org/topics/allergy-to-neomycin
DermNet NZ. (z.d.). Allergy to parabens. https://dermnetnz.org/topics/allergy-to-parabens
DermNet NZ. (z.d.). Balsam of Peru contact allergy. https://dermnetnz.org/topics/balsam-of-peru-allergy
DermNet NZ. (z.d.). Contact allergy to cocamidopropyl betaine. https://dermnetnz.org/topics/contact-allergy-to-cocamidopropyl-betaine
DermNet NZ. (z.d.). Contact allergy to preservatives. https://dermnetnz.org/topics/contact-allergy-to-preservatives
European Commission, Scientific Committee on Consumer Safety (SCCS). (2023). SCCS Notes of Guidance for the Testing of Cosmetic Ingredients and their Safety Evaluation (12th revision). https://health.ec.europa.eu/system/files/2023-12/sccs_o_273_final.pdf
Healthline. (2019, 14 november). Tea tree oil side effects: On your skin and inhalation. https://www.healthline.com/health/tea-tree-oil-side-effects
JAMA Dermatology. Reeder, M. J., et al. (2023). Trends in the prevalence of methylchloroisothiazolinone and methylisothiazolinone contact allergy. https://jamanetwork.com/journals/jamadermatology/fullarticle/2800343
Ook zijn eerdere blogs en bronnen gebruikt.