U heeft eczeem. De huid is droog, rood, schilferig en jeukt. U smeert crème, maar na een paar uur voelt de huid alweer strak. Soms prikt zelfs een milde crème. Na douchen wordt de huid roder. Na handen wassen springen er sneller kloofjes in de huid.
Veel mensen denken dan: “Mijn huid is gewoon droog.”
Dat klopt deels, maar bij eczeem is er vaak meer aan de hand. De huid houdt water minder goed vast. De buitenste huidlaag werkt minder goed als beschermlaag. Daardoor verdampt er te veel water uit de huid.
Dat noemen we TEWL.
TEWL staat voor transepidermaal waterverlies. Dat betekent: water dat vanuit de huid naar buiten verdampt.
U kunt het simpel zien als een lekkende muur. Een gezonde huid houdt water goed binnen. Een eczeemhuid heeft kleine lekjes. Daardoor droogt de huid sneller uit.
Hoe wordt TEWL gemeten?
TEWL wordt gemeten als hoeveelheid water die per uur uit de huid verdampt.
De eenheid is: gram water per vierkante meter huid per uur. Dat wordt geschreven als: g/m²/uur.
Een lage TEWL betekent: de huid houdt water goed vast.
Een hoge TEWL betekent: de huid lekt meer water.
In studies ziet men ongeveer dit soort waarden:
- Gezonde huid: vaak rond 5–10 g/m²/uur
- Huid van iemand met eczeem, maar zonder zichtbare plek: vaak rond 10–20 g/m²/uur
- Actieve eczeemplek: vaak rond 20–40 g/m²/uur of hoger
- Ernstig beschadigde huid, zoals bij brandwonden: soms boven 50–100 g/m²/uur
Dit zijn geen harde grenzen. TEWL hangt sterk af van de plek op het lichaam, de temperatuur, luchtvochtigheid, zweten, recent wassen, recent smeren en het meetapparaat.
Daarom is TEWL vooral belangrijk in wetenschappelijk onderzoek. In de dagelijkse praktijk stellen we eczeem vooral vast op basis van het verhaal, de huidafwijkingen, de plek, het beloop en de reactie op behandeling.
De huid als bakstenen muur
De buitenste laag van de huid heet de hoornlaag. Die laag is dun, maar heel belangrijk. Deze laag beschermt tegen uitdroging, irriterende stoffen, allergenen en bacteriën. U kunt de hoornlaag vergelijken met een muur.
De huidcellen zijn de bakstenen.
De vetten tussen de huidcellen zijn het cement.
Als de bakstenen goed zijn en het cement goed gevuld is, blijft de muur stevig. Water blijft binnen en prikkels blijven buiten.
Bij eczeem is die muur minder sterk. Er zitten als het ware scheurtjes in. Daardoor verdampt er meer water uit de huid. De huid wordt droger, gevoeliger en raakt sneller ontstoken.
Bij eczeem zijn er vaak meerdere problemen tegelijk:
- de bakstenen zijn minder stevig;
- het cement tussen de bakstenen is minder goed;
- de huid heeft minder natuurlijke vochtvasthouders;
- ontsteking maakt de barrière slechter;
- krabben maakt extra schade.
Zo ontstaat een cirkel: de huid is droog, gaat jeuken, u krabt, de huid raakt beschadigd, er verdampt nog meer water en het eczeem wordt erger.
Filaggrine: een belangrijk bouwstofje van de huid
Een belangrijk woord bij eczeem is filaggrine.
Filaggrine is een eiwit in de huid. Het helpt om de huidcellen stevig te maken. Het zorgt dus voor sterke “bakstenen” in de huidmuur.
Filaggrine heeft nog een tweede functie. Het wordt later afgebroken tot kleine stofjes die water vasthouden. Die stofjes noemen we de natural moisturizing factor, afgekort NMF.
Dat betekent letterlijk: natuurlijke vochtfactor.
NMF werkt als een sponsje in de huid. Het trekt water aan en houdt dat water vast.
Als iemand minder goed werkend filaggrine heeft, ontstaan er dus twee problemen:
- De huidcellen worden minder stevig.
- De huid houdt minder goed vocht vast.
Daardoor wordt de huid droger en gevoeliger.
Sommige mensen hebben een verandering in het filaggrine-gen. Dat heet een FLG-mutatie. Niet iedereen met eczeem heeft zo’n mutatie, maar het komt wel vaker voor bij mensen met atopisch eczeem.
In Europese populaties heeft ongeveer 7–10% van de mensen één van de bekende filaggrine-veranderingen. Bij mensen met atopisch eczeem ligt dat percentage hoger, vooral bij vroeg beginnend of ernstiger eczeem.
Belangrijk: filaggrine verklaart niet al het eczeem. Eczeem ontstaat meestal door een combinatie van aanleg, huidbarrière, ontsteking, irritatie, bacteriën, krabben en soms allergie.
Wat laat onderzoek zien over TEWL bij eczeem?
Wetenschappelijke studies laten vrij duidelijk zien dat TEWL bij eczeem vaak verhoogd is.
Daarbij wordt vaak gekeken naar drie soorten huid:
- Eczeemplek: dit is huid waar zichtbaar eczeem zit.
- Rustige huid bij iemand met eczeem: deze huid ziet er normaal uit, maar zit op iemand die eczeem heeft.
- Gezonde huid van iemand zonder eczeem.
Het patroon is meestal:
- Gezonde huid heeft de laagste TEWL;
- Rustige huid van iemand met eczeem zit daarboven;
- Actieve eczeemplekken hebben de hoogste TEWL.
Dat betekent iets belangrijks. Ook huid die er normaal uitziet, kan bij iemand met atopisch eczeem al een minder sterke barrière hebben. Eczeem is dus niet alleen een probleem van de rode plekken. De huid als geheel kan kwetsbaarder zijn.
TEWL is een bruikbare onderzoeksmaat om te laten zien dat de huidbarrière bij eczeem verstoord is. De belangrijkste conclusie is dat eczeemhuid meetbaar meer water verliest dan gezonde huid, ook zonder actieve plekken.
TEWL en ernst van eczeem
In veel studies wordt TEWL vergeleken met de ernst van eczeem. Ernst wordt bijvoorbeeld gemeten met scores zoals SCORAD of EASI.
Dat zijn medische scores waarmee onderzoekers meten hoeveel eczeem iemand heeft en hoe ernstig het is. Ze kijken dan bijvoorbeeld naar roodheid, zwelling, krabeffecten, verdikking van de huid, schilfering, jeuk en slaapverlies.
Vaak geldt: hoe ernstiger het eczeem, hoe hoger de TEWL.
Dat is logisch. Bij meer ontsteking is de huidbarrière meer beschadigd. Daardoor verdampt er meer water. De huid wordt droger. Droge huid jeukt meer. Door jeuk gaat iemand krabben. Door krabben raakt de huid nog verder beschadigd.
Zo ontstaat deze cirkel:
ontsteking → kapotte huidbarrière → meer waterverlies → droge huid → jeuk → krabben → meer ontsteking
Daarom is eczeembehandeling nooit alleen maar “een beetje smeren”. Goede behandeling moet meerdere dingen tegelijk doen:
- ontsteking remmen;
- de huidbarrière herstellen;
- irritatie verminderen;
- krabben verminderen;
- mogelijke allergenen opsporen als het patroon daarbij past.
Ontsteking maakt de huidbarrière slechter
Bij atopisch eczeem spelen ontstekingsstoffen een belangrijke rol. Twee bekende stoffen zijn IL-4 en IL-13.
Dat zijn moeilijke namen, maar het principe is eenvoudig. Deze ontstekingsstoffen zeggen tegen de huid: blijf ontstoken. Ze maken roodheid, jeuk en gevoeligheid erger.
Maar ze doen nog iets. Ze remmen ook de aanmaak van goede huidbarrière-onderdelen, zoals filaggrine en huidvetten.
Dus zelfs als iemand géén filaggrine-mutatie heeft, kan de huid tijdens actief eczeem toch minder filaggrine maken. Ontsteking maakt de muur dus zwakker.
Daarom is alleen vette zalf soms niet genoeg. Als de huid fel ontstoken is, moet de ontsteking ook worden behandeld. Dat kan bijvoorbeeld met een corticosteroïdzalf of een andere ontstekingsremmende zalf, afhankelijk van de plek en de ernst.
Een basiszalf helpt de barrière.
Een medicinale zalf remt de ontsteking.
Bij eczeem zijn vaak allebei nodig.
Wat doet een vette crème of zalf?
Een vette crème of zalf is niet zomaar “verzorging”. Bij eczeem is het een belangrijk deel van de behandeling.
Een goed gekozen basisproduct kan vijf dingen doen.
1. Minder waterverlies
Vette stoffen leggen een laagje op de huid. Daardoor verdampt minder water. De huid lekt dus minder.
Vaseline is hiervan een sterk voorbeeld. Vaseline, ook wel petrolatum genoemd, kan het waterverlies uit de huid tijdelijk met ongeveer 50–75% verminderen. Dat betekent niet dat vaseline eczeem geneest. Maar het helpt wel om de huid minder snel te laten uitdrogen.
2. De huid soepeler maken
Bij eczeem is de huid vaak ruw en schilferig. Een vet product vult de kleine ruimtes tussen schilfers op. Daardoor voelt de huid gladder en soepeler.
3. Vocht vasthouden
Sommige crèmes bevatten stoffen die water aantrekken. Voorbeelden zijn glycerine of ureum. Zulke stoffen werken een beetje als sponsjes.
Let op: ureum kan prikken op kapotte huid. Dat betekent niet altijd allergie. Het kan ook irritatie zijn doordat de huid open is.
4. Huidvetten aanvullen
Sommige producten bevatten stoffen die lijken op het natuurlijke cement van de huid, zoals ceramiden, cholesterol of vetzuren. Dat kan helpen bij barrièreherstel.
5. Minder prikkels van buiten
Een beter ingevette huid kan vaak beter tegen wrijving, kou, water en zeep.
Wat is het verschil tussen lotion, crème en zalf?
Veel mensen noemen alles “crème”. Maar er is verschil.
Lotion
Een lotion is dun en bevat veel water. Het smeert makkelijk uit en voelt licht.
Voordelen:
- makkelijk te smeren;
- prettig op behaarde huid;
- fijn bij grote oppervlakken;
- minder vet gevoel.
Nadelen:
- vaak te licht bij eczeem;
- kan prikken op kapotte huid;
- bevat vaak conserveermiddelen;
- houdt water minder goed vast dan zalf.
Een lotion is dus meestal niet de beste keuze bij zeer droge eczeemhuid of kloven.
Crème
Een crème is een mengsel van water en vet. Een crème is vetter dan lotion, maar minder vet dan zalf.
Voordelen:
- prettiger overdag;
- trekt beter in;
- vaak fijn voor gezicht of handen overdag;
- cosmetisch acceptabeler.
Nadelen:
- bevat vaak conserveermiddelen omdat er water in zit;
- kan prikken op open huid;
- kan bij sommige mensen contactallergie geven door hulpstoffen.
Een crème is vaak geschikt bij matig droge huid of voor gebruik overdag.
Zalf
Een zalf bevat veel vet en weinig of geen water. Daardoor sluit een zalf de huid beter af.
Voordelen:
- remt waterverlies sterker;
- vaak beter bij zeer droge huid;
- goed bij kloven;
- vaak geschikt voor nachtbehandeling;
- bevat meestal minder conserveermiddelen.
Nadelen:
- voelt vet;
- glimt;
- trekt minder snel in;
- minder prettig op behaarde huid of overdag.
Bij eczeem met droogte, kloven of veel schilfering is een zalf vaak sterker en dus effectiever dan een crème.
Wat is beter: crème of zalf?
Vanuit de huidbarrière bekeken is een zalf vaak sterker. Een zalf sluit beter af en vermindert TEWL meestal beter dan een crème.
Maar in de praktijk is het beste product het product dat iemand echt gebruikt.
Een vette zalf die in de kast blijft staan, helpt niet. Een iets minder vette crème die iemand elke dag smeert, kan beter werken.
Daarom is de keuze vaak praktisch:
- overdag een crème;
- ’s avonds of ’s nachts een vettere zalf;
- bij kloven liever zalf;
- op behaarde huid liever lotion of crème;
- bij handeczeem vaak vetter smeren, vooral na wassen;
- bij gezicht soms een minder vette, goed verdragen crème.
Waarom prikt crème soms?
Veel mensen denken: “Als het prikt, werkt het.”
Dat is meestal niet zo.
Prikken betekent vaak dat de huidbarrière open is. De huid laat stoffen makkelijker door. Daardoor kunnen ingrediënten zenuwuiteinden prikkelen. Crème kan vooral prikken door:
- water;
- ureum;
- zuren;
- propyleenglycol;
- alcohol;
- parfum;
- conserveermiddelen;
- plantenextracten;
- andere hulpstoffen.
Prikken betekent niet automatisch een allergie. Het kan gewone irritatie zijn. Maar als een product steeds eczeem geeft, vooral pas na uren of dagen, dan kan contactallergie wel meespelen.
Dan is een plaktest zinvol.
Het cement van de huid: ceramiden, cholesterol en vetzuren
Het cement tussen de huidcellen bestaat vooral uit vetten. De belangrijkste zijn:
- ceramiden;
- cholesterol;
- vrije vetzuren.
Deze vetten liggen in laagjes tussen de huidcellen. Ze zorgen dat water binnen blijft en prikkels buiten blijven.
Bij atopisch eczeem is dit vetcement vaak minder goed. Er kunnen minder ceramiden zijn of de verhouding tussen vetten is verstoord. Dan is de muur minder stevig.
Daarom bevatten sommige eczeemcrèmes ceramiden. Dat kan logisch zijn. Maar het betekent niet dat elke dure ceramidecrème automatisch beter is. Ook eenvoudige, parfumvrije, vette zalven kunnen heel goed helpen.
Belangrijker dan marketing is:
- voldoende vet;
- weinig irriterende stoffen;
- geen parfum;
- goed verdragen;
- vaak genoeg smeren;
- volhouden.
TEWL en een contactallergie
Een huid met hoge TEWL is droger en meer open. Daardoor kunnen stoffen van buiten makkelijker de huid binnendringen.
Dat kan irritatie geven. Maar het kan soms ook bijdragen aan contactallergie.
Contactallergie is een vertraagde allergie. De reactie komt meestal niet meteen. Vaak ontstaan klachten pas na 12–72 uur.
Daardoor is het verband lastig te herkennen.
Voorbeelden:
- ooglid eczeem door nagelproducten;
- handeczeem door handschoenen;
- eczeem door conserveermiddelen in crème;
- eczeem door parfumstoffen;
- eczeem door haarverf;
- eczeem door acrylaten in gelnagels;
- eczeem door werkstoffen.
TEWL meet geen allergie. TEWL meet waterverlies.
Een plaktest onderzoekt contactallergie.
Die twee dingen vullen elkaar aan in het denken. Een kapotte huidbarrière maakt de huid kwetsbaar. Een plaktest kan laten zien of een specifieke stof het eczeem onderhoudt.
Wanneer is allergieonderzoek zinvol?
Niet iedereen met eczeem heeft allergieonderzoek nodig.
Bij gewoon atopisch eczeem zonder duidelijke externe trigger gaat de behandeling vooral over:
- huidbarrière herstellen;
- goed smeren;
- ontsteking remmen;
- irritatie vermijden.
Allergieonderzoek wordt vooral zinvol als het patroon verdacht is voor contactallergie.
Denk aan:
- eczeem dat steeds terugkomt;
- eczeem dat niet goed reageert op behandeling;
- eczeem op oogleden, lippen, gezicht, hals, handen, oksels of onderbenen;
- eczeem na cosmetica;
- eczeem na haarverf;
- eczeem door nagelproducten;
- eczeem door zonnebrand;
- handeczeem bij nat werk;
- klachten door handschoenen;
- eczeem door desinfectans;
- verergering door zalven of crèmes;
- eczeem dat mogelijk met werk of hobby’s te maken heeft.
Conclusie
TEWL laat zien wat veel mensen met eczeem al voelen: de huid houdt water minder goed vast.
Een gezonde huid sluit goed af. Eczeemhuid is meer lek. Daardoor verdampt er meer water, wordt de huid droger en raakt de huid sneller geïrriteerd. Dat komt door meerdere dingen tegelijk:
- minder sterke huidbarrière;
- minder goed filaggrine;
- minder natuurlijke vochtvasthouders;
- minder goed vetcement;
- ontsteking;
- krabben;
- irritatie;
- soms contactallergie.
Daarom is een vette crème of zalf geen bijzaak. Het is basisbehandeling. Een zalf sluit meestal beter af dan een crème en remt waterverlies sterker. Maar het beste product is vooral het product dat iemand goed verdraagt en echt blijft gebruiken.
Bij actief eczeem is vaak ook ontstekingsremmende behandeling nodig. Bij eczeem dat blijft terugkomen of op verdachte plekken zit, kan contactallergie meespelen. Dan kan een plaktest helpen.
Twijfelt u of uw eczeem vooral komt door een kwetsbare huidbarrière, irritatie, contactallergie of een combinatie daarvan? Bij ACN beoordelen we uw klachtenpatroon, blootstelling en huidreacties. Daarna bepalen we of allergieonderzoek, zoals een plaktest, zinvol is.
Afspraak aanvragen
Welke allergietest past bij mijn klachten?
Bent u huisarts, dermatoloog of andere verwijzer? Dan kunt u verwijzen voor gericht allergologisch onderzoek wanneer de uitslag gevolgen kan hebben voor diagnose, behandeling, vermijding, werkadvies of productadvies.
Informatie voor verwijzers
Meer over allergologisch onderzoek
Bronnen
Alexander, H., Brown, S., Danby, S. G., & Flohr, C. (2018). Research techniques made simple: Transepidermal water loss measurement as a research tool. Journal of Investigative Dermatology, 138(11), 2295–2300.e1. https://doi.org/10.1016/j.jid.2018.09.001
Angelova-Fischer, I., Bauer, A., Hipler, U. C., Petrov, I., Kazandjieva, J., Bruckner, T., Elsner, P., & Fluhr, J. W. (2005). The Objective Severity Assessment of Atopic Dermatitis (OSAAD) score: Validity, reliability and sensitivity in adult patients with atopic dermatitis. British Journal of Dermatology, 153(4), 767–773. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=The+Objective+Severity+Assessment+of+Atopic+Dermatitis+OSAAD+score
Eichenfield, L. F., Tom, W. L., Berger, T. G., Krol, A., Paller, A. S., Schwarzenberger, K., Bergman, J. N., Chamlin, S. L., Cohen, D. E., Cooper, K. D., Cordoro, K. M., Davis, D. M., Feldman, S. R., Hanifin, J. M., Margolis, D. J., Silverman, R. A., Simpson, E. L., Williams, H. C., Elmets, C. A., … Sidbury, R. (2014). Guidelines of care for the management of atopic dermatitis: Section 2. Management and treatment of atopic dermatitis with topical therapies. Journal of the American Academy of Dermatology, 71(1), 116–132. https://doi.org/10.1016/j.jaad.2014.03.023
European Task Force on Atopic Dermatitis. (1993). Severity scoring of atopic dermatitis: The SCORAD index. Dermatology, 186(1), 23–31. https://doi.org/10.1159/000247298
Fluhr, J. W., Feingold, K. R., & Elias, P. M. (2006). Transepidermal water loss reflects permeability barrier status: Validation in human and rodent in vivo and ex vivo models. Experimental Dermatology, 15(7), 483–492. https://doi.org/10.1111/j.1600-0625.2006.00437.x
Gardien, K. L. M., Baas, D. C., de Vet, H. C. W., & Middelkoop, E. (2016). Transepidermal water loss measured with the Tewameter TM300 in burn scars. Burns, 42(7), 1455–1462. https://doi.org/10.1016/j.burns.2016.04.018
Irvine, A. D., McLean, W. H. I., & Leung, D. Y. M. (2011). Filaggrin mutations associated with skin and allergic diseases. The New England Journal of Medicine, 365(14), 1315–1327. https://doi.org/10.1056/NEJMra1011040
Kottner, J., Lichterfeld, A., & Blume-Peytavi, U. (2013). Transepidermal water loss in young and aged healthy humans: A systematic review and meta-analysis. Archives of Dermatological Research, 305, 315–323. https://doi.org/10.1007/s00403-012-1313-6
Lodén, M. (2003). Role of topical emollients and moisturizers in the treatment of dry skin barrier disorders. American Journal of Clinical Dermatology, 4(11), 771–788. https://doi.org/10.2165/00128071-200304110-00005
Palmer, C. N. A., Irvine, A. D., Terron-Kwiatkowski, A., Zhao, Y., Liao, H., Lee, S. P., Goudie, D. R., Sandilands, A., Campbell, L. E., Smith, F. J. D., O’Regan, G. M., Watson, R. M., Cecil, J. E., Bale, S. J., Compton, J. G., DiGiovanna, J. J., Fleckman, P., Lewis-Jones, S., Arseculeratne, G., … McLean, W. H. I. (2006). Common loss-of-function variants of the epidermal barrier protein filaggrin are a major predisposing factor for atopic dermatitis. Nature Genetics, 38(4), 441–446. https://doi.org/10.1038/ng1767
Proksch, E., Brandner, J. M., & Jensen, J.-M. (2008). The skin: An indispensable barrier. Experimental Dermatology, 17(12), 1063–1072. https://doi.org/10.1111/j.1600-0625.2008.00786.x
Ridd, M. J., Santer, M., MacNeill, S. J., Sanderson, E., Wells, S., Webb, D., Banks, J., Blair, P. S., Brundrett, M., Garfield, K., Horwood, J., Lawton, S., Montgomery, A. A., Perkin, M. R., Roberts, A., Thomas, K. S., & Williams, H. C. (2022). Effectiveness and safety of lotion, cream, gel, and ointment emollients for childhood eczema: A pragmatic, randomised, phase 4, superiority trial. The Lancet Child & Adolescent Health, 6(8), 522–532. https://doi.org/10.1016/S2352-4642(22)00146-8
van Zuuren, E. J., Fedorowicz, Z., Christensen, R., Lavrijsen, A. P. M., & Arents, B. W. M. (2017). Emollients and moisturisers for eczema. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2017(2), Article CD012119. https://doi.org/10.1002/14651858.CD012119.pub2
Weidinger, S., Illig, T., Baurecht, H., Irvine, A. D., Rodriguez, E., Diaz-Lacava, A., Klopp, N., Wagenpfeil, S., Zhao, Y., Liao, H., Lee, S. P., Palmer, C. N. A., Jenneck, C., Maintz, L., Hagemann, T., Behrendt, H., Ring, J., Nöthen, M. M., McLean, W. H. I., & Novak, N. (2006). Loss-of-function variations within the filaggrin gene predispose for atopic dermatitis with allergic sensitizations. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 118(1), 214–219. https://doi.org/10.1016/j.jaci.2006.05.004
