Werkt u in de landbouw, veehouderij, tuinbouw of glastuinbouw en krijgt u tijdens of na het werk last van niezen, jeukende ogen, eczeem, galbulten, hoesten of benauwdheid? Dan kunnen planten, dieren, graan, hooi, stro, veevoer, mijten of andere stoffen op het werk een rol spelen.

De term beroepsallergie in de agrarische sector is breed en is geen afzonderlijke diagnose. Klachten kunnen ontstaan door een directe type I-allergie, een vertraagde type IV-contactallergie, irritatie of een combinatie hiervan. Daarnaast komen in de agrarische sector luchtwegaandoeningen voor die geen type I- of type IV-allergie zijn.

Het soort klacht, het moment waarop deze ontstaat en de werkzaamheden waarbij dit gebeurt, bepalen welk onderzoek passend is. Allergie Centra Nederland onderzoekt type I- en type IV-allergieën.

Werkt u in de agrarische sector en blijven klachten terugkomen?

Klachten door planten, dieren, graanstof, hooi, mijten, handschoenen of werkproducten kunnen verschillende oorzaken hebben. Een beoordeling van het klachtenpatroon en uw werkzaamheden helpt bepalen welk allergieonderzoek passend is.

Agrarisch medewerker werkt tussen planten in een kas

Wat is een beroepsallergie in de agrarische sector?

Een beroepsallergie ontstaat wanneer het afweersysteem gevoelig wordt voor een stof waarmee iemand tijdens het werk in aanraking komt.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door het inademen van allergenen of door direct huidcontact.

Onder de term beroepsallergie in de agrarische sector kunnen verschillende klachten en aandoeningen vallen:

  • allergische rhinitis of rhinoconjunctivitis;
  • directe allergische huidreacties, zoals contacturticaria;
  • proteïnecontactdermatitis;
  • allergisch contacteczeem;
  • irritatief contacteczeem of handeczeem;
  • allergisch beroepsastma;
  • bestaand astma dat door het werk verergert;
  • irritatie van neus, ogen of luchtwegen door stof of andere blootstellingen.

Niet iedere klacht die tijdens het werk ontstaat is dus een allergie.

Een allergie kan bovendien pas ontstaan nadat iemand al langere tijd met een stof, plant of dier werkt. Het feit dat u jarenlang geen problemen heeft gehad, sluit een nieuwe beroepsallergie daarom niet uit.

Beroepsallergie: allergie, irritatie of een combinatie?

Bij een directe type I-allergie ontstaan klachten meestal relatief snel na blootstelling. Hierbij zijn IgE-antistoffen betrokken. Mogelijke klachten zijn niezen, een loopneus, jeukende ogen, galbulten, zwelling of luchtwegklachten.

Dierlijke allergenen, pollen, bepaalde graanproteïnen en mijten kunnen hierbij een rol spelen.

Een type IV-contactallergie is een vertraagde allergische reactie van de huid. Eczeem ontstaat meestal pas uren tot dagen na huidcontact. In agrarisch werk kunnen bijvoorbeeld bepaalde plantenstoffen, rubberhulpstoffen of bestanddelen van werkproducten relevant zijn.

Daarnaast komt irritatie veel voor. Water, aarde, vuil, mest, plantensappen, stof, reinigingsmiddelen, warmte, zweet en wrijving kunnen de huid beschadigen zonder dat sprake is van een specifieke allergie.

Ook neus, ogen en luchtwegen kunnen geïrriteerd raken door stof en andere stoffen op de werkplek.

Allergie en irritatie kunnen tegelijkertijd voorkomen.

Irritatief en allergisch handeczeem in de agrarische sector

De handen worden tijdens agrarisch werk vaak zwaar belast.

Veelvuldig contact met water, aarde, modder, planten, mest, reinigingsmiddelen en desinfectiemiddelen kan de huidbarrière beschadigen. Ook warmte, transpiratie, wrijving en langdurig dragen van afsluitende handschoenen kunnen bijdragen aan handeczeem.

Klachten kunnen bestaan uit:

  • droogheid;
  • roodheid;
  • schilfering;
  • jeuk;
  • een branderig gevoel;
  • blaasjes;
  • nattend eczeem;
  • pijnlijke kloofjes.

Bij irritatief contacteczeem ontstaat de huidreactie door beschadiging van de huidbarrière.

Bij allergisch contacteczeem is sprake van een vertraagde type IV-allergie voor een bepaalde stof.

Aan het huidbeeld alleen is meestal niet betrouwbaar vast te stellen welk mechanisme speelt. Irritatie en contactallergie kunnen bovendien tegelijkertijd aanwezig zijn.

Neus-, oog- en luchtwegklachten

In de agrarische sector kunnen allergenen en andere stoffen via de lucht worden ingeademd.

Bij een directe type I-allergie kunnen bijvoorbeeld ontstaan:

  • niezen;
  • een loopneus;
  • neusverstopping;
  • jeuk in de neus;
  • rode of jeukende ogen;
  • tranende ogen;
  • hoesten;
  • piepen;
  • benauwdheid.

Soms ontstaat een duidelijk patroon. De klachten beginnen bijvoorbeeld tijdens het verzorgen van dieren, het werken in een specifieke stal of kas of bij het verwerken van graan, hooi of veevoer.

Luchtwegklachten betekenen echter niet automatisch dat sprake is van een allergie.

Agrarisch stof kan bestaan uit een complex mengsel van dierlijke en plantaardige deeltjes, micro-organismen, schimmels en andere stoffen. Een deel daarvan kan een allergie veroorzaken. Andere bestanddelen kunnen de luchtwegen irriteren zonder dat sprake is van een IgE-allergie.

Een allergietest alleen stelt daarom geen diagnose beroepsastma. Allergie Centra Nederland verricht geen volledige diagnostiek naar astma of beroepsastma.

Contacturticaria en proteïnecontactdermatitis

Sommige plantaardige of dierlijke eiwitten kunnen direct na huidcontact klachten veroorzaken.

Bij contacturticaria ontstaan bijvoorbeeld snel:

  • jeuk;
  • roodheid;
  • galbulten;
  • zwelling.

Bij proteïnecontactdermatitis is vaak sprake van terugkerend of chronisch handeczeem waarbij contact met bepaalde eiwitten ook snelle jeuk of roodheid kan veroorzaken.

Dit is een ander mechanisme dan een vertraagde type IV-contactallergie. Een gewone plakproef is daarom niet de aangewezen test om een directe reactie op een proteïne aan te tonen.

Breng planten, dierlijk materiaal of andere werkproducten niet zelf op de huid aan om te testen of u erop reageert.

Welke stoffen kunnen beroepsallergie veroorzaken in de agrarische sector?

Er bestaat geen standaardlijst met ‘allergenen voor boeren’. De relevante blootstelling verschilt sterk per beroep, bedrijf en werkzaamheid.

Een melkveehouder komt met andere stoffen in contact dan iemand die chrysanten kweekt in een kas of graan verwerkt.

Daarom is bij beroepsallergie vooral belangrijk waarmee u daadwerkelijk werkt.

Planten, bloemen en gewassen

Werknemers in de landbouw, tuinbouw en sierteelt kunnen dagelijks intensief in contact komen met bladeren, stengels, bloemen, bollen, plantensappen en andere plantaardige materialen.

Sommige planten irriteren de huid. Andere bevatten stoffen waarvoor een type IV-contactallergie kan ontstaan.

Een belangrijke groep plantaardige contactallergenen zijn sesquiterpeenlactonen. Deze komen onder andere voor in planten uit de familie Asteraceae, ook wel Compositae genoemd.

Tot deze plantenfamilie behoren bijvoorbeeld:

  • chrysant;
  • zonnebloem;
  • sla;
  • cichorei;
  • artisjok;
  • kamille;
  • verschillende soorten onkruid.

Bij een contactallergie kunnen vooral de handen en onderarmen aangedaan zijn. Ook het gezicht, de hals en andere onbedekte huid kunnen klachten geven.

Tulpen en Alstroemeria

In de bloemen- en bollenteelt is tulipalin A een bekend contactallergeen.

Deze stof is onder andere relevant bij tulpen en Alstroemeria. Beroepsmatig contact kan bij daarvoor gesensibiliseerde werknemers eczeem aan de handen en vingers veroorzaken.

Bij medewerkers in de bloemen- en plantenteelt is het daarom belangrijk om niet alleen te vermelden dat zij ‘met planten werken’, maar ook met welke specifieke planten, bloemen of bollen zij in contact komen.

Pollen

In de landbouw en tuinbouw kan de blootstelling aan pollen groot zijn.

Gras-, boom- en onkruidpollen kunnen bij daarvoor allergische mensen type I-klachten veroorzaken, zoals niezen, een loopneus en jeukende of tranende ogen.

Pollen komen echter ook buiten het werk voor. Een positieve allergietest betekent daarom niet automatisch dat sprake is van een beroepsallergie.

Het klachtenpatroon en de omstandigheden waarin de klachten ontstaan moeten samen worden beoordeeld.

Koeien en andere dieren

Werknemers in de veehouderij kunnen intensief worden blootgesteld aan dierlijke allergenen.

Allergene eiwitten kunnen onder andere afkomstig zijn uit:

  • huidschilfers;
  • haren;
  • speeksel;
  • urine;
  • andere dierlijke materialen.

Beroepsmatige allergische neus-, oog- en luchtwegklachten zijn onder andere beschreven bij mensen die intensief met runderen werken.

Afhankelijk van het werk kunnen ook paarden, varkens, pluimvee en andere dieren relevant zijn.

Een positieve huidpriktest of verhoogd specifiek IgE voor een dier toont sensibilisatie. De uitslag moet daarnaast passen bij de klachten tijdens blootstelling om klinisch relevant te zijn.

Graan en graanstof

Graanstof is geen enkelvoudige stof.

Bij oogsten, storten, malen of verwerken van graan kunnen verschillende bestanddelen in de lucht terechtkomen, zoals:

  • graanproteïnen;
  • plantaardige resten;
  • opslagmijten;
  • schimmels;
  • micro-organismen;
  • ander organisch stof.

Een werknemer die tijdens het verwerken van graan klachten krijgt, is daarom niet automatisch allergisch voor het graan zelf.

Bepaalde graanproteïnen kunnen een directe type I-allergie veroorzaken. Tegelijkertijd kan graanstof neus en luchtwegen ook irriteren zonder dat sprake is van een specifieke allergie.

Hooi, stro en veevoer

Ook tijdens werkzaamheden met hooi, stro en veevoer kan veel organisch stof vrijkomen.

Daarin kunnen verschillende mogelijke allergenen aanwezig zijn. Klachten tijdens het voeren van dieren betekenen daarom niet automatisch dat iemand ‘allergisch voor hooi’ is.

Bij terugkerende klachten moet worden gekeken welke blootstellingen daadwerkelijk aanwezig zijn.

Opslagmijten

Opslagmijten zijn andere mijten dan de gewone huisstofmijt.

Ze kunnen voorkomen in omgevingen waar opgeslagen biologische materialen aanwezig zijn, zoals graan, hooi en veevoer.

Voorbeelden zijn:

  • Lepidoglyphus destructor;
  • Acarus siro;
  • Tyrophagus putrescentiae;
  • Glycyphagus domesticus.

Opslagmijten zijn bekende beroepsallergenen binnen onder andere de landbouw. Bij daarvoor gesensibiliseerde werknemers kunnen zij type I-neus-, oog- of luchtwegklachten veroorzaken.

Vooral wanneer klachten ontstaan tijdens werkzaamheden met graan, hooi of veevoer kan deze blootstelling relevant zijn.

Roofmijten in de glastuinbouw

In de glastuinbouw worden verschillende roofmijten ingezet voor biologische bestrijding.

Beroepsmatige sensibilisatie voor bepaalde roofmijten is beschreven bij werknemers die hier herhaaldelijk aan worden blootgesteld.

Bij werkgerelateerde neus-, oog- of luchtwegklachten in een kas kan daarom ook relevant zijn welke biologische bestrijders op het bedrijf worden gebruikt.

Schimmels en organisch stof

Schimmels kunnen voorkomen in bijvoorbeeld:

  • hooi;
  • stro;
  • graan;
  • compost;
  • stallen;
  • kassen;
  • vochtige plantaardige materialen.

Voor bepaalde schimmels kan type I-sensibilisatie worden onderzocht wanneer dit bij de klachten en blootstelling past.

Een positieve test betekent niet automatisch dat de betreffende schimmel de oorzaak is van de klachten.

Schimmels en ander organisch materiaal kunnen bovendien luchtwegaandoeningen veroorzaken die niet onder een type I-allergie vallen.

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Bij huidklachten rond het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt soms gesproken over een ‘pesticidenallergie’. Dat is te algemeen.

Gewasbeschermingsmiddelen zijn samengestelde producten. Sommige bestanddelen kunnen de huid irriteren. Andere stoffen kunnen in specifieke situaties een type IV-contactallergie veroorzaken.

Bij terugkerende klachten is daarom de exacte productinformatie belangrijk, zoals:

  • merknaam;
  • productnaam;
  • samenstelling;
  • etiket;
  • actueel veiligheidsinformatieblad.

Niet ieder gewasbeschermingsmiddel kan rechtstreeks met een plakproef worden getest. De arts beoordeelt welke bestanddelen of producten veilig en zinvol zijn voor onderzoek.

Reinigings- en desinfectiemiddelen

Op agrarische bedrijven worden reinigings- en desinfectiemiddelen gebruikt voor bijvoorbeeld stallen, melkinstallaties, werkruimten en machines.

Veelvuldig contact met water en reinigingsmiddelen kan irritatief handeczeem veroorzaken.

Daarnaast kunnen sommige producten stoffen bevatten waarvoor een type IV-contactallergie kan ontstaan, bijvoorbeeld bepaalde conserveermiddelen of andere hulpstoffen.

De exacte productnaam en samenstelling zijn daarom belangrijker dan alleen de omschrijving ‘schoonmaakmiddel’ of ‘desinfectiemiddel’.

Handschoenen, laarzen en rubber

Beschermende handschoenen zijn bij veel agrarische werkzaamheden noodzakelijk, maar kunnen soms ook een rol spelen bij huidklachten.

Langdurig dragen van afsluitende handschoenen zorgt voor warmte en vocht en kan irritatief handeczeem verergeren.

Rubberen handschoenen en andere rubbermaterialen kunnen bovendien rubberversnellers bevatten waarvoor een type IV-contactallergie kan ontstaan.

Voorbeelden zijn stoffen uit de groepen:

  • thiuramen;
  • dithiocarbamaten;
  • mercaptoverbindingen.

Dit is iets anders dan een directe type I-allergie voor natuurlijke rubberlatex.

Bij verdenking op klachten door handschoenen is het daarom nuttig om merk, type en materiaal van de gebruikte handschoenen te verzamelen.

Machines, gereedschap en onderhoudsproducten

Niet alle relevante blootstellingen komen van planten of dieren.

Agrarische werknemers kunnen bij onderhoud en reparatie bijvoorbeeld in contact komen met:

  • oliën;
  • smeermiddelen;
  • ontvetters;
  • lijmen;
  • kitten;
  • harsen;
  • coatings;
  • metalen;
  • andere technische producten.

Deze producten kunnen de huid irriteren of stoffen bevatten waarvoor een type IV-contactallergie kan ontstaan.

Bij handeczeem moet daarom naar het volledige takenpakket worden gekeken.

Zijn boerenlong en duivenmelkerslong ook beroepsallergieën?

Bij agrarische luchtwegklachten wordt soms gesproken over boerenlong.

Boerenlong is een vorm van hypersensitivity pneumonitis. Hierbij ontstaat een ontstekingsreactie dieper in het longweefsel na herhaalde inademing van bepaalde organische antigenen. Blootstelling aan bijvoorbeeld micro-organismen uit beschimmeld hooi kan hierbij een rol spelen.

Een vergelijkbare aandoening kan ontstaan door langdurige blootstelling aan vogelproteïnen. Dit wordt onder andere duivenmelkerslong genoemd.

Boerenlong en duivenmelkerslong zijn niet hetzelfde als een klassieke type I-allergie en worden niet vastgesteld met een standaard huidpriktest. Het zijn ook geen type IV-contactallergieën.

Allergie Centra Nederland onderzoekt deze aandoeningen niet. Bij verdenking op een boerenlong, duivenmelkerslong of andere vorm van hypersensitivity pneumonitis is beoordeling via huisarts en longarts nodig.

Wanneer wijzen klachten op een verband met het werk?

Een verband met het werk wordt waarschijnlijker wanneer klachten steeds terugkeren bij dezelfde werkzaamheden of blootstellingen.

Let bijvoorbeeld op klachten die:

  • ontstaan tijdens het verzorgen van bepaalde dieren;
  • erger worden in een specifieke stal of kas;
  • optreden bij contact met een bepaald gewas;
  • ontstaan tijdens het verwerken van graan;
  • verergeren bij het werken met hooi, stro of veevoer;
  • vooral optreden tijdens een bepaalde teelt- of oogstperiode;
  • begonnen na gebruik van een nieuw product;
  • ontstonden na verandering van handschoenen;
  • verminderen tijdens langere perioden zonder de betreffende blootstelling.

Verbetering tijdens vrije dagen of vakantie kan een aanwijzing zijn, maar bewijst geen allergie. Ook irritatieve belasting neemt tijdens een periode zonder werk vaak af.

Een werk- en klachtendagboek kan helpen. Noteer enkele weken welke werkzaamheden u uitvoert, welke producten of materialen u gebruikt en wanneer klachten ontstaan.

Maak bij huidklachten ook foto’s op momenten waarop het eczeem duidelijk aanwezig is.

Hoe wordt een beroepsallergie in de agrarische sector onderzocht?

Onderzoek begint met een goede medische en arbeidsgerichte anamnese.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • het soort klachten;
  • wanneer de klachten begonnen;
  • het tijdsverloop na blootstelling;
  • specifieke werkzaamheden waarbij klachten optreden;
  • veranderingen tussen werkdagen en perioden zonder blootstelling;
  • planten en gewassen waarmee u werkt;
  • dieren waarmee u contact heeft;
  • blootstelling aan graan, hooi, stro en veevoer;
  • gebruikte handschoenen;
  • reinigings- en desinfectiemiddelen;
  • gewasbeschermingsmiddelen;
  • andere beroepsproducten.

Neem indien mogelijk ook productetiketten, foto’s, ingrediënteninformatie en actuele veiligheidsinformatiebladen mee.

Niet voor iedere plant, mijt, dierlijke stof of ieder werkproduct bestaat een betrouwbare standaardtest. Daarom wordt eerst bepaald welke vraag met allergieonderzoek kan worden beantwoord.

Welke test past bij welke klacht?

Bij een mogelijke directe type I-allergie kan een gerichte huidpriktest en/of specifiek IgE-bloedonderzoek worden overwogen wanneer een geschikte test beschikbaar is.

Een positieve uitslag toont sensibilisatie. Dit bewijst niet automatisch dat het betreffende allergeen de klachten op het werk veroorzaakt.

Bij verdenking op een vertraagde type IV-contactallergie wordt een plakproef gebruikt.

De plakproef kan worden afgestemd op uw werkzaamheden, handschoenen en gebruikte producten. De reacties worden op meerdere momenten beoordeeld, omdat een type IV-contactallergische reactie vertraagd ontstaat.

Een plakproef heeft duidelijke grenzen:

  • een plakproef onderzoekt geen directe type I-allergie;
  • een plakproef stelt geen beroepsastma vast;
  • een plakproef toont irritatief eczeem niet aan;
  • een negatieve plakproef sluit werkgerelateerde huidklachten niet uit;
  • een positieve reactie moet altijd op klinische relevantie worden beoordeeld.

Werkproducten, planten of chemicaliën mogen niet zonder medische beoordeling rechtstreeks op de huid worden getest.

Welke test past bij uw werkklachten?

Een plakproef onderzoekt vertraagde type IV-contactallergie. Bij snelle huid-, neus- of oogklachten kan type I-onderzoek nodig zijn. Daarom beoordelen we eerst het klachtenpatroon en de blootstelling.

Agrarisch medewerker tussen koeien met tractor op een melkveebedrijf

Onderzoek bij Allergie Centra Nederland

Allergie Centra Nederland onderzoekt type I- en type IV-allergieën.

Wij zijn gespecialiseerd in contactallergie en uitgebreide plakproeven. Bij huidklachten beoordelen we of een type IV-contactallergie, irritatie of een combinatie hiervan een rol kan spelen.

Wanneer dit medisch geïndiceerd, veilig en beschikbaar is, kan daarnaast type I-diagnostiek worden verricht.

Wij verrichten geen volledige diagnostiek naar beroepsastma en geen provocatietesten waarbij iemand doelbewust aan een verdacht beroepsallergeen wordt blootgesteld.

Ook boerenlong, duivenmelkerslong en andere vormen van hypersensitivity pneumonitis vallen niet binnen onze diagnostiek.

Bij luchtwegklachten kan aanvullend onderzoek via huisarts, bedrijfsarts of longarts nodig zijn.

Wat kunt u zelf en op het werk doen?

De belangrijkste maatregel is het verminderen van blootstelling wanneer duidelijk is welke stof of werkzaamheid de klachten veroorzaakt.

Bespreek mogelijke werkgerelateerde klachten ook met uw werkgever en bedrijfsarts. Een arbeidshygiënist kan helpen om blootstellingen op de werkplek in kaart te brengen.

Afhankelijk van de oorzaak kan worden gedacht aan:

  • vervangen van een relevant product;
  • verminderen van direct huidcontact;
  • beperken van stofvorming;
  • betere ventilatie of afzuiging;
  • aanpassen van werkzaamheden;
  • passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • verminderen van langdurig nat werk;
  • bescherming van de huidbarrière.

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet altijd voldoende als de blootstelling bij de bron kan worden verminderd.

Handbescherming

Geen enkel type handschoen is geschikt voor iedere agrarische werkzaamheid.

Bij contact met chemicaliën moet het handschoenmateriaal passen bij het gebruikte product. Raadpleeg hiervoor de productinformatie en het veiligheidsinformatieblad.

Draag afsluitende handschoenen niet langer dan nodig. Warmte en transpiratie kunnen de huidbarrière belasten.

Eczeem onder handschoenen kan passen bij irritatie door vocht en afsluiting, maar ook bij contactallergie voor bestanddelen van het handschoenmateriaal.

Kan ik in de agrarische sector blijven werken?

Een beroepsallergie betekent niet automatisch dat iemand zijn beroep moet stoppen.

Of werkzaamheden kunnen worden voortgezet hangt onder andere af van:

  • het type allergie;
  • de ernst van de klachten;
  • de hoogte en duur van de blootstelling;
  • de mogelijkheid om het allergeen te vermijden;
  • beschikbare technische maatregelen;
  • de mogelijkheid om taken aan te passen.

De bedrijfsarts kan helpen om de relatie tussen gezondheid en werkzaamheden te beoordelen.

Wanneer naar huisarts, bedrijfsarts, dermatoloog of longarts?

Ga naar de huisarts bij terugkerende klachten.

Neem contact op met de bedrijfsarts wanneer de klachten mogelijk samenhangen met bepaalde werkzaamheden, dieren, planten of producten.

Bij terugkerend eczeem, snelle huidreacties of verdenking op contactallergie kan dermato-allergologische beoordeling passend zijn.

Bij hoesten, piepen, benauwdheid of verdenking op beroepsastma, boerenlong, duivenmelkerslong of een andere beroepslongziekte is beoordeling via huisarts en longarts passend.

Voor medisch-specialistische zorg is een verwijzing van huisarts of specialist nodig.

Beroepsallergie in de agrarische sector laten beoordelen?

Bij terugkerend handeczeem of andere mogelijke allergische klachten door agrarisch werk kan gerichte diagnostiek helpen om onderscheid te maken tussen een type I-allergie, type IV-contactallergie en niet-allergische huidbelasting.

Voor medisch-specialistische zorg bij Allergie Centra Nederland heeft u een verwijzing van uw huisarts of specialist nodig.

Zorgprofessional bespreekt beroepsmatige blootstellingen met een agrarisch medewerker

Auteur en medische controle

Artikel geschreven door: Jamy van den Brink, huidtherapeut

Medisch gecontroleerd door: Folkert Blok, dermatoloog en chemicus

Laatste inhoudelijke update: 12 augustus 2026

Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen persoonlijk medisch advies.

Veelgestelde vragen over beroepsallergie in de agrarische sector

Wat is een beroepsallergie in de agrarische sector?

Beroepsallergie in de agrarische sector is een verzamelterm voor allergische klachten die samenhangen met blootstelling tijdens agrarisch werk.

Het kan bijvoorbeeld gaan om een directe type I-allergie voor een dier, pollen, graan of mijten of om een vertraagde type IV-contactallergie voor een plantenstof, rubberhulpstof of bestanddeel van een werkproduct.

Niet iedere werkgerelateerde klacht is allergisch. Irritatie komt eveneens veel voor.

Kan een boer allergisch worden voor koeien?

Ja. Mensen die beroepsmatig intensief met runderen werken kunnen gesensibiliseerd raken voor dierlijke allergenen.

Klachten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit niezen, neus- en oogklachten of luchtwegklachten.

Een positieve huidpriktest of verhoogd specifiek IgE toont sensibilisatie. De uitslag moet daarnaast passen bij de klachten tijdens blootstelling om klinisch relevant te zijn.

Kan ik allergisch zijn voor graanstof?

Dat kan, maar graanstof bestaat uit verschillende bestanddelen.

Naast graanproteïnen kunnen bijvoorbeeld opslagmijten, schimmels en ander organisch materiaal aanwezig zijn. Graanstof kan de neus en luchtwegen daarnaast ook irriteren zonder dat sprake is van een type I-allergie.

Daarom moet worden gekeken welke blootstelling het beste bij het klachtenpatroon past.

Wat zijn opslagmijten?

Opslagmijten zijn mijtensoorten die kunnen voorkomen in opgeslagen biologische producten zoals graan, hooi en veevoer.

Voorbeelden zijn Lepidoglyphus destructor, Acarus siro en Tyrophagus putrescentiae.

Type I-sensibilisatie voor opslagmijten is bekend bij mensen die beroepsmatig in agrarische en andere omgevingen met opgeslagen producten werken.

Kan ik allergisch zijn voor hooi?

Klachten tijdens het werken met hooi kunnen verschillende oorzaken hebben.

In en rond hooi kunnen bijvoorbeeld plantaardige deeltjes, opslagmijten, schimmels en andere biologische bestanddelen aanwezig zijn.

‘Allergie voor hooi’ is daarom geen specifieke diagnose. Bij onderzoek wordt gekeken naar de daadwerkelijke blootstelling en het klachtenpatroon.

Kunnen planten beroepsallergie veroorzaken?

Ja. Sommige planten bevatten stoffen die een type IV-contactallergie kunnen veroorzaken.

Bekende voorbeelden zijn sesquiterpeenlactonen in verschillende planten uit de Asteraceae-familie en tulipalin A bij onder andere tulpen en Alstroemeria.

Planten kunnen de huid daarnaast ook irriteren zonder dat sprake is van een contactallergie.

Kan ik allergisch zijn voor biologische bestrijding in een kas?

Dat kan. In de glastuinbouw worden onder andere roofmijten gebruikt voor biologische bestrijding.

Beroepsmatige sensibilisatie voor bepaalde roofmijten is beschreven bij kasmedewerkers. Daarom kan bij werkgerelateerde neus-, oog- of luchtwegklachten relevant zijn welke biologische bestrijders daadwerkelijk worden gebruikt.

Kunnen gewasbeschermingsmiddelen contactallergie veroorzaken?

Sommige bestanddelen van gewasbeschermingsmiddelen kunnen een type IV-contactallergie veroorzaken. Andere bestanddelen zijn vooral irriterend.

De exacte merknaam, samenstelling en het veiligheidsinformatieblad zijn daarom belangrijk voor de beoordeling.

Niet ieder werkproduct kan rechtstreeks met een plakproef worden getest.

Kan ik allergisch zijn voor mijn werkhandschoenen?

Ja. Rubberen handschoenen kunnen rubberhulpstoffen bevatten waarvoor een type IV-contactallergie ontstaat.

Een type I-allergie voor natuurlijke rubberlatex is een ander mechanisme.

Ook zonder allergie kunnen warmte, vocht en langdurig handschoengebruik bestaand handeczeem verergeren.

Wat is het verschil tussen beroepsallergie en boerenlong?

Boerenlong is een vorm van hypersensitivity pneumonitis waarbij een ontstekingsreactie in het longweefsel ontstaat na herhaalde blootstelling aan bepaalde organische antigenen.

Het is geen klassieke type I-allergie of type IV-contactallergie.

Allergie Centra Nederland onderzoekt boerenlong niet. Bij verdenking hierop is beoordeling via huisarts en longarts nodig.

Wat is duivenmelkerslong?

Duivenmelkerslong is eveneens een vorm van hypersensitivity pneumonitis en hangt samen met herhaalde blootstelling aan vogelproteïnen.

De aandoening wordt niet vastgesteld met een gewone priktest of plakproef en valt niet binnen de diagnostiek van Allergie Centra Nederland.

Welke allergietest wordt gebruikt bij beroepsallergie in de agrarische sector?

Dat hangt af van de klacht.

Bij een mogelijke directe type I-allergie kan een gerichte huidpriktest en/of specifiek IgE-bloedonderzoek passend zijn.

Bij een vertraagde type IV-contactallergie wordt een plakproef gebruikt.

Bij voornamelijk hoesten, piepen of benauwdheid kan daarnaast onderzoek via huisarts, bedrijfsarts en longarts nodig zijn. Eén allergietest kan dus niet alle mogelijke oorzaken van agrarische werkklachten aantonen.

Heb ik een verwijzing nodig voor Allergie Centra Nederland?

Ja. Voor medisch-specialistische zorg bij Allergie Centra Nederland heeft u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Welke diagnostiek passend is, wordt bepaald aan de hand van uw klachten en beroepsmatige blootstelling.

Meer soorten allergieën

Beroepsallergie

Beroepsallergieën ontstaan wanneer mensen allergisch worden voor stoffen waarmee ze regelmatig in contact komen tijdens hun werk.

Meer over beroepsallergie

Contactallergie

Contactallergie, wat is het het precies? Contactallergie, ook wel allergische contactdermatitis genoemd, ontstaat wanneer de huid in aanraking komt met een allergeen, wat leidt tot een allergische reactie. Deze reactie wordt veroorzaakt door stoffen die normaal gesproken onschadelijk zijn, zoals nikkel, latex, parfum, of bepaalde chemicaliën in cosmetica en schoonmaakmiddelen.

Meer over contactallergie

Geneesmiddelallergie

Een reactie van het immuunsysteem op bepaalde medicijnen die kan leiden tot symptomen zoals huiduitslag, jeuk, zwelling, ademhalingsproblemen.

Meer over geneesmiddelallergie

Insectengifallergie

Insectengifallergie, wat is het het precies?
Insectengifallergie is een allergische reactie op het gif dat sommige insecten injecteren wanneer ze steken. Het komt voornamelijk voor bij steken van wespen, bijen, horzels en soms ook mieren. Een insectengifallergie ontstaat wanneer het immuunsysteem overdreven reageert op de eiwitten in het gif, waardoor er een allergische reactie ontstaat. Dit kan variëren van milde symptomen, zoals zwelling en roodheid op de plek van de steek, tot ernstige systemische reacties die het hele lichaam treffen.

Meer over insectengifallergie

Luchtwegallergie

Een luchtwegallergie, ook wel inhalatieallergie genoemd, ontstaat wanneer je kleine deeltjes inademt, zoals pollen, huisstofmijt, schimmelsporen en dierlijke huidschilfers. Deze deeltjes worden allergenen genoemd. Wanneer ze in je luchtwegen terechtkomen, kan je immuunsysteem overreageren en een allergische reactie veroorzaken.

Meer over luchtwegallergie

Voedselallergie

Een abnormale reactie op bepaalde eiwitten in voedsel die kan leiden tot symptomen zoals huiduitslag, zwelling, en ademhalingsproblemen.

Meer over voedselallergie

Zonneallergie

Zonneallergie is een verzamelnaam voor huidreacties door zon. Lees over PMLE, fotoallergie, fototoxiciteit, zonnebrandcrème en testen.

Meer over zonneallergie
Contact

Afspraak maken?

Om bij Allergie Centra Nederland een afspraak te kunnen maken hebben wij een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist. Zodra wij deze hebben ontvangen plannen wij graag een afspraak met u in. U mag ons natuurlijk ook altijd zelf bellen.

Allergietest Amsterdam
Denkt u dat u een allergie heeft?

Bij aanhoudende klachten is het belangrijk om dit te bespreken met uw huisarts of specialist. Met een verwijzing kunt u bij ons terecht voor allergieonderzoek.

We helpen u graag verder — zonder lange wachttijden.