Contactallergenen (2019-2024)

Vorige week namen we jullie mee langs de allergenen van het jaar tussen 2014-2018. Vandaag eindigen wij deze blokreeks met de jaren daarna. Elk jaar kiest de American Contact Dermatitis Society een stof die extra aandacht verdient: soms omdat die veel allergische reacties veroorzaakt, soms omdat er juist misverstanden over bestaan. In deze blog behandelen we de periode 2019 tot en met 2024. Je leest alles over parabenen, isobornylacrylaat, acetofenonazine, aluminium, lanoline en sulfieten: waar je ze tegenkomt, hoe een allergie zich uit en wat je kunt doen als je gevoelig bent.

2019 – Parabenen

In de schappen zie je het steeds vaker: “vrij van parabenen”. Het klinkt als een geruststelling, alsof je iets slechts vermijdt. Maar wat veel mensen niet weten: parabenen zijn helemaal geen veelvoorkomende allergenen. In 2019 werden ze zelfs uitgeroepen tot non-allergen of the year om dat misverstand recht te zetten. Parabenen zijn conserveermiddelen die al sinds de jaren 1930 worden gebruikt om crèmes, zalven, cosmetica en zelfs medicijnen en voeding goed houdbaar te maken. Bekende voorbeelden zijn methylparabeen en propylparabeen. Ze zijn effectief, stabiel en vooral: ze geven zelden allergische reacties. Toch verdwenen ze massaal uit producten, vooral na zorgen over mogelijke hormonale effecten. Fabrikanten vervingen parabenen door alternatieven zoals methylisothiazolinone (MI), en ironisch genoeg veroorzaakte juist dát een golf aan allergieën in het begin van de jaren 2010. Echte allergie voor parabenen komt nauwelijks voor. Minder dan 1% van de mensen reageert erop in allergietesten. Soms ontstaat er verwarring bij mensen die jarenlang uitsluitend parabeenvrije producten hebben gebruikt en vervolgens toch een reactie krijgen op een crème met parabenen. Dit zeldzame verschijnsel staat bekend als de paraben paradox. Het idee hierachter is dat de huid, doordat zij lange tijd niet meer in aanraking komt met parabenen, gevoeliger kan worden en bij hernieuwd contact alsnog een immuunreactie ontwikkelt. Hoewel dit kan gebeuren, is het géén reden om parabenen in het algemeen te vermijden. Voor de overgrote meerderheid blijven ze een van de veiligste conserveermiddelen. Parabenen worden nog steeds gebruikt, zij het in lagere concentraties (de EU hanteert een limiet van 0,4%). Voor vrijwel iedereen zijn ze een veilige keuze. Heb je dus een gevoelige huid of wil je allergieën voorkomen? Dan is vrij van parabenen niet per se een voordeel, soms is het juist beter om voor een product mét parabenen te kiezen. Een goed product gaat niet over wat er níet in zit, maar over wat er wél in zit en hoe je huid daarop reageert. Laat je dus niet misleiden door marketingkreten, en kies wat echt het beste is voor jóuw huid.

2020 – Isobornylacrylaat

Voor veel mensen met diabetes is een continue glucosemeter of insulinepomp een uitkomst. Maar wat als je onder die handige sensor ineens last krijgt van roodheid, jeuk of zelfs eczeem? Tot een paar jaar geleden wisten maar weinig mensen het, maar de lijmlaag van sommige medische pleisters bevatte een stof genaamd isobornylacrylaat en die bleek bij veel gebruikers een allergische reactie uit te lokken. Isobornylacrylaat is een acrylaat, afgeleid van een kamferachtige stof, en werd jarenlang gebruikt in de kleeflaag van medische hulpmiddelen zoals de FreeStyle Libre®. Voor mensen met diabetes die deze sensoren dagelijks gebruiken, leidde dat soms tot flinke huidklachten: jeukende, rode plekken die steeds terugkwamen op dezelfde plek. Wat het extra lastig maakte, is dat de sensor precies dáár zit waar de huid sowieso al kwetsbaarder is door langdurig contact en weinig lucht. Gelukkig is er snel op gereageerd: na de ontdekking dat isobornylacrylaat verantwoordelijk was voor veel van deze klachten, hebben fabrikanten zoals Abbott in 2019 besloten de stof uit hun producten te halen. Sindsdien zijn de nieuwe generaties sensorpleisters een stuk beter te verdragen. Toch is het goed om alert te blijven. Als je merkt dat je huid telkens reageert op pleisters of sensoren, kan er nog steeds sprake zijn van een allergie voor acrylaten. Isobornylacrylaat hoort bij deze groep, en wie er gevoelig voor is, kan ook reageren op andere acrylaatproducten, denk aan kunstnagels of bepaalde tandheelkundige materialen. Heb je aanhoudende huidklachten onder je sensor? Overleg dan met je arts of dermatoloog of een allergietest zinvol is. Soms zit de oplossing niet in een andere zalf of lotion, maar in een andere lijmlaag. Dankzij de aandacht die deze allergie in 2020 kreeg, is er gelukkig al veel verbeterd.

2021 – Acetofenonazine

Voetbal, hockey, yoga of gewoon spelen op een kleurrijke speelmat, het lijkt zo onschuldig. Maar voor sommige sporters en kinderen leidt het gebruik van bepaalde sport- en speelmaterialen tot hardnekkige eczeemklachten, precies op de plek waar iets de huid raakt. De boosdoener? Een stof met een ingewikkelde naam: acetofenonazine. Deze stof komt vrij uit EVA-schuim (ethyleenvinylacetaat), een flexibel materiaal dat veel wordt gebruikt in scheenbeschermers, yogamatten, inlegzolen en kinderspeelmatten. Vooral jongeren met eczeem op de schenen, precies onder hun scheenbeschermers, bleken gevoelig te zijn voor deze stof. Ook op de voetzolen of knieën kunnen klachten ontstaan bij langdurig contact met EVA. De eczeemplekken beginnen vaak lokaal, maar kunnen uiteindelijk uitbreiden of zelfs chronisch worden. Omdat acetofenonazine nog niet standaard wordt meegenomen in allergietesten, is het herkennen van deze allergie niet altijd eenvoudig. Dermatologen bereiden inmiddels zelf testoplossingen om gericht te kunnen testen bij onverklaarde klachten bij sporters of kinderen. Hoewel EVA-schuim bekendstaat als veilig en comfortabel, heeft de benoeming van acetofenonazine tot allergeen van het jaar in 2021 geleid tot meer bewustzijn. Er is nog geen sprake van een verbod of vervanging van EVA in sportmaterialen, maar fabrikanten zijn inmiddels wél geïnformeerd over de mogelijke risico’s. Heb je steeds terugkerende plekjes op je schenen, voeten of andere plekken die in contact komen met sport- of speelmaterialen? Kijk dan eens kritisch naar het gebruikte materiaal.

2022 – Aluminium

Aluminium klinkt als een onschuldige, alledaagse stof en dat is het meestal ook. Het zit in verpakkingen, pannen, vaccins en deodorants, en we komen er dagelijks ongemerkt mee in contact. Toch kan aluminium bij sommige mensen een allergische reactie veroorzaken, vooral op de huid of injectieplaats. Wat aluminiumallergie lastig maakt, is dat het er anders uitziet dan de klassieke vorm van eczeem. Vaak ontstaan er kleine, jeukende bultjes of onderhuidse knobbeltjes, vooral na vaccinatie met een aluminiumhoudend vaccin. Dit zie je het meest bij kinderen, soms pas weken of maanden na de prik. Ook volwassenen kunnen last krijgen, bijvoorbeeld van rode, schilferige plekken in de oksels door aluminiumzouten in deodorant. Aluminium zit in meer producten dan je denkt: in vaccins (zoals DKTP of hepatitis B), in veel deodorants, in bepaalde medicijnen zoals maagzuurremmers, en in kleine hoeveelheden zelfs in tandpasta. Meestal geeft dat geen problemen, maar bij mensen met een gevoelige huid of een allergie kan het toch klachten geven, zeker als de huid al beschadigd is. Omdat aluminiumallergie niet vaak werd herkend, duurde het lang voordat het werd opgenomen in de standaard allergietesten. Pas sinds 2022 is daar meer aandacht voor, mede dankzij het benoemen van aluminium als allergeen van het jaar. Wat deze allergie ook lastig maakt: de klachten verschijnen vaak vertraagd. Waar veel allergieën binnen 48 uur opduiken, kan een reactie op aluminium pas na zeven dagen zichtbaar worden. Dat betekent dat het soms gemist wordt als een allergietest te vroeg wordt afgelezen. Heb jij last van aanhoudende bultjes op een injectieplek of eczeem in de oksel zonder duidelijke oorzaak? Dan is het zinvol om met je arts te overleggen of aluminiumallergie mogelijk is. En gebruik je een deodorant met aluminiumzout, dan kun je eens overstappen op een aluminiumvrije variant. Gewoon om te kijken of je huid daar beter op reageert.

2023 – Lanoline

Lanoline, ook wel wolvet genoemd, klinkt als iets zachts en goeds. En dat is het meestal ook. Het wordt al decennialang gebruikt in crèmes, zalven, lippenbalsems en tepelverzorging, vooral om de droge of gevoelige huid te verzachten. Maar wist je dat lanoline bij sommige mensen juist eczeem kan veroorzaken? Lanoline is een natuurlijk vet dat uit schapenwol wordt gewonnen. Het bestaat uit een mix van vetzuren, vetalcoholen en sterolen. Op een gezonde huid doet het prima zijn werk. Maar bij mensen met een beschadigde huid, bijvoorbeeld door chronisch eczeem of een open wondje, kan langdurig gebruik uiteindelijk leiden tot een allergische reactie. De eczeemklachten verschijnen vaak precies op de plek waar je de zalf smeert: je benen, je handen, je lippen of je borsten bij gebruik van tepelcrème. Roodheid, jeuk of schilfering kunnen dan wijzen op een lanolineallergie. Wat deze allergie lastig maakt, is dat lanoline juist vaak wordt gebruikt in producten voor de gevoelige huid. Denk aan hypoallergene crèmes, babyverzorging of zalf voor eczeem. Gelukkig zijn er tegenwoordig ook lanolinevrije alternatieven beschikbaar, en fabrikanten vermelden “wolvet” of “lanolin” meestal duidelijk op het etiket. Twijfel je of jouw huidklachten te maken hebben met een crème of zalf die je gebruikt? Kijk dan eens naar de ingrediëntenlijst. Zie je termen als lanolin, lanolin alcohols of ? Dan zou het zinvol kunnen zijn om dit met je arts of dermatoloog te bespreken. Lanoline is voor de meeste mensen een fijne, verzorgende stof, maar niet iedereen kan er tegen. En dat is goed om te weten, vooral als je huid juist extra zorg nodig heeft.

2024 – Sulfieten

Sulfieten zijn vooral bekend als conserveermiddel in wijn of gedroogd fruit. Maar wist je dat ze ook voorkomen in shampoo, haarverf, crèmes en zelfs medicijnen? Voor sommige mensen zijn sulfieten niet alleen een voedingsingrediënt om te vermijden, maar een oorzaak van hardnekkig eczeem, vooral in het gezicht en op de handen. Sulfieten worden gebruikt om producten langer houdbaar te maken en oxidatie te voorkomen. Je vindt ze in voeding (zoals wijn, bier, azijn, gedroogd fruit, verpakte aardappelen), maar ook in verzorgingsproducten zoals haarverf, haarlak, zelfbruiners, make-up en sommige crèmes. Zelfs medicijnen en injecties kunnen ze bevatten als antioxidant. Het lastige is dat sulfieten nog niet standaard worden getest bij allergieonderzoek. Daardoor worden ze vaak over het hoofd gezien, ondanks dat steeds meer mensen klachten ontwikkelen. De huidreactie is meestal een vertraagde contactallergie: eczeem dat dagen na blootstelling opkomt, en lang aanhoudt. Een typisch voorbeeld is uitslag op het gezicht na gebruik van een sulfiethoudende shampoo of crème, of eczeem op de handen bij contact met haarproducten. Sulfietallergie wordt regelmatig verward met andere dingen: parfum, make-up, of “gewoon droge huid.” En omdat sulfieten ook in voeding en medicijnen zitten, kunnen de klachten zelfs verergeren door inwendige blootstelling. In sommige gevallen ontstaat systemisch eczeem of zeldzamere verschijnselen zoals symmetrische roodheid in liezen en op de billen (het zogenaamde “baboon syndrome”). Herken je deze klachten? Kijk dan eens goed op de etiketten van je producten. In voeding herken je sulfieten aan benamingen als E223 (natriummetabisulfiet), en in cosmetica vaak als “metabisulfiet” of andere zwavelzouten. Let op: sulfieten zijn níét hetzelfde als sulfaten. Je kunt dus gerust producten gebruiken met bijvoorbeeld natriumsulfaat of laurylsulfaat, tenzij je daar ook gevoelig voor bent. Sinds 2024 krijgen sulfieten eindelijk meer aandacht, mede doordat ze zijn uitgeroepen tot allergeen van het jaar. Heb je onverklaarbare huidklachten en gebruik je producten waar je nooit aan twijfelde? Dan kan het geen kwaad om eens aan sulfieten te denken en dat met je arts te bespreken.

Tot slot

De allergenen uit de periode 2019 tot en met 2024 laten zien hoe verrassend divers de oorzaken van huidklachten kunnen zijn. Van medische pleisters en sportmaterialen tot alledaagse crèmes, deodorants en zelfs voeding: telkens bleek een specifieke stof verantwoordelijk voor eczeem, roodheid of jeuk. Soms gaat het om klassiekers zoals lanoline en sulfieten, soms om minder bekende stoffen zoals isobornylacrylaat of acetofenonazine. En zelfs parabenen, jarenlang ten onrechte verdacht gemaakt, kregen in deze periode extra aandacht.

Wat deze jaren vooral duidelijk maken: de kennis over contactallergieën blijft zich ontwikkelen. Fabrikanten verbeteren hun producten, er komen veilige alternatieven bij en artsen en patiënten herkennen klachten steeds sneller. Toch blijft waakzaamheid belangrijk, want risicostoffen kunnen nog altijd onverwachts opduiken.

Met dit overzicht sluiten we de reeks “contactallergenen door de jaren heen” voorlopig af. Heb je een ingrediënt waar je nieuwsgierig naar bent of waar je meer over wilt weten? Laat het ons gerust weten, dan lichten we het in een volgende blog graag voor je uit.

Denkt u dat u een allergie heeft?

Bij aanhoudende klachten is het belangrijk om dit te bespreken met uw huisarts of specialist. Met een verwijzing kunt u bij ons terecht voor allergieonderzoek.

We helpen u graag verder — zonder lange wachttijden.