Een notenallergie behandelen? Met orale immunotherapie kan bij sommige patiënten de hoeveelheid noten die een reactie veroorzaakt worden verhoogd.
In het kort
- Er is in Europa op dit moment geen geregistreerd geneesmiddel voor pinda- of notenallergie. Palforzia, het enige dat er was, is om commerciële redenen van de markt genomen.
- Sinds 31 maart 2026 kunnen er geen nieuwe patiënten meer mee starten.
- Orale immunotherapie is wel mogelijk volgens gecontroleerde protocollen in gespecialiseerde centra. Bij cashew bereikt ongeveer 88% van de patiënten desensibilisatie, waarbij pistache in de meeste gevallen meegaat.
- Een deel van de patiënten heeft tijdens de behandeling adrenaline nodig buiten het ziekenhuis. Dit is een behandeling met reële risico’s.
- Desensibilisatie is geen genezing. De adrenaline-auto-injector blijft geïndiceerd.
Aanleiding
Een notenallergie behandeling is sinds kort een andere vraag geworden dan een jaar geleden. Ouders en verwijzers vragen regelmatig of een ernstige pinda- of notenallergie behandeld kan worden, of dat vermijden en een noodmedicatieplan het enige zijn dat rest.
Die vraag is beantwoordbaar, maar het antwoord is het afgelopen jaar veranderd. Informatie die tot voor kort klopte, over een geregistreerd middel dat in Nederland werd vergoed, is inmiddels achterhaald. Dit artikel zet op een rij wat er nu wel en niet mogelijk is.
Het verdwijnen van Palforzia
Palforzia was het eerste en enige geregistreerde geneesmiddel voor pinda-allergie: gedefatteerd pinda-eiwit in nauwkeurig opklimmende doseringen. Het kreeg op 17 december 2020 een Europese handelsvergunning voor desensibilisatie van kinderen en adolescenten.
In Nederland werd het per 1 november 2025 vergoed voor patiënten van 4 tot en met 17 jaar bij aanvang van de behandeling.
Vijf weken later meldde de vergunninghouder aan het Europees Geneesmiddelenbureau dat de verkoop wordt gestaakt. De EMA legde dat vast in een openbare verklaring van 12 februari 2026: de beslissing is genomen op commerciële gronden, niet vanwege veiligheid of werkzaamheid. Als reden noemde de fabrikant dat de complexe toedienings- en administratievoorschriften het gebruik in de praktijk beperkt hadden gehouden.
Voor de praktijk zijn twee zinnen uit die verklaring bepalend. Na 31 maart 2026 mogen geen nieuwe patiënten meer met Palforzia worden gestart, en er is in de Europese Unie geen geregistreerd therapeutisch alternatief beschikbaar.
Die datum is ruim een half jaar verstreken. Wie nu een behandeling overweegt, komt daarmee per definitie buiten het geregistreerde aanbod uit.
Wat is orale immunotherapie?
Bij orale immunotherapie krijgt de patiënt dagelijks een kleine, nauwkeurig afgemeten hoeveelheid van het allergeen. Die dosis wordt over maanden stapsgewijs verhoogd, onder medisch toezicht, tot een onderhoudsdosis is bereikt die vervolgens dagelijks wordt voortgezet.
Het doel is niet dat iemand handenvol noten gaat eten. Het doel is de drempel verhogen waarboven een reactie optreedt, zodat een onbedoelde blootstelling, bijvoorbeeld door een verkeerd etiket of een gedeeld koekje, niet langer een ernstige reactie uitlokt.
Daarbij zijn twee begrippen van belang die vaak door elkaar lopen. Desensibilisatie is een verhoogde reactiedrempel zolang de behandeling wordt voortgezet. Remissie is een blijvende ongevoeligheid die standhoudt nadat de behandeling is gestopt.
Het verschil is groot. In de IMPACT-studie, waarin kinderen van één tot vier jaar 134 weken lang dagelijks 2.000 mg pinda-eiwit kregen, was 71% van de behandelde kinderen aan het eind gedesensibiliseerd, tegenover 2% in de placebogroep. Vervolgens stopten alle deelnemers 26 weken met innemen. Na die periode voldeed nog 21% aan de criteria voor remissie. Een aanzienlijk deel van de kinderen dat de provocatietest na 134 weken had doorstaan, kwam die na zes maanden zonder behandeling niet meer door.
Met andere woorden: het effect berust bij de meeste patiënten op het volhouden van de dagelijkse dosis. Stoppen betekent in de regel terugkeer van de gevoeligheid.
Uit diezelfde studie kwam nog een bevinding die voor de afweging uitmaakt: een jongere leeftijd en een lagere uitgangswaarde van pinda-specifiek IgE voorspelden remissie. De beste resultaten worden geboekt bij de jongste kinderen.
Werkt het?
Ja, in de zin van desensibilisatie. De cijfers zijn per noot verschillend onderzocht.
Cashew. In de NUT CRACKER-studie ondergingen vijftig cashewallergische patiënten vanaf vier jaar orale immunotherapie met een streefdosis van 4.000 mg cashew-eiwit. Aan het eind verdroeg 88% die dosis, tegenover 0% in de controlegroep die bleef vermijden. Alle patiënten die daarna zes maanden lang een lagere onderhoudsdosis van 1.200 mg innamen, doorstonden een provocatie met de volledige dosis.
Pinda. Hier is de meeste ervaring opgedaan. De Europese richtlijn beveelt orale immunotherapie bij pinda-allergie aan voor kinderen en adolescenten. Het is de enige noot waarvoor een aanbeveling bestaat.
Overige noten. Voor hazelnoot, walnoot en andere boomnoten is de onderbouwing dunner. Er is onderzoek, maar te weinig om er richtlijnuitspraken op te baseren.
Belangrijk bij deze percentages: ze gelden onder de condities van de studie. Dat betekent geselecteerde patiënten, een vast protocol, en begeleiding door een team met ervaring. Buiten die setting zijn ze niet zonder meer overdraagbaar.
En als er meerdere noten in het spel zijn?
Veel kinderen met een notenallergie reageren niet op één noot maar op meerdere. Dat roept de vraag op of een behandeling voor de ene noot de andere meeneemt.
Het antwoord blijkt af te hangen van de botanische verwantschap.
In de NUT CRACKER-studie werden alle 35 deelnemers met een gelijktijdige pistache-allergie ná de cashewbehandeling ook ongevoeliger voor pistache. Cashew en pistache behoren beide tot de familie van de pruikenboomachtigen, en de eiwitten waar het afweersysteem op reageert lijken sterk op elkaar. Bij walnoot lukte dat bij vier van de acht deelnemers.
Hazelnoot laat het tegenovergestelde zien. In een vervolgonderzoek van dezelfde groep raakte 96,7% van de deelnemers ongevoelig voor hazelnoot, maar bij de zes deelnemers met een gelijktijdige cashewallergie trad geen enkele kruisdesensibilisatie op. Hazelnoot hoort tot de berkenfamilie en staat botanisch ver van cashew af.
Voor de praktijk betekent dit dat een notenallergie behandeling per allergeen bekeken moet worden. Een kind dat op cashew, pistache én pinda reageert, kan met één traject mogelijk twee van de drie afdekken. Pinda is een peulvrucht en staat los van de boomnoten.
Hoe veilig is het?
Dit is het deel dat in voorlichting vaak onderbelicht blijft, en het weegt zwaar in de afweging.
Orale immunotherapie verhoogt het aantal allergische reacties tijdens de behandeling. Dat is geen bijwerking die soms optreedt, maar het werkingsprincipe zelf: er wordt bewust een stof toegediend waar de patiënt allergisch voor is.
In een meta-analyse van twaalf gerandomiseerde onderzoeken bij pinda-allergie, samen ruim duizend deelnemers, kwam anafylaxie ongeveer drie keer zo vaak voor bij behandelde patiënten als bij patiënten die bleven vermijden. Ook het gebruik van adrenaline lag ruim twee keer zo hoog. De zekerheid van dit bewijs werd als hoog beoordeeld. Braken en angio-oedeem namen eveneens toe.
In de cashewstudie had 6% van de deelnemers thuis adrenaline nodig; bij hazelnoot was dat 16,7%.
Die cijfers betekenen niet dat behandeling onverantwoord is. Ze betekenen dat de afweging een echte is: een verhoogd risico gedurende de behandelperiode, tegenover een verlaagd risico bij onbedoelde blootstelling daarna. Die afweging maakt u samen met een arts die de situatie van uw kind kent, en de behandeling hoort thuis in een setting waar een reactie direct opgevangen kan worden.
Wanneer een reactie ernstig verloopt, spreken we van anafylaxie.
Wat zegt de Europese richtlijn?
De EAACI, de Europese vereniging voor allergologie, publiceerde in 2025 een herziene richtlijn over de behandeling van IgE-gemedieerde voedselallergie. Daarin staan drie dingen die er voor deze vraag toe doen.
Orale immunotherapie wordt aanbevolen voor kinderen en adolescenten met een pinda-allergie. Voor koemelk en ei wordt het gesuggereerd.
Voor boomnoten, sesam en andere voedingsmiddelen kon de richtlijncommissie geen aanbeveling formuleren, omdat het beschikbare bewijs daarvoor te beperkt is. Dat geldt dus ook voor cashew en pistache, ondanks de gunstige resultaten van de NUT CRACKER-studie.
Voor omalizumab, een antilichaam tegen IgE, geldt een voorwaardelijke suggestie vanaf de leeftijd van één jaar.
Een notenallergie behandeling buiten pinda valt daarmee per definitie buiten de richtlijn. Dat is geen reden om er niet over te spreken, maar wel om te weten in welk kader het gebeurt.
Wat gebeurt er in Nederland?
Er loopt Nederlands onderzoek. Onder de regeling Veelbelovende Zorg van het Zorginstituut wordt onderzocht of orale immunotherapie werkt bij jonge kinderen van negen tot dertig maanden met een bewezen IgE-gemedieerde voedselallergie, waaronder pinda, noten, koemelk en kippenei. Het onderzoek startte in 2022, loopt vijfeneenhalf jaar en de resultaten worden rond 2028 verwacht. Meerdere Nederlandse ziekenhuizen werken eraan mee.
Belangrijk om te weten: deze behandeling wordt op dit moment niet vergoed vanuit de basisverzekering. Het Zorginstituut gebruikt de onderzoeksgegevens om te beoordelen of dat in de toekomst wel kan.
De leeftijdsgrens van dit onderzoek ligt laag. Voor oudere kinderen biedt het geen route, wat aansluit bij het eerder genoemde gegeven dat de kans op blijvende remissie het grootst is bij de jongste patiënten.
Voor wie komt een notenallergie behandeling in aanmerking?
Er bestaat geen algemeen antwoord op die vraag, maar uit het onderzoek komen enkele lijnen naar voren.
De kans op blijvende remissie is het grootst bij jonge kinderen met een relatief lage uitgangswaarde van specifiek IgE. Bij oudere kinderen en volwassenen blijft desensibilisatie goed haalbaar, maar berust het effect sterker op het volhouden van de dagelijkse dosis.
Daarnaast telt mee hoe zwaar de allergie het dagelijks leven belast, hoe goed vermijden in de praktijk lukt, en of het gezin een behandeling van vele maanden met dagelijkse inname kan volhouden. Een notenallergie behandeling vraagt doorzettingsvermogen van het hele gezin, niet alleen van het kind.
Bespreek de mogelijkheden met uw arts, en laat u zo nodig verwijzen naar een centrum met ervaring in voedselimmunotherapie. Vraag daarbij expliciet naar de kans op een reactie thuis, naar wat er gebeurt als de behandeling wordt onderbroken, en naar de duur van het traject.
Wat er ook besloten wordt: zolang de allergie bestaat, blijft de adrenaline-auto-injector geïndiceerd. Ook na een geslaagde notenallergie behandeling verdwijnt de allergie niet; de drempel ligt hoger, maar hij is er nog.