Airborne contactdermatitis

Je smeert niks nieuws. Toch worden je oogleden ineens rood en schilferig, met zo’n irritante jeuk die maar terugkomt. Een paar dagen later doet je hals mee (die typische “V” bij je sleutelbenen), en soms ook je gezicht en onderarmen. Het voelt willekeurig, tot je gaat opletten waar je bent geweest: een dag tuinieren, klussen in een pas geschilderde kamer, werken met poeders… of even parfum sprayen.
Dat kan passen bij airborne contactdermatitis: contacteczeem doordat allergenen of irriterende stoffen via de lucht op je huid terechtkomen. Niet alleen wat je aanraakt telt mee, maar ook wat je huid “opvangt” uit de lucht, van plantdeeltjes en verf(conserveermiddelen) tot stof/poeders en spraynevel zoals parfum.

Mini-samenvatting

  • Airborne contactdermatitis = eczeem door luchtgedragen allergenen/irritantia die op je huid terechtkomen.
  • Zit vaak op blootgestelde huid: gezicht (ook oogleden), hals (“V”), handen/onderarmen.
  • Bekende triggers: Compositae/Asteraceae-planten (sesquiterpeenlactonen), isothiazolinonen in verf (MI/MCI), epoxy/lijmen, geurstoffen in sprays/diffusers en poeders (o.a. kappersproducten).
  • De sleutel is meestal: oorzaak vinden (patchtesten/plakproeven) + gerichte vermijding.

Wat is airborne contactdermatitis precies?

Contactdermatitis betekent: een huidontsteking doordat je huid ergens mee in aanraking komt. Meestal denk je aan “iets dat je op je huid smeert” of “iets dat je aanraakt”. Maar bij airborne contactdermatitis gebeurt het anders: de prikkel komt via de lucht.
Dat kan heel alledaags zijn. Kleine deeltjes of nevel zweven rond en landen op je huid. Vooral op plekken die open en bloot zijn, zoals, oogleden en gezicht, hals en bovenborst (die typische “V”), handen en onderarmen. Denk aan plantdeeltjes bij maaien of tuinieren, verfnevel/dampen bij klussen (met name watergedragen verf met conserveermiddelen), poeders op het werk (bijv. in kappersproducten), of sprays zoals parfum of roomspray. Je hoeft dus niets “nieuws” op je huid te smeren om tóch eczeem te krijgen: je huid kan het uit de lucht “opvangen”.

Hoe vaak komt het voor?

Airborne contactdermatitis is niet de meest voorkomende vorm van eczeem, maar het is ook zeker niet zeldzaam in een gespecialiseerde eczeem-/plakproevencentrum.
In een grote Duitse databank met plakproeven (de IVDK; meer dan 200.000 mensen die wegens eczeemklachten zijn getest) werd de diagnose airborne contactdermatitis gesteld bij ongeveer 0,6% van de geteste patiënten. Opvallend: bij ongeveer 35% van die groep was er een vermoedelijk verband met werk (beroepsmatig), bijvoorbeeld door blootstelling aan verf, chemische stoffen, poeders of industriële processen.

Hoe herken je het? Het “airborne patroon”

Airborne contactdermatitis heeft vaak een herkenbaar “landingspatroon”: plekken waar lucht, nevel en stof het makkelijkst op terechtkomen. Je ziet het daarom vooral op blootgestelde huid:

  • Oogleden en gezicht
  • Hals en bovenborst: de typische “V” van de hals
  • Handen en onderarmen
  • Soms ook haargrens en achter de oren (afhankelijk van bron en hoe je blootgesteld wordt)

De klachten passen bij eczeem: jeuk, roodheid, schilfering en soms kleine blaasjes of kloofjes

Oogleden: klein oppervlak, grote hint

Oogliddermatitis is vaak een diagnostische puzzel, omdat de huid daar dun en kwetsbaar is. Juist daarom geeft het veel informatie.
In een multicenter studie met 447 patiënten met ooglidklachten was allergisch contacteczeem de meest gestelde diagnose (ongeveer de helft). Daarna volgden irritatief contacteczeem en vervolgens onder andere atopisch eczeem en seborroïsch eczeem (Ayala et al., 2003). Dat verklaart waarom plakproeven bij hardnekkige ooglidklachten zo vaak zinvol zijn: je wilt niet blijven “smeren op goed geluk” als er een contactallergeen onder zit.
Ook in de grote Noord-Amerikaanse NACDG-analyse (VS/Canada, 1994–2016) werd bij mensen met oogliddermatitis als primaire diagnose regelmatig allergisch contacteczeem gevonden (grofweg 43–54%, afhankelijk van de subgroep) (Warshaw et al., 2021). Kortom: oogleden zijn een kleine plek met een grote kans op een contactallergie-signaal.

Veelvoorkomende boosdoeners (en hoe je ze herkent)

Airborne contactdermatitis kan door allerlei bronnen komen. In de praktijk zijn dit de grote categorieën.

1) Planten: tuinieren, maaien, buiten zijn

Een echte klassieker bij airborne contactdermatitis is een plantenallergie, vooral voor planten uit de Compositae/Asteraceae-familie (denk aan ambrosia/ragweed en verschillende zonnebloem-achtige planten). De allergenen zijn vaak sesquiterpeenlactonen: dat zijn natuurlijke plantstoffen die bij sommige mensen allergisch contacteczeem kunnen uitlokken.
Waarom dit zo verraderlijk is: bij maaien, snoeien of tuinieren kunnen kleine plantdeeltjes loskomen, in de lucht blijven hangen en vervolgens op je huid neerslaan, vooral op je gezicht, oogleden en hals. Dat is precies het “airborne” mechanisme.
In een Australisch onderzoek met mensen die positief testten op Compositae-allergenen werd de blootstelling vaak gelinkt aan tuinieren. Opvallend was ook dat een deel klachten kreeg via persoonlijke producten met plantenextracten (bijv. natuurlijke crèmes/oliën), en dat het gezicht relatief vaak betrokken was.

Valstrik: Compositae allergische dermatitis kan lijken op een photophytische-dermatitis, omdat het vaak juist op zon-blootgestelde plekken zit. In een klassiek artikel werden patiënten zelfs lange tijd behandeld voor “fotodermatitis”, totdat bleek dat het in feite om airborne contactdermatitis door Compositae ging (Hjorth et al., 1976).

2) Verf: isothiazolinonen (MI/MCI)

Een moderne boosdoener: watergedragen verf met conserveermiddelen zoals methylisothiazolinone (MI) en methylchloroisothiazolinone/methylisothiazolinone (MCI/MI).
In een Frans-Belgische studie (44 cases) was de blootstelling meestal niet beroepsmatig (dus “gewoon thuis”). Het beeld kon ernstig en langdurig zijn; soms was systemische behandeling of zelfs opname nodig. Er werd een mediaan van 5,5 weken genoemd voordat mensen weer een vers geschilderde kamer in konden zonder opvlamming. Reviews benadrukken dat isothiazolinonen niet alleen in cosmetica, maar ook in niet-cosmetische bronnen (zoals verf en huishoud/industriële producten) relevant blijven.

3) Epoxy, lijmen, bouw/industrie

Epoxyharsen en verwante stoffen zijn bekende contactallergenen en kunnen in sommige werksituaties ook klachten geven via luchtblootstelling (bijvoorbeeld door dampen of fijne deeltjes tijdens mengen, schuren of verwerken). In een grote analyse werden onder andere epoxyhars en MCI/MI geassocieerd met airborne contactdermatitis. Daarnaast zagen de auteurs ook aanwijzingen richting allergenen uit de Compositae/sesquiterpeenlacton-mixen (Breuer et al., 2015).

4) Poeders: o.a. kappers en ontkleuringsproducten

Airborne betekent niet alleen “damp”: ook poederdeeltjes kunnen in de lucht blijven hangen en op je huid neerslaan. Dat zie je bijvoorbeeld bij kapperswerk. In een studie bij kappers werden ontkleurings- en blondpoeders/-producten genoemd als relevante blootstellingen waarbij gezondheidsklachten kunnen optreden, waaronder ook (airborne) allergische contactdermatitis (Symanzik et al., 2023).

5) Parfum en geurstoffen

Geurstoffen zijn een belangrijke oorzaak om aan te denken bij eczeem op oogleden, gezicht en hals. Meestal gaat het om allergisch contacteczeem door direct huidcontact met geparfumeerde producten, zoals crème, make-up, aftershave, shampoo of deodorant. Maar bij sprays (parfum, hair mist, roomspray) en soms ook diffusers/geurkaarsen kan er daarnaast sprake zijn van nevel/deeltjes in de lucht die op de huid neerslaan, vooral op oogleden en hals (Api et al., 2015).
De ooglidhuid is extra kwetsbaar. In een studie bij mensen met oogliddermatitis die naast de standaardreeks ook een extra parfumreeks kregen getest, testte 42% positief op één of meer allergenen uit die geurstoffenreeks; een deel zou je met alleen de standaardreeks dus missen (Wenk & Ehrlich, 2012). Ook de grote NACDG-analyse laat zien dat allergisch contacteczeem bij oogliddermatitis vaak voorkomt, waardoor geurstoffen in de patchtestpraktijk logisch tot de relevante groepen behoren om mee te testen (Warshaw et al., 2021).
En let op: “natuurlijk” is niet automatisch veilig. Essentiële oliën kunnen ook contactallergie geven; er is bijvoorbeeld casuïstiek van airborne contactdermatitis door essentiële oliën bij een kind (Shah et al., 2019).

Diagnostiek en behandeling

Diagnostiek begint met patroonherkenning en timing: eczeem op blootgestelde huid (oogleden/gezicht, hals in een “V”, onderarmen) past bij airborne blootstelling, en bij allergisch contacteczeem zie je vaak een vertraagde opvlamming (meestal 1–3 dagen). Daarna is een goede blootstellingsanamnese cruciaal: werk (poeders, epoxy), klussen/verf (MI/MCI), tuinieren/planten, en sprays/geur (parfum, roomspray, diffuser). Als er een allergische oorzaak vermoed wordt, zijn plakproeven (patchtesten) meestal de sleutel: een basisreeks aangevuld met gerichte series op basis van het verhaal. Tot slot wordt altijd beoordeeld of een positieve test ook echt relevant is, dus of die past bij de blootstelling in het dagelijks leven (Johansen et al., 2015).
Behandeling draait om twee sporen tegelijk. Het belangrijkste is bronaanpak: de blootstelling verminderen of stoppen (bijvoorbeeld vermijden van vers geschilderde ruimtes, plantdeeltjes bij tuinieren, epoxy/poeders op het werk, of sprayblootstelling). Tegelijk breng je de huid tot rust met vette, parfumvrije basiszorg en zo nodig ontstekingsremmende behandeling via de arts, waarbij op het gezicht extra voorzichtig wordt gedoseerd. Als het (mogelijk) werkgerelateerd is, is het slim om vroeg de bedrijfsarts te betrekken voor broninventarisatie, beschermingsmaatregelen en werkplekaanpassingen. Als klachten blijven terugkomen, is dat een signaal om opnieuw naar de trigger te kijken of om uitbreiding van de teststrategie te overwegen.

Bronnen

  • Amsler, E., Aerts, O., Raison-Peyron, N., Debons, M., Milpied, B., Giordano-Labadie, F., … Barbaud, A. (2017). Airborne allergic contact dermatitis caused by isothiazolinones in water-based paints: A retrospective study of 44 cases. Contact Dermatitis, 77(3), 163–170. https://doi.org/10.1111/cod.12795
  • Aerts, O., Goossens, A., Lambert, J., & Lepoittevin, J.-P. (2017). Contact allergy caused by isothiazolinone derivatives: An overview of non-cosmetic and unusual cosmetic sources. European Journal of Dermatology, 27(2), 115–122. https://doi.org/10.1684/ejd.2016.2951
  • Ayala, F., Fabbrocini, G., Bacchilega, R., Berardesca, E., Caraffini, S., Corazza, M., … Balato, N. (2003). Eyelid dermatitis: An evaluation of 447 patients. American Journal of Contact Dermatitis, 14(2), 69–74.
  • Basketter, D., & Kimber, I. (2015). Fragrance sensitisers: Is inhalation an allergy risk? Regulatory Toxicology and Pharmacology, 73(3), 897–902. https://doi.org/10.1016/j.yrtph.2015.09.031
  • Breuer, K., Uter, W., & Geier, J. (2015). Epidemiological data on airborne contact dermatitis—results of the IVDK. Contact Dermatitis, 73(4), 239–247. https://doi.org/10.1111/cod.12455
  • Herman, A., Aerts, O., de Montjoye, L., Tromme, I., Goossens, A., & Baeck, M. (2019). Isothiazolinone derivatives and allergic contact dermatitis: A review and update. Journal of the European Academy of Dermatology and Venereology, 33(2), 267–276. https://doi.org/10.1111/jdv.15267
  • Hjorth, N., Roed-Petersen, J., & Thomsen, K. (1976). Airborne contact dermatitis from Compositae oleoresins simulating photodermatitis. British Journal of Dermatology, 95(6), 613–620. https://doi.org/10.1111/j.1365-2133.1976.tb07033.x
  • Johansen, J. D., Aalto-Korte, K., Agner, T., Andersen, K. E., Bircher, A., Bruze, M., … Uter, W. (2015). European Society of Contact Dermatitis guideline for diagnostic patch testing—recommendations on best practice. Contact Dermatitis, 73(4), 195–221. https://doi.org/10.1111/cod.12432
  • Paulsen, E. (2023). The sesquiterpene lactone mix: A review of past, present and future aspects. Contact Dermatitis, 89(6), 434–441. https://doi.org/10.1111/cod.14419
  • Punchihewa, N., Palmer, A., & Nixon, R. (2022). Allergic contact dermatitis to Compositae: An Australian case series. Contact Dermatitis, 87(4), 356–362. https://doi.org/10.1111/cod.14162
  • Ross, J. S., du Peloux Menagé, H., Hawk, J. L., & White, I. R. (1993). Sesquiterpene lactone contact sensitivity: Clinical patterns of Compositae dermatitis and relationship to chronic actinic dermatitis. Contact Dermatitis, 29(2), 84–87. https://doi.org/10.1111/j.1600-0536.1993.tb03488.x
  • Schloemer, J. A., Zirwas, M. J., & Burkhart, C. G. (2015). Airborne contact dermatitis: Common causes in the USA. International Journal of Dermatology, 54(3), 271–274. https://doi.org/10.1111/ijd.12692
  • Shah, K. M., Goldman, S. E., & Agim, N. G. (2019). Airborne contact dermatitis caused by essential oils in a child. Dermatitis, 30(1), 79–80. https://doi.org/10.1097/DER.0000000000000430
  • Symanzik, C., Koopmann, K., Skudlik, C., John, S. M., & Uter, W. (2023). Bleaching powders, bleaching creams and other hair lightening preparations as sources for (airborne) allergic contact dermatitis and other health effects in hairdressers: Results of an empirical study. Contact Dermatitis, 88(2), 139–144. https://doi.org/10.1111/cod.14242
  • Warshaw, E. M., Voller, L. M., Maibach, H. I., Zug, K. A., DeKoven, J. G., Atwater, A. R., … DeLeo, V. A. (2021). Eyelid dermatitis in patients referred for patch testing: Retrospective analysis of North American Contact Dermatitis Group data, 1994–2016. Journal of the American Academy of Dermatology, 84(4), 953–964. https://doi.org/10.1016/j.jaad.2020.07.020
  • Wenk, K. S., & Ehrlich, A. (2012). Fragrance series testing in eyelid dermatitis. Dermatitis, 23(1), 22–26. https://doi.org/10.1097/DER.0b013e31823d180f
Denkt u dat u een allergie heeft?

Bij aanhoudende klachten is het belangrijk om dit te bespreken met uw huisarts of specialist. Met een verwijzing kunt u bij ons terecht voor allergieonderzoek.

We helpen u graag verder — zonder lange wachttijden.