Allergieën ontstaan wanneer het afweersysteem te heftig reageert op stoffen die eigenlijk onschuldig zijn, zoals pollen, huisstofmijt of bepaalde voedingsmiddelen. Bij kinderen begint dat vaak met eczeem of voedselallergieën en later kunnen klachten zoals astma of hooikoorts volgen. Steeds meer onderzoekers kijken naar de rol van de darmflora, het geheel aan bacteriën in de darmen. Die darmflora helpt het immuunsysteem zich te ontwikkelen. Probiotica, dat zijn levende ‘goede’ bacteriën zoals je ze ook in yoghurt of speciale supplementen vindt, zouden die darmflora kunnen versterken en zo misschien de kans op allergieën verlagen.
Hoe zouden probiotica werken bij allergieën?
Studies
In een grote analyse van de Cochrane Library, een organisatie die wereldwijd bekendstaat om haar strenge wetenschappelijke beoordelingen, werd onderzocht of het geven van probiotica aan baby’s of aan zwangere en borstvoedende moeders kan helpen om allergieën bij kinderen te voorkomen. Daarvoor werden 24 studies bij elkaar genomen waarin in totaal meer dan 7000 moeders en kinderen meededen. De onderzoekers vergeleken kinderen die probiotica kregen met kinderen die een placebo kregen. Ze keken vooral naar het voorkomen van eczeem, astma, hooikoorts en voedselallergieën in de eerste twee levensjaren.
De resultaten lieten zien dat er misschien een klein verschil was in het ontstaan van eczeem. Kinderen die probiotica kregen, hadden iets minder vaak eczeem, maar het bewijs was niet sterk en de onderzoeken verschillen veel van elkaar. Voor andere allergieën, zoals astma, hooikoorts en voedselallergie, werd helemaal geen verschil gevonden tussen kinderen die probiotica kregen en kinderen die dat niet kregen. Er werden ook geen ernstige bijwerkingen gezien.
Wanneer de gegevens alleen van baby’s zelf werden bekeken, verdween het effect op eczeem bovendien helemaal. Bij astma en hooikoorts was het beeld duidelijk: probiotica lijken daar geen enkel verschil te maken. Voor voedsel- en koemelkallergie was het beschikbare bewijs zo onzeker dat er geen conclusie uit te trekken viel.
De belangrijkste boodschap van dit overzicht is daarom dat probiotica misschien een klein voordeel hebben bij het voorkomen van eczeem, maar dat het bewijs hiervoor zwak is en niet betrouwbaar genoeg om er op te bouwen. Voor andere allergieën leveren probiotica geen voordeel op. De onderzoekers concluderen dat er op dit moment te weinig stevig bewijs is om probiotica standaard te adviseren in babyvoeding of aan zwangere vrouwen met als doel allergieën te voorkomen.
Beperkingen van de studies
Er zitten flinke haken en ogen aan het bewijs voor probiotica bij allergiepreventie. Veel onderzoeken richtten zich vooral op eczeem, terwijl er maar weinig gegevens beschikbaar waren over astma of voedselallergie. De opzet van de studies verschillen bovendien sterk. In sommige onderzoeken kregen zwangere vrouwen al tijdens de zwangerschap probiotica, in andere kregen alleen pasgeboren baby’s supplementen. Ook de gebruikte bacteriestammen en doseringen liepen uiteen. Dit maakt het lastig om de resultaten met elkaar te vergelijken.
Daarnaast viel op dat in veel studies een groot deel van de deelnemers tussentijds stopte, soms wel tot meer dan de helft. Dat maakt de uitkomsten minder betrouwbaar. Ook ontbrak in meerdere gevallen duidelijke informatie over hoe de deelnemers willekeurig waren ingedeeld en of de onderzoekers en ouders wisten welke behandeling er werd gegeven. Zulke tekortkomingen vergroten de kans dat er vertekening in de resultaten zit.
Door deze combinatie van uiteenlopende onderzoeksmethoden, hoge uitval van deelnemers en twijfelachtige kwaliteit van de data, beoordeelden de auteurs de bewijskracht uiteindelijk als zeer laag. Dat betekent dat de resultaten voorzichtig geïnterpreteerd moeten worden en dat er geen stevige conclusie getrokken kan worden over het nut van probiotica bij het voorkomen van allergieën.
Recente literatuur: overeenkomsten en tegenstrijdigheden
Recente onderzoeken laten een gemengd beeld zien. Sommige grotere analyses bevestigen voorzichtig dat probiotica mogelijk een rol kunnen spelen bij het verminderen van eczeem, maar ook hier is de bewijskracht beperkt. Een belangrijke meta-analyse die in 2015 verscheen in Journal of Allergy and Clinical Immunology liet zien dat kinderen iets minder vaak eczeem kregen wanneer moeders tijdens de zwangerschap en/of baby’s in de eerste maanden probiotica kregen. Het ging om een bescheiden effect, zo’n 28 procent lager risico. Toch waarschuwden de onderzoekers meteen dat de resultaten vooral gebaseerd waren op indirect bewijs, dat de kwaliteit van de studies te wensen overliet en dat de uitkomsten van de verschillende onderzoeken sterk uiteenliepen. Voor astma, hooikoorts en voedselallergieën werd geen enkel gunstig effect gevonden.
Een meer recente en zeer brede analyse uit 2025 ging nog een stap verder. Daarin werd geconcludeerd dat probiotica, of ze nu werden gegeven aan zwangere vrouwen, moeders die borstvoeding gaven of direct aan kinderen, zowel de kans op als de ernst van atopisch eczeem konden verlagen. Maar ook hier zat een belangrijke nuance: niet alle bacteriestammen lieten hetzelfde effect zien. Vooral mengsels van meerdere stammen en varianten van Lactobacillus leken gunstig, terwijl Bifidobacteriën geen effect gaven. Bij kinderen met slechts lichte vormen van eczeem viel het voordeel bovendien nauwelijks op. Interessant genoeg waren de positieve resultaten vooral zichtbaar bij baby’s die een erfelijke aanleg hadden voor allergieën, en specifiek bij gebruik van de stam Lactobacillus rhamnosus.
Conclusie
Wat zeggen de richtlijnen dan? Voorlopig raden geen enkele internationale organisaties probiotica standaard aan om allergieën te voorkomen. De Europese vereniging voor allergologie (EAACI) stelt expliciet dat er geen bewijs is om probiotica te adviseren voor het voorkomen van voedselallergie. De World Allergy Organization erkent dat er nog geen duidelijk bewijs is dat probiotica allergieën bij kinderen echt kunnen voorkomen. Wel benadrukken ze dat er waarschijnlijk een klein voordeel bestaat in het verminderen van eczeem. Daarom doen ze een voorzichtige suggestie: bij baby’s die een verhoogd risico hebben op allergieën, en bij zwangere of borstvoedende moeders in diezelfde risicogroepen, zouden probiotica overwogen kunnen worden. Maar die aanbeveling is uiterst voorzichtig en gebaseerd op bewijs van lage kwaliteit. Met andere woorden: wie probiotica gebruikt, kan dat veilig doen, maar niemand kan er nu op rekenen dat het ook echt helpt om allergieën te voorkomen.
Bronnen
Cuello-García, C. A., Brożek, J. L., Fiocchi, A., Pawankar, R., Yepes-Nuñez, J. J., Terracciano, L., Gandhi, S., Agarwal, A., Zhang, Y., & Schünemann, H. J. (2015). Probiotics for the prevention of allergy: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 136(4), 952–961. https://doi.org/10.1016/j.jaci.2015.04.031
Fiocchi, A., Pawankar, R., Cuello-García, C., Ahn, K., Al-Hammadi, S., Agarwal, A., Beyer, K., Burks, W., Canonica, G. W., Ebisawa, M., Gandhi, S., Kamenwa, R., Lee, B. W., Li, H., Prescott, S., Riva, J. J., Rosenwasser, L., Sampson, H., Spigler, M., … Schünemann, H. J. (2015). World Allergy Organization–McMaster University Guidelines for Allergic Disease Prevention (GLAD-P): Probiotics. World Allergy Organization Journal, 8(1), 4. https://doi.org/10.1186/s40413-015-0055-2
Halken, S., Muraro, A., de Silva, D., Khaleva, E., Angier, E., Arasi, S., Arshad, H., Bahnson, H. T., Beyer, K., Boyle, R., du Toit, G., Ebisawa, M., Eigenmann, P., Grimshaw, K., Hoest, A., Jones, C., Lack, G., Nadeau, K., O’Mahony, L., … EAACI Food Allergy and Anaphylaxis Guidelines Group. (2021). EAACI guideline: Preventing the development of food allergy in infants and young children (2020 update). Pediatric Allergy and Immunology, 32(5), 843–858. https://doi.org/10.1111/pai.13496
Mennini, M., Dahdah, L., Artesani, M. C., Fiocchi, A., & Martelli, A. (2017). Probiotics in asthma and allergy prevention. Frontiers in Pediatrics, 5, 165. https://doi.org/10.3389/fped.2017.00165
Ricci, G., & Cipriani, F. (2016). A clinical reading on “World Allergy Organization–McMaster University Guidelines for Allergic Disease Prevention (GLAD-P): Probiotics”. World Allergy Organization Journal, 9, 9. https://doi.org/10.1186/s40413-016-0101-8
Van Winckel, M. (2016, 15 maart). Probiotica ter preventie van allergie? Minerva – Bondige besprekingen. https://minerva-ebp.be/Theme/GetPdf/20291
Wang, H. Z., Hayles, E. H., Fiander, M., Sinn, J. K., & Osborn, D. A. (2025). Probiotics in infants for prevention of allergic disease. Cochrane Database of Systematic Reviews, 6(6), CD006475. https://doi.org/10.1002/14651858.CD006475.pub3
Wang, L., & Xu, L. (2025). The impact of prebiotics, probiotics and synbiotics on the prevention and treatment of atopic dermatitis in children: An umbrella meta-analysis. Frontiers in Pediatrics, 13, 1498965. https://doi.org/10.3389/fped.2025.1498965
Osborn, D. A., & Sinn, J. K. H. (2007). Probiotics in infants for prevention of allergic disease and food hypersensitivity. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2007(4), CD006475. https://doi.org/10.1002/14651858.CD006475.pub2