Ozempic

Allergische reacties op Ozempic (semaglutide) zijn zeldzaam, maar kunnen variëren van milde, vertraagde huidreacties op de injectieplaats tot zeer zeldzame ernstige allergische reacties zoals anafylaxie. Een goede medische anamnese (het zorgvuldig uitvragen van de klachten en het tijdsverloop), het onderscheiden van normale bijwerkingen zoals misselijkheid of diarree, en indien nodig allergologisch onderzoek met huidtesten of een gecontroleerde provocatietest, zijn belangrijk om de juiste diagnose te stellen. Eventuele (vermoede) bijwerkingen of allergische reacties moeten in Nederland worden gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb, zodat de veiligheid van het middel goed kan worden bewaakt.

Wat bedoelen we met een allergie voor semaglutide?

Semaglutide is een medicijn dat behoort tot de groep van GLP-1-receptoragonisten. Dat zijn middelen die de werking van een lichaamseigen hormoon nabootsen dat helpt om de bloedsuikerspiegel te verlagen. Het is een zogenoemd peptidemedicijn, wat betekent dat het is opgebouwd uit kleine stukjes eiwit. Zoals bij bijna elk medicijn kan het lichaam soms te sterk reageren. Er bestaan twee soorten allergische reacties. De eerste is een onmiddellijke reactie, waarbij het afweersysteem antistoffen aanmaakt van het type IgE. Die zorgen ervoor dat stoffen als histamine vrijkomen, wat kan leiden tot galbulten (urticaria), zwelling van lippen of ogen (angio-oedeem), of in zeldzame gevallen een anafylactische reactie. Een anafylactische reactie is levensbedreigend en gaat gepaard met ademnood of een plotselinge daling van de bloeddruk. De tweede vorm is een vertraagde reactie, die meestal door zogenaamde T-cellen van het afweersysteem wordt veroorzaakt. Hierbij ontstaat vaak een lokale huidreactie op de plek van de injectie. De huid kan rood worden, warm aanvoelen, jeuken of een harde plek vertonen. Deze klachten verschijnen meestal pas enkele uren tot dagen nadat het medicijn is toegediend. Het is belangrijk om te weten dat zulke allergische reacties iets anders zijn dan de veelvoorkomende bijwerkingen van semaglutide. Klachten zoals misselijkheid, buikpijn of diarree komen vaak voor, maar hebben niets te maken met een allergie. Ze ontstaan doordat het medicijn invloed heeft op de werking van de darmen. Volgens het European Medicines Agency (EMA) komen echte allergische reacties op semaglutide slechts zelden voor, maar ze kunnen wel optreden. Daarom is het belangrijk dat patiënten en zorgverleners alert blijven op klachten die wijzen op een overgevoeligheidsreactie.

Hoe vaak komt het voor?

In de officiële informatie van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) staat dat overgevoeligheidsreacties bij het gebruik van semaglutide als ongewoon worden beschouwd, en dat een anafylactische reactie zeldzaam is. Ook is er melding gemaakt van angio-oedeem, een zwelling van de huid of slijmvliezen, bijvoorbeeld van de lippen, tong of keel, maar het is niet bekend hoe vaak dit precies voorkomt. Kort samengevat betekent dit dat een allergische reactie op semaglutide mogelijk is, maar zelden voorkomt. Uit een groot wetenschappelijk onderzoek, waarin gegevens van duizenden patiënten zijn geanalyseerd, blijkt dat het algemene risico op een ernstige allergische reactie zoals anafylaxie zeer laag is. In deze studies werd gekeken naar alle medicijnen binnen dezelfde groep, de GLP-1-receptoragonisten, waar semaglutide ook toe behoort. Een grootschalige cohortstudie toonde aan dat het gebruik van GLP-1-receptoragonisten gepaard ging met een ongeveer 15% hogere kans op een anafylactische reactie in vergelijking met de groep DPP-4-remmers. Deze toename was echter niet statistisch significant, wat betekent dat het verschil ook op toeval kan berusten. Wanneer GLP-1-receptoragonisten werden vergeleken met SGLT-2-remmers, bleek het risico ongeveer 38% hoger, maar ook hier bleef het absolute risico extreem klein. Volgens het EMA is de conclusie dan ook duidelijk: ernstige allergische reacties op semaglutide zijn zeldzaam. De overgrote meerderheid van de mensen verdraagt het medicijn zonder problemen, en als er toch een allergische reactie optreedt, is die meestal mild en goed te behandelen.

Rol van hulpstoffen

De penoplossing van Ozempic bevat niet alleen de werkzame stof semaglutide, maar ook enkele hulpstoffen die ervoor zorgen dat het medicijn stabiel en houdbaar blijft. Twee van deze stoffen zijn phenol en propyleenglycol. Phenol wordt gebruikt als conserveermiddel, zodat bacteriën geen kans krijgen om in de injectieoplossing te groeien. Propyleenglycol is een oplosmiddel dat helpt om de werkzame stof goed te verdelen in de vloeistof. In andere situaties zijn er bij deze stoffen wel eens huidreacties beschreven, vooral bij mensen die langdurig in contact kwamen met producten die phenol of propyleenglycol bevatten, zoals crèmes of ontsmettingsmiddelen. Zulke reacties worden dan meestal gezien als contacteczeem, een huidontsteking die ontstaat door directe aanraking met de stof. Een echte allergische reactie via antistoffen (IgE-gemedieerd) op propyleenglycol is echter niet goed aangetoond. De meeste mensen die er gevoelig op reageren, krijgen eerder een milde huidirritatie dan een echte allergie. Bij iemand die een vetraagde huidreactie op de injectieplaats krijgt, zoals roodheid of zwelling enkele dagen na toediening, kan een van deze hulpstoffen mogelijk een rol meespelen. Toch blijft dat in de praktijk vooral een theoretische mogelijkheid. In onderzoeken naar injecteerbare GLP-1-middelen, zoals Ozempic, zijn zulke reacties zeldzaam gebleken.

Hoe differentieer je een allergie van “normale” bijwerkingen?

Veel mensen krijgen bij het starten met Ozempic lichte bijwerkingen die niets met een allergie te maken hebben. De meest voorkomende klachten zijn misselijkheid, braken, diarree en buikpijn. Deze klachten ontstaan vaak in de eerste weken van gebruik, wanneer de dosis langzaam wordt opgebouwd. Ze zijn meestal dosisafhankelijk: hoe hoger de dosis, hoe groter de kans op misselijkheid. Gelukkig verdwijnen deze verschijnselen vaak vanzelf na verloop van tijd, zodra het lichaam gewend raakt aan het medicijn. Een echte allergische reactie ziet er heel anders uit en begint meestal kort na de injectie. Binnen enkele minuten tot uren kunnen klachten optreden zoals jeuk over het hele lichaam, galbulten, heesheid, zwelling van de tong of keel, ademhalingsproblemen of een plotselinge bloeddrukdaling. Dit kan wijzen op een anafylactische reactie, een ernstige vorm van allergie. In dat geval moet het medicijn onmiddellijk worden gestopt en moet direct 112 worden gebeld. De behandeling bestaat dan uit het toedienen van adrenaline en andere maatregelen volgens het zogeheten anafylaxieprotocol.

Soms ontstaat er niet meteen een reactie, maar pas uren tot dagen na het spuiten. Dan gaat het meestal om een vertraagde huidreactie op de injectieplaats. De huid kan daar rood, jeukend of verdikt worden en de plek kan langer blijven bestaan dan je bij een normale injectiereactie zou verwachten.

Kort samengevat: maag- en darmklachten zijn meestal onschuldig en tijdelijk, terwijl plotselinge huiduitslag, zwelling of ademhalingsproblemen kunnen wijzen op een allergie. Bij twijfel is het altijd verstandig om contact op te nemen met je arts.

Diagnostiek in de praktijk

Als er een vermoeden bestaat op een allergie voor Ozempic, wordt eerst gekeken naar het verhaal van de patiënt. De arts let daarbij vooral op het tijdsverloop van de klachten. Treden de symptomen op binnen enkele minuten tot uren na de injectie, dan kan het gaan om een onmiddellijke allergische reactie. Verschijnen ze pas na enkele uren of dagen, dan kan het wijzen op een vertraagde reactie. Het is daarom handig als patiënten een fotodagboek bijhouden waarin ze vastleggen wanneer de klachten begonnen en hoe de huid eruitzag. Bij een vermoeden van een ernstige allergische reactie (anafylaxie) kan een bloedonderzoek worden gedaan. Daarbij wordt het serumtryptase gemeten, een stof die vrijkomt uit mestcellen tijdens een allergische reactie. Deze waarde moet binnen één uur na het begin van de klachten worden bepaald en later nog een keer worden gecontroleerd, om het verschil te kunnen zien.

Voor een definitieve diagnose is soms allergologisch onderzoek nodig. Dat gebeurt alleen in een gespecialiseerde kliniek onder toezicht van een allergoloog. Hierbij kunnen huidtesten worden uitgevoerd met het daadwerkelijke medicijn. Bij een vermoeden van een snelle reactie gebruikt men meestal een priktest (skin prick) of een intradermale test, waarbij een kleine hoeveelheid van het middel in de huid wordt gebracht. Bij vertraagde reacties wordt eerder een patchtest gedaan, waarbij het middel op de huid blijft zitten met behulp van speciale pleisters om te zien of er een reactie ontstaat. Bij een patchtest kan niet alleen met de werkzame stof semaglutide worden getest, maar ook met de hulpstoffen uit het medicijn, zoals propyleenglycol of fenol. Dat is belangrijk, omdat sommige mensen niet op de werkzame stof, maar juist op een van deze hulpstoffen reageren. Zo kan worden vastgesteld of de reactie wordt veroorzaakt door het medicijn zelf of door een bestanddeel dat eraan is toegevoegd.

Nederlandse wet- en regelgeving & melden van bijwerkingen

In Nederland valt Ozempic onder de categorie UR-geneesmiddelen, wat betekent dat het uitsluitend op recept verkrijgbaar is. Het mag dus alleen worden voorgeschreven door een arts. Het medicijn is officieel goedgekeurd voor de behandeling van diabetes type 2. Wanneer Ozempic wordt gebruikt voor gewichtsverlies bij mensen zonder diabetes, is dat een zogenoemd off-label gebruik. Dat houdt in dat het middel wordt ingezet voor een doel waarvoor het niet officieel is geregistreerd. Off-label gebruik mag alleen plaatsvinden onder toezicht en verantwoordelijkheid van een arts, die goed moet afwegen of de voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) waarschuwt tegen het oneigenlijk gebruik van Ozempic, vooral als het zonder medische noodzaak of begeleiding wordt gebruikt. Wanneer iemand bijwerkingen of allergische reacties ervaart, is het belangrijk dat dit wordt gemeld bij Bijwerkingencentrum Lareb. Dat kan zowel door de zorgverlener als door de patiënt zelf worden gedaan. Het verzamelen van deze meldingen helpt om de veiligheid van geneesmiddelen te bewaken en beter inzicht te krijgen in zeldzame of onverwachte reacties. Dankzij deze meldingen kan worden gecontroleerd of bepaalde bijwerkingen, zoals allergische reacties, vaker voorkomen dan gedacht. Zo draagt elke melding bij aan veiliger medicijngebruik in Nederland.

Bronnen (selectie)

Barroso, B., Fiandor, A., Muñoz, C., & Rodríguez, V. (2024). Hypersensitivity reactions to the GLP-1 receptor agonists liraglutide and semaglutide: A case series. Journal of Investigational Allergology and Clinical Immunology, 34(2), 133–135. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38639450/

Caballero, M. L., & Quirce, S. (2020). Immediate hypersensitivity to pharmaceutical excipients. Journal of Investigational Allergology and Clinical Immunology, 30(2), 86–99. https://www.jiaci.org/revistas/vol30issue2_2.pdf

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). (2023). Gebruik diabetes- en afslankmedicijnen alleen zoals ze bedoeld zijn. https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/over-cbg-ons-verhaal/over-cbg-standpunt-gebruik-diabetes–en-afslankmedicijnen-alleen-zoals-ze-bedoeld-zijn

European Medicines Agency (EMA). (2025). Ozempic – Summary of Product Characteristics (SmPC). https://www.ema.europa.eu/en/documents/product-information/ozempic-epar-product-information_en.pdf

McGowan, M. A., Ersser, S. J., & Loden, M. (2018). Propylene glycol in contact dermatitis: A systematic review. Dermatitis, 29(6), 301–310. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29064881/

Ouellette, S., Wagner, A. J., & Zirwas, M. J. (2023). Dermal hypersensitivity reaction to semaglutide. JAAD Case Reports, 30, 28–31. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37026881/

Pemberton, M. A., & Kimber, I. (2023). Propylene glycol: Skin sensitisation and allergic contact dermatitis revisited. Contact Dermatitis, 89(1), 1–10. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36702195/

Pföhler, C., Müller, C. S. L., Hasselmann, D. O., Tilgen, W., & Brockow, K. (2008). Insulin intolerance: Is it the insulin molecule or a pharmaceutical additive? Dermato-Endocrinology, 1(1), 28–34. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC2538533/

Pradhan, R., Zhang, L., & Smith, S. M. (2022). GLP-1 receptor agonists and the risk of anaphylactic reaction: A population-based cohort study. Drug Safety, 45(3), 297–309. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9989345/

PubChem. (2025). Semaglutide (CID 56843331). National Center for Biotechnology Information. https://pubchem.ncbi.nlm.nih.gov/compound/Semaglutide

Romero, J., Ferrer, M., & Rodríguez, V. (2024). Hypersensitivity to GLP-1 receptor agonists: Cases and cross-tolerance. Journal of Investigational Allergology and Clinical Immunology, 34(2), 129–132. https://www.jiaci.org/revistas/vol34issue2_5-7.pdf

Bijwerkingencentrum Lareb. (2025). Bijwerkingen melden. https://www.lareb.nl/melden

Denkt u dat u een allergie heeft?

Bij aanhoudende klachten is het belangrijk om dit te bespreken met uw huisarts of specialist. Met een verwijzing kunt u bij ons terecht voor allergieonderzoek.

We helpen u graag verder — zonder lange wachttijden.