Anafylaxie

Anafylaxie door inspanning. Regelmatig bewegen is gezond en belangrijk, maar bij een heel klein deel van de mensen kan sporten een plotselinge en heftige allergische reactie uitlokken. Dit heet exercise-induced anaphylaxis (EIA). Het gaat om een zeldzame maar gevaarlijke aandoening waarbij een allergische shock optreedt in combinatie met lichamelijke inspanning.
De eerste klachten zijn vaak huidreacties, zoals jeuk, roodheid, galbulten of zwellingen. Soms komen daar buikpijn, misselijkheid of ademhalingsproblemen bij. Als iemand toch doorgaat met sporten, kunnen de klachten snel verergeren. Dan kan er een ernstige zwelling van de keel optreden, benauwdheid, een sterke daling van de bloeddruk of zelfs flauwvallen.

Een bijzondere vorm hiervan is food-dependent exercise-induced anaphylaxis (FDEIA). Hierbij gaat het niet om bewegen alléén, en ook niet om eten alléén, maar juist om de combinatie. Het klachtenpatroon treedt alleen op wanneer iemand binnen enkele uren na het eten van een bepaald voedingsmiddel gaat sporten. Bekende triggers zijn onder andere tarwe, schaaldieren, tomaten, pinda’s en maïs. Eet je zo’n product en ga je daarna bewegen, dan kan een aanval ontstaan. Laat je het voedsel weg of sport je later, dan gebeurt er meestal niets.

Hoe reageert het lichaam?

EIA betekent dat je een ernstige allergische reactie krijgt door inspanning. Bij FDEIA gebeurt dat alleen als twee dingen samenkomen: je eet eerst een bepaald voedingsmiddel en gaat daarna sporten. Los van elkaar gaat het vaak goed, maar de combinatie geeft problemen.

In je lichaam zitten “bewakers” die mastcellen heten. Zie ze als rookmelders met een voorraadje alarmstofjes, vooral histamine. Aan de buitenkant van die mastcellen zitten kleine “sleutels” (IgE) die een bepaald allergeen herkennen. Normaal slaan die rookmelders pas aan als er écht veel prikkels zijn, er is dus een drempel. Door sporten zakt die drempel. Tijdens inspanning komen er lichaamseigen stoffen vrij, je temperatuur loopt op, je bloed stroomt anders, je huid en darmen worden wat doorlaatbaarder en je bent soms een beetje uitgedroogd. Al die factoren samen maken de mastcellen gevoeliger. Het gevolg: ze gaan sneller “af” en gooien histamine los, wat leidt tot jeuk, roodheid, benauwdheid of duizeligheid, dezelfde klachten als bij andere vormen van anafylaxie.

Bij FDEIA speelt je darm een extra rol. Rond sporten wordt de darmwand tijdelijk wat lekker: kleine gaatjes waardoor grotere brokjes voedings-eiwit kunnen passeren. Consumeer je een trigger (bijvoorbeeld tarwe) en ga je binnen enkele uren sporten, dan komt er méér allergeen tegelijk in contact met je immuunsysteem. De voedingsmiddelen die dit het vaakst uitlokken zijn tarwe (bijvoorbeeld pasta of brood), schaaldieren, pinda’s, tomaten en maïs. Stel je eet een bord pasta en gaat daarna hardlopen, dan kan dat een aanval veroorzaken. Diezelfde pasta op de bank levert geen probleem op, en sporten na een lichte salade gaat ook goed. Middelen als NSAID’s (zoals aspirine) of alcohol kunnen die darmdoorlaatbaarheid nog verder verhogen, waardoor het effect sterker wordt. Specifiek bij tarwe-afhankelijke FDEIA klonteren bepaalde tarwe-eiwitten tijdens inspanning makkelijker samen; zo’n klontje past nét beter op meerdere IgE-sleutels tegelijk en trekt daardoor de mastcel extra hard aan de alarmhendel.

Risicofactoren

De kans op EIA of FDEIA wordt groter door een aantal factoren.

  • Allereerst speelt leeftijd een rol. De aandoening begint meestal in de puberteit of vroege volwassenheid, vaak ergens tussen de 10 en 30 jaar. Toch kan het ook al bij jonge kinderen voorkomen, soms al vanaf drie jaar.
  • Daarnaast zie je dat vrouwen ongeveer twee keer zo vaak getroffen worden als mannen. Waarom dat zo is, weten onderzoekers nog niet precies.
  • Ook het soort beweging maakt uit. Vaak gaat het om sporten met een gemiddelde tot hoge intensiteit, zoals joggen, tennissen, dansen of fietsen. Maar vergis je niet: ook een stevige wandeling of zelfs tuinieren kan bij gevoelige mensen een reactie uitlokken. Een activiteit die “rustig” lijkt, kan dus alsnog gevaarlijk zijn als je lichaam er klaar voor staat.
  • Voedsel speelt vooral bij FDEIA een grote rol. Tarwe is de bekendste boosdoener (vooral een eiwit genaamd omega-5-gliadine), maar ook schaaldieren zoals garnalen, pinda’s, noten en tomaten komen vaak terug in verhalen van patiënten. Het gaat dan altijd om de combinatie: eten én sporten kort daarna.
  • Daarbovenop bestaan er nog “cofactoren”: omstandigheden die de kans op een aanval verhogen. Denk aan het gebruik van pijnstillers zoals aspirine, het drinken van alcohol, maar ook koorts, stress of sporten in extreme hitte. Die factoren maken je afweercellen nog gevoeliger.
  • Ten slotte lijkt aanleg ook een rol te spelen. In zeldzame gevallen komt het in families vaker voor. Ook mensen die al last hebben van andere allergieën, zoals hooikoorts of voedselallergieën, lopen soms meer risico.

In de praktijk ontdekken artsen deze aandoening pas door goed te puzzelen. Ze kijken of er telkens hetzelfde patroon is: klachten die steeds ontstaan na een bepaalde maaltijd in combinatie met inspanning. Pas als die puzzelstukjes in elkaar vallen, komt EIA of FDEIA als mogelijke verklaring naar voren.

Symptomen van EIA/FDEIA

De klachten bij EIA lijken sterk op die van een gewone allergische shock (anafylaxie). Ze kunnen variëren van mild tot levensbedreigend.

  • Het meest zie je huidklachten. Vaak begint het met jeuk, roodheid en een warm gevoel, waarna er galbulten ontstaan (netelroos). Ook zwellingen komen veel voor, bijvoorbeeld van de lippen, ogen of het gezicht. Uit onderzoek blijkt dat zo’n 9 van de 10 mensen last krijgt van jeuk en dat bij ongeveer driekwart zwellingen optreden.
  • Daarnaast kunnen de luchtwegen worden getroffen. Mensen krijgen het benauwd, gaan piepend ademen of beginnen te hoesten. Soms komt dit door een vernauwing van de luchtwegen (bronchospasme), soms door een zwelling in de keel, wat gevaarlijk kan zijn.
  • De maag en darmen doen soms ook mee. Misselijkheid, buikpijn, braken of diarree komen minder vaak voor, maar kunnen wél optreden na inspanning.
  • Er kunnen ook problemen met de bloedsomloop ontstaan. Een plotselinge daling van de bloeddruk kan leiden tot duizeligheid, flauwvallen of zelfs bewusteloosheid. Bij ongeveer één op de drie patiënten treden dit soort hart- en vaatklachten op.
  • Andere signalen zijn minder specifiek, zoals hoofdpijn, hartkloppingen of een naar, warm gevoel in het hoofd. Kenmerkend is dat de klachten vaak erger worden zolang iemand doorgaat met sporten. Wanneer de inspanning stopt, kan er soms spontaan verbetering optreden.

De eerste klachten beginnen meestal binnen een half uur na het starten met bewegen. Vaak zie je in het begin vage voortekenen, zoals vermoeidheid, jeuk of roodheid op de romp. Daarna volgen de duidelijkere allergische symptomen. In ernstige gevallen kan de combinatie van sporten en voedsel echter heel plots leiden tot een levensgevaarlijke shock. Daarom moet dit altijd worden behandeld als een medische noodsituatie.

Diagnose

De diagnose EIA of FDEIA wordt vooral gesteld door goed naar het verhaal van de patiënt te luisteren. Artsen letten op patronen: treden de klachten altijd op tijdens of kort na inspanning? Zijn er momenten geweest dat iemand dezelfde maaltijd at zonder te sporten, zónder klachten? Of gebruikte de patiënt vlak voor het sporten medicijnen zoals aspirine of andere pijnstillers die een rol kunnen spelen?

Om het beeld verder te onderbouwen, kunnen er verschillende onderzoeken gedaan worden.

  • Allereerst zijn er allergietesten. Met een huidpriktest of een bloedonderzoek kan gekeken worden of iemand antistoffen (IgE) heeft tegen bepaalde voedingsmiddelen die verdacht zijn. Soms wordt ook de hoeveelheid van een stofje in het bloed, tryptase, gemeten om uit te sluiten dat er sprake is van een andere mastcelaandoening.
  • Daarnaast bestaan er provocatietesten. Hierbij krijgt de patiënt in een ziekenhuis gecontroleerd het verdachte voedsel (of soms een nepmiddel) en gaat daarna sporten, bijvoorbeeld fietsen op een hometrainer. Tijdens en na de inspanning wordt de patiënt heel nauwkeurig in de gaten gehouden. Als er klachten optreden, is de diagnose FDEIA bevestigd. Blijven klachten weg, dan is de aandoening niet helemaal uitgesloten, maar minder waarschijnlijk. Omdat dit soort testen een zware allergische reactie kan uitlokken, worden ze alleen onder strikte medische bewaking gedaan. Wij voeren deze niet uit bij ons in het centrum.
  • Verder kijkt de arts ook of er misschien andere oorzaken zijn, zoals inspanningsastma of huidreacties die ontstaan door warmte, kou of zweten.

Behandeling en beheer

Wanneer EIA of FDEIA optreedt, gaat het altijd om een medisch spoedgeval. Het allerbelangrijkste is meteen stoppen met sporten en direct eerste hulp verlenen. De behandeling lijkt sterk op die van elke andere ernstige allergische reactie (anafylaxie).

  • De eerste en belangrijkste stap is het toedienen van adrenaline met een auto-injector (bijvoorbeeld een EpiPen). Deze stof werkt snel: het vermindert zwelling, houdt de bloeddruk op peil en kan levensreddend zijn.
  • Daarnaast volgt ondersteunende zorg. Dat betekent zorgen dat iemand vrij kan ademen, eventueel extra zuurstof geven, en bij lage bloeddruk de patiënt plat neerleggen met de benen iets omhoog.
  • Medicijnen zoals antihistaminica of corticosteroïden kunnen helpen om de allergische reactie en ontsteking af te remmen, maar ze zijn altijd een aanvulling en nooit een vervanging voor adrenaline. Bij benauwdheid door astma kan soms ook een inhalator (bijvoorbeeld Ventolin) worden ingezet.

Mensen met EIA of FDEIA krijgen altijd het advies om een persoonlijk actieplan te hebben. Dat houdt in dat zij zelf een adrenalinepen bij zich dragen en deze meteen gebruiken zodra de eerste ernstige klachten beginnen. Ook familieleden, sportmaatjes en collega’s moeten weten hoe ze moeten reageren en de pen kunnen toedienen. Voor de langere termijn ligt de nadruk vooral op het voorkomen van aanvallen, bijvoorbeeld door voeding en inspanning slim te plannen (zie preventie). In sommige gespecialiseerde allergiecentra wordt daarnaast geëxperimenteerd met nieuwe behandelingen. Zo is er een patiënt met FDEIA succesvol behandeld met omalizumab, een modern medicijn dat de IgE-antilichamen in het afweersysteem blokkeert. Zulke behandelingen zijn nog niet standaard, maar laten zien dat er bij hardnekkige en gevaarlijke gevallen ook geavanceerde opties bestaan.

Preventie en vermijden van aanvallen

De belangrijkste manier om EIA of FDEIA te voorkomen is het vermijden van de bekende triggers, vooral in de uren rondom het sporten.

  • Een belangrijk aandachtspunt is de timing van maaltijden. Ga liever niet sporten binnen drie tot vier uur na een volle maaltijd of na het eten van een voedingsmiddel waarvan je weet dat het een aanval kan uitlokken. Je lichaam krijgt zo de tijd om het voedsel te verteren. In Nederland adviseren allergologen daarom om altijd een paar uur te wachten voor je gaat sporten.
  • Als onderzoek heeft uitgewezen dat je op een specifiek voedingsmiddel reageert, bijvoorbeeld tarwe bij WDEIA, is het verstandig om dit helemaal te mijden vlak voor het sporten of te kiezen voor een veiliger alternatief.
  • Daarnaast is het belangrijk om medische “cofactoren” te vermijden. Pijnstillers zoals aspirine of ibuprofen en alcohol maken de kans op een aanval namelijk groter, omdat ze de drempel voor een allergische reactie verlagen. Combineer ze dus liever niet met inspanning.
  • Soms schrijft een arts preventief antihistaminica voor om milde reacties af te zwakken, maar dat biedt geen volledige bescherming. Het allerbelangrijkste blijft: zorg dat je altijd een adrenalinepen (EpiPen) bij je hebt en weet hoe je die moet gebruiken.
  • Ook in je levensstijl kun je maatregelen nemen. Bouw inspanning rustig op, let goed op vroege signalen zoals jeuk of misselijkheid, sport bij voorkeur samen met iemand die weet wat er aan de hand kan zijn, en zorg voor voldoende drinken. Vermijd extreme omstandigheden zoals sporten in de volle hitte of kou.

Met deze voorzorgsmaatregelen kan de kans op een aanval sterk worden verkleind.

Bronnen

Exercise-Induced Anaphylaxis. (2025). MedScape. https://emedicine.medscape.com/article/886641-overview#:~:text=Background

Mohamed, S., Thalappil, S., & Ali, R. M. (2024). A case report of food-dependent exercise-induced anaphylaxis (FDEIA) treated with omalizumab. Frontiers in Allergy, 5. https://doi.org/10.3389/falgy.2024.1472320

Srisuwatchari, W., Kanchanaphoomi, K., Nawiboonwong, J., Thongngarm, T., & Sompornrattanaphan, M. (2023). Food-Dependent Exercise-Induced Anaphylaxis: A Distinct Form of Food Allergy—An Updated Review of Diagnostic Approaches and Treatments. Foods, 12(20), 3768. https://doi.org/10.3390/foods12203768

González, C. (2017, september). Exercise-induced anaphylaxis. DermNet. https://dermnetnz.org/topics/exercise-induced-anaphylaxis#:~:text=The%20main%20foods%20likely%20to,induced%20anaphylaxis%20are

Novembre, E., Cianferoni, A., Bernardini, R., Mugnaini, L., Caffarelli, C., Cavagni, G., Giovane, A., & Vierucci, A. (1998). Anaphylaxis in Children: Clinical and Allergologic Features. PEDIATRICS, 101(4), e8. https://doi.org/10.1542/peds.101.4.e8

Asaumi, T., Yanagida, N., Sato, S., Shukuya, A., Nishino, M., & Ebisawa, M. (2015). Provocation tests for the diagnosis of food‐dependent exercise‐induced anaphylaxis. Pediatric Allergy And Immunology, 27(1), 44–49. https://doi.org/10.1111/pai.12489

García-Ara, M. C., Sánchez, A. V., Martinez, M. T. B., & Pena, J. M. D. (2003). Cow’s milk-dependent, exercise-induced anaphylaxis: Case report of a patient with previous allergy to cow’s milk. Journal Of Allergy And Clinical Immunology, 111(3), 647–648. https://doi.org/10.1067/mai.2003.70

Denkt u dat u een allergie heeft?

Bij aanhoudende klachten is het belangrijk om dit te bespreken met uw huisarts of specialist. Met een verwijzing kunt u bij ons terecht voor allergieonderzoek.

We helpen u graag verder — zonder lange wachttijden.